Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Bijlage 3. Staatsbalans 2009 en garantieoverzicht

1.1. Inleiding Staatsbalans

De bijlage Staatsbalans omvat de balans van de Staat der Nederlanden ultimo 2009 (inclusief het garantieoverzicht), die is afgezet tegen de balans ultimo 2008, zoals gepubliceerd in het Financieel Jaarverslag van het Rijk (FJR) 2008.

1.2. Staatsbalans per 31 december 2009

Algemeen

Opstelling Staatsbalans volgens ESR 1995

De Staatsbalans wordt opgesteld volgens het Europees Stelsel van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap (ESR 1995). Aangezien de Staatsbalans is gebaseerd op het ESR 1995 kunnen de waarderings- en afbakeningsvraagstukken worden opgelost volgens een internationaal aanvaarde methodologie. De consolidatiekring is beperkt tot de Staat der Nederlanden. De omschrijving van de overheid is in het ESR 1995 ruimer dan de rechtspersoon van de Staat der Nederlanden. In het ESR 1995 is een economische invalshoek gekozen.

Wat betreft de waarderingsgrondslag is in het ESR 1995 gekozen voor een waardering op basis van de marktwaarde in plaats van een waardering op basis van de nominale of historische waarde en voor lineaire afschrijvingen. Waar geen marktwaarde voorhanden is, wordt deze zo goed mogelijk benaderd. In voorkomende gevallen wordt dit toegelicht bij de betreffende balanspost.

De ontwikkeling van het staatsvermogen

Het staatsvermogen is afgenomen van 16,9 miljard euro in 2008 tot 18,5 miljard euro negatief in 2009. In Tabel 1 is de ontwikkeling van het vermogen van de Staat weergegeven, uitgesplitst naar de drie verklarende factoren: de mutatie van het EMU-saldo, de mutatie als gevolg van herwaardering van balansposten en de mutatie in netto financiële transacties.

Tabel 1 ontwikkeling staatsvermogen (x € miljard)
1. Staatsvermogenultimo 2008 16,9
2. Afname door EMU-saldoRijk – 19,5
3. Afname door herwaarderingen 8,5
– waarvan minerale reserves 7,3
– waarvan reserves deelnemingen 1,9
– waarvan staatsobligaties – 0,7
4. Afname door netto financiële transacties en overig – 24,4
– waarvan nominale staatsschuld – 0,7
– waarvan bezit uit kredietcrisismaatregelen – 38,7
– waarvan kastransactieverschillen – 1,0
– waarvan overige kortlopende leningen 7,2
5. Staatsvermogen ultimo 2009 (5= 1+2+3+4) – 18,5

Deze posten kunnen als volgt worden toegelicht.

Het EMU-saldo van de overheid in 2009 bedroeg – 5,3 procent BBP, circa 30 miljard euro negatief. Het rijksdeel van het EMU-saldo liet over 2009 een negatief saldo van bijna 20 miljard euro zien.

De mutatie van de herwaarderingen met circa 8,5 miljard euro betreft het saldo van drie posten, te weten: de minerale reserves, reserves van deelnemingen en staatsobligaties. De herwaardering van de minerale reserves is de resultante van hogere olieprijzen en hogere dollarkoers en is inclusief nieuwe winbare gasvelden. De toename van de reserves van circa 2 miljard euro is geconcentreerd bij De Nederlandsche Bank. De herwaardering van de staatsobligaties is met bijna 1 miljard gering te noemen.

De mutatie van de post netto financiële transacties en overig bedraagt ruim 24 miljard euro. Dit is de resultante van diverse posten. De grootste post is met bijna 39 miljard euro het saldo van mutaties in het bezit uit kredietcrisismaatregelen (o.a. aflossing lening FBN, verwerving economisch eigendom Alt-A hypotheken ING en de waardering van AA). Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de beschrijving van de afzonderlijke balansposten.


De omvang van het Staatsvermogen, voortvloeiend uit de ESR-definitie laat over de afgelopen vijf jaar een wisselend beeld zien, zoals blijkt uit figuur 1.

Samenstelling van het staatsvermogen

Tabel 2 Overzicht van activa en passiva (x € miljoen)
  2008 2009
A Niet-financiële activa 167 437 164 904
A1 Winstrechten minerale reserves 90 300 86 600
A2 Overige niet-financiële activa 77 137 78 304
     
B Vorderingen 200 530 167 494
B1 Chartaal geld en deposito’s 4 112 389
B2 Langlopende effecten 0 16 076
B3 Financiële derivaten 1 935 – 216
B4 Verstrekte kortlopende leningen 45 835 19 055
B5 Verstrekte langlopende leningen 29 596 29 029
B6 Aandelen en overige deelnemingen 86 570 67 310
B7 Handelskredieten en transitorische posten 32 482 35 851
     
C Schulden 351 056 350 940
C1 Chartaal geld en deposito’s 1 024 1 404
C2 Kort lopende waardepapieren 83 735 57 565
C3 Staatsobligaties 209 403 223 435
C4 Kortlopende leningen 24 469 20 071
C5 Langlopende leningen 11 655 27 179
C6 Handelskredieten en transitorische posten 20 770 21 287
D Staatsvermogen(A+B-C) 16 909 – 18 544

De afzonderlijke balansposten worden toegelicht in de volgende paragrafen. Meer in het algemeen springt de aanzienlijke afname van de verstrekte kortlopende leningen en kortlopende waardepapieren in het oog. In 2009 is door Fortis Bank Nederland Holding NV de lening van 34 miljard afgelost. Dit verklaart de afname van de kortlopende leningen. Voor de verstrekking van deze lening had de Staat voornamelijk schatkistpapier (Dutch Treasury Certificates) en commercial papers afgesloten. Deze zijn in 2009 weer afgelost. De toename van de langlopende effecten en de langlopende leningen komt door de Alt-A hypothekenportefeuille van de ING. De grote afname van de aandelen en overige deelnemingen komt door de waardering van de deelneming in Fortis, ABN AMRO en RFS. De Garantieregeling voor bancaire leningen van 200 miljard euro is niet geactiveerd op de balans. Garanties hebben het karakter van een contingent liability (voorwaardelijke verplichting) en mogen volgens ESR 1995 regelgeving als zodanig niet geactiveerd worden op de balans. In de bijlage van dit hoofdstuk is een overzicht van alle garantieregelingen opgenomen.

Segmentering van het vermogen

Onder segmentering van het staatsvermogen wordt verstaan in hoeverre het vermogen van de staat als het ware al een specifieke bestemming heeft gekregen in de vorm van positieve saldi van de fondsen van de rijksbegroting, zoals het Infrastructuurfonds, het Waddenfonds en het Diergezondheidsfonds. Positieve saldi van begrotingsfondsen kunnen beschouwd worden als een soort van geoormerkt staatsvermogen. Bij een negatief staatsvermogen, zoals in 2009 het geval is, geeft segmentering inzicht hoeveel negatief het niet-vastliggende staatsvermogen bedraagt. Ultimo 2009 bedroeg het saldo van de begrotingsfondsen 463 miljoen euro positief. Tabel 3 bevat een overzicht van de opbouw van dit saldo. Gegeven het negatief vermogen ultimo 2009 van 18,5 miljard euro, bedraagt het niet-vastliggend staatsvermogen 19 miljard euro negatief.

Tabel 3. Saldi van Begrotingsfondsen van de rijksbegroting per 31 december 2009 per fonds (x € miljoen)
Naam Fonds Saldo
Infrastructuurfonds 372
Fonds Economische Structuurversterking 0
Waddenfonds 83
BTW-Compensatiefonds 0
Gemeentefonds 0
Provinciefonds 0
Diergezondheidsfonds 8
Subtotaal 463
Spaarfonds AOW 40 424
Totaal ultimo 2009 40 887

De ontvangsten van de begrotingsfondsen met het vermogen nul worden ieder jaar gelijk gesteld aan de uitgaven van deze begrotingsfondsen. Het vastliggen van vermogen in begrotingsfondsen blijkt met een omvang van ruim 450 miljoen euro beperkt van omvang te zijn. Daarbij is het saldo van het AOW-spaarfonds niet meegeteld, gezien het afwijkende karakter van dit saldo. Het AOW spaarfonds is het enige fonds waar alleen ontvangsten op worden geboekt en waar verder geen uitgavenmutaties in plaatsvinden.

Consolidatiekring

De financiële gegevens van de Centrale administratie van ’s Rijks schatkist (CAR) en van de ministeries, de begrotingsfondsen en de baten-lastendiensten zijn integraal geconsolideerd. De interne schuldverhoudingen zijn in de consolidatie geëlimineerd.

1.3. Actualisatie waardering Financiële deelnemingen

Zoals reeds vermeld in hoofdstuk 2 (paragraaf 2.6) van het Financieel Jaarverslag van het Rijk (FJR) ontstaat er door de toepassing van het ESR 1995 en de bestendige gedragslijn bij de waardering van staatsdeelnemingen op de staatsbalans een opvallende mutatie bij de waardering van Fortis Bank Nederland, ABN AMRO en ASR tussen het jaarverslag van vorig jaar (FJR 2008) en voorliggend jaarverslag (FJR 2009). Dit heeft te maken met het feit dat deelnemingen in de eerste staatsbalans na aanschaf worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs en de jaren/jaarverslagen daarna tegen de boekwaarde van het eigen vermogen (t-1). Deze mutatie wordt uitvoerig toegelicht bij onderdeel B6.

2. Toelichting op de afzonderlijke balansposten

Zoals aangegeven is het Staatsvermogen in 2009 afgenomen van 16,9 miljard euro positief naar 18,5 miljard euro negatief. De belangrijkste mutaties in de verschillende balansposten worden hierna afzonderlijk toelicht, onderverdeeld naar niet-financiële activa, vorderingen en schulden.

A Niet-financiële activa

A1 Winstrechten minerale reserves

Conform het ESR 1995 is de netto contante waarde berekend van de toekomstige winstrechten van de Staat, samenhangend met de gas-, olie- en zoutwinning. De waarde ervan bedraagt ultimo 2009 86,6 miljard euro. Ten opzichte van 2008 zijn de toekomstige winstrechten samenhangende met de gas-, olie en zoutwinning met 3,7 miljard euro afgenomen. Deze afname van de winstrechten van minerale reserves wordt in het onderstaande overzicht uitgesplitst. Voor de berekening van het aardgas wordt uitgegaan van een verwacht productievolume voor de komende 25 jaar. In de berekening zijn de aardgasbaten exclusief vennootschapsbelasting verwerkt. Voor de periode 2010–2015 zijn de nominale ramingen volgens de meerjarencijfers contant gemaakt tegen de lange rente op staatsobligaties. Voor de jaren 2016 en verder zijn de gasbaten contant gemaakt tegen een reële disconteringsvoet van 4%.

Tabel A1.1 Mutatie in de winstrechten uit minerale reserves in 2009(x € miljoen)
stand ultimo 2008 90 300
   
Volume mutatie  
a) aardgas verkocht 2009 – 11 000
b) nieuwe velden winbaar geworden 1 300
Prijs mutatie  
c) herwaardering aardgas 6 000
winstrechten 2009 86 600

Toelichting bij de bovenstaande cijfers:

De afname van de winstrechten uit minerale reserves komt door een lagere gasvoorraad ultimo 2009. Deze afname wordt voor een deel gecompenseerd door een hogere olieprijs voor de jaren 2010 en 2011, waaraan de gasprijs is gekoppeld.

Prijsontwikkeling van de minerale reserves

Aan de raming van de minerale reserves ultimo 2009 liggen veronderstellingen voor een hogere olieprijs en dollarkoers in de jaren 2010 en 2011 ten grondslag. De onderstaande tabel laat deze veronderstellingen zien.

Tabel A1.2 Prijsveronderstellingen raming minerale reserves
  Staatsbalans2008 Staatsbalans 2009
Dollarkoers voor 2009 1,32 1,49
Dollarkoers voor 2010 1,32 1,49
Dollarkoers voor 2011–2033 1,45 1,45
     
Olieprijs voor 2009 44 77
Olieprijs voor 2010 44 77
Olieprijs voor 2011–2033 65 65

Volumemutatie minerale reserves

Ultimo 2009 was het volume van de aardgasvoorraad 46 miljard kubieke meter lager dan ultimo 2008. Deze afname is de resultante van twee tegenovergestelde bewegingen. Aan de ene kant nam de voorraad af met het gasverbruik in 2009. Aan de andere kant nam de voorraad toe door toename van de winbare velden. De onderstaande tabel laat de volumeontwikkeling zien.

Tabel A1.3. Ontwikkeling gasvolume(x miljarden kubieke meter)
1) Staatsbalansultimo 2008 1 157
   
2) Verbruik 2009 75
3) Toename winbare voorraad 29
4) Staatsbalansultimo 2009 (4=1–2+3) 1 111

A2 Overige niet-financiële activa

De rijkseigendommen zijn van zeer uiteenlopende aard. Het gaat bijvoorbeeld om:

– goederen van culturele aard, dit zijn de kunstwerken in de musea;

– gebouwen in bezit van de Staat. Deze gebouwen zijn te splitsen in:

• gebouwen in het buitenland, dit zijn de ambassades en ambtswoningen die in bezit zijn van de Staat;

• gebouwen die de Rijksgebouwendienst (RGD) in eigendom heeft onder burgerlijke rijksgebouwen. Dit zijn bijvoorbeeld de kantoorpanden van de ministeries die in rijkseigendom zijn;

• militaire gebouwen.

– militaire terreinen;

– landbouwgronden in eigendom van de Staat. Deze landbouwgronden zijn in bezit bij Rijksvastgoed en ontwikkelingsbedrijf (voorheen Domeinen), bij Bureau Beheer Landbouwgronden en Staatsbosbeheer.

– kanalen, rivierwerken, zee- en oeververbindingen, waterwegen, de Afsluitdijk, primaire waterkeringen en de Hogesnelheidslijn-Zuid;

– diverse vaartuigen, computers, inventaris, installaties, software (ook de roerende zaken van de baten-lastendiensten zijn hierin opgenomen).


De algemene principes van de waarderingsgrondslagen van niet financiële activa zijn als volgt:

De grondslag voor de bepaling van de afschrijving is voor iedere groep van activa de geschatte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met de restwaarde. De vaststelling van de gebruiksduur en de bepaling van de (rest)waarde geschieden steeds in overleg met deskundigen van de ministeries, waaronder deze activa ressorteren.

Op de uitgaven voor de verharding van wegen wordt in het jaar van investering 50% afgeschreven. Op gebouwen en waterbouwkundige werken bedragen de afschrijvingen 1% per jaar, waarbij rekening wordt gehouden met een geschatte residuwaarde. Op gronden wordt niet afgeschreven.

De goederen zijn conform ESR 1995 gewaardeerd tegen marktprijzen. In het merendeel van de gevallen is voor de benadering hiervan uitgegaan van de historische kostprijs. Deze worden door middel van indexcijfers herleid tot de vervangingswaarde. In sommige gevallen wordt om doelmatigheidsredenen een globale methode gehanteerd (kantoorinventarissen, bibliotheken, automatiseringsmiddelen, telefooncentrales, gereedschappen, e.d.).

Tabel A2.1 Mutatie in de overige niet-financiële activa in 2009(x € miljoen)
stand ultimo 2008 77 137
   
aankopen activa 2009 3 709
verkopen activa 2009 – 126
afschrijvingen activa 2009 – 1 913
herwaardering activa 2009 – 503
stand ultimo 2009 78 304

De samenstelling van het bedrag 78,3 miljard euro en de mutaties van de materiële activa zijn meer specifiek in tabel A2.2 weergegeven.

Tabel A2.2. Mutatie van de materiële activa naar belangrijkste gebruikers in 2009
(x € miljoen) Waarde per 31-12-2008 Investeringen – verkopen in 2009 Afschrijvingen in 2009 Herwaardering in 2009 Waarde per 31-12-2009
Ministerie van Defensie 3 082 351 458 37 3 012
Ministerie van Verkeer en Waterstaat 57 401 2 309 721 – 517 58 472
Ministerie van Landb. Natuur en Voedselkw. 1 643 – 38 0 20 1 625
Ministerie van Buitenlandse Zaken 520 46 66 17 517
Baten-lastendiensten 13 944 883 622 – 67 14 138
– waarvan burgerlijke rijksgebouwen 10 986 469 313 0 11 142
– waarvan rijksvastgoed en ontwik.bedr. 1 473 – 4 0 – 85 1 384
– waarvan diverse baten lasten diensten 1 485 418 309 18 1 612
Diversen 547 32 46 7 540
Totaal 77 137 3 583 1 913 – 503 78 304

Het bedrag 78,3 miljard euro per 31 december 2009 kan als volgt worden onderverdeeld naar onroerende en roerende goederen:

Tabel A2.3. Samenstelling van de materiële activa per 31 december 2009
Onroerende goederen   76 441
– Ministerie van Verkeer en Waterstaat 58 450  
– Burgerlijke rijksgebouwen 11 142  
– Ministerie van Defensie 3 012  
– Rijksvastgoed en Ontwikkelingsbedrijf 1 384  
– Landbouwgronden 1 625  
– Gebouwen buitenland 505  
– Baten-lastendiensten 323  
Roerende goederen   1 864
– Goederen van culturele aard 320  
– Baten-lastendiensten 1 289  
– Overige 255  
Totaal   78 304

B Vorderingen

B1 Chartaal geld en deposito’s

Tabel B1.1 Samenstelling van de balansbedragen Chartaal geld en deposito’s
(x € miljoen) 2008 2009
De Nederlandsche Bank N.V. 24 26
Overige saldi 622 55
Deposito U/G 2 500 0
Buy/Sellbacktransacties 966 308
Totaal 4 112 389

Toelichting op de post chartaal geld en deposito’s

De chartale en girale betaalmiddelen bestaan uit de saldi van De Nederlandsche Bank N.V. en de andere banken, zoals ABN AMRO, Rabobank, Fortis etc, ING bank, waar bij het Ministerie van Financiën op 31 december 2009 een saldo op de rekeningen staat. Verder worden er door het Agentschap van het ministerie van Financiën ook deposito’s zoals deposito’s u/g en buy/sellbacktransacties afgesloten op de geldmarkt.

Toelichting op de mutatie chartaal geld en deposito’s.

De post overige saldi is in 2009 afgenomen met 0,57 miljard euro. Deze afname wordt veroorzaakt door de afname van het saldo bij de ING bank en de ABN AMRO per 31 december 2009.

De stand van de buy/sellbacktransacties was in 2008 1 miljard euro. De (stand van de) buy/sellbacktransacties in 2008 was een onderdeel van de lening aan Fortis Bank Nederland. De stand per ultimo 2009 is 0,3 miljard euro.

Een buy en sellbacktransactie is een contante aankoop van een hoeveelheid stukken in combinatie met een gelijktijdig afgesloten termijnverkoop van dezelfde stukken (bijvoorbeeld staatsobligaties of DTC’s). In de tussenliggende periode wordt de facto een bedrag in de geldmarkt uitgezet, waarover een rentevergoeding wordt ontvangen.

De tijdelijk uitgezette gelden (deposito U/G) zijn in 2009 met 2,5 miljard euro afgenomen en zijn per ultimo 2009 nihil. Dit zijn leningen voor zeer korte termijn (1 dag tot enkele weken). De deposito’s worden gebruikt voor de dekking van de dagelijkse tekorten van de schatkist. Banken, overheden en grote bedrijven verstrekken elkaar deze deposito’s. De tarieven voor het in- en uitlenen van geld komen op de geldmarkt tot stand via contacten per telefoon en via elektronische systemen. Ter beperking van het kredietrisico bij deposito’s wordt alleen aan kredietwaardige partijen geld uitgeleend en is het uitgeleende bedrag per partij beperkt tot een maximum dat afhankelijk is van de kredietwaardigheid van de desbetreffende partij.

Tabel B1.2 Mutatie in chartaal geld en deposito’s in 2009(x € miljoen)
stand ultimo 2008 4 112
   
verkopen Buy/Sellbackgelden 2009 – 658
verkopen deposito’s en afname kasgelden 2009 – 3 065
stand ultimo 2009 389

In tabel B1.2 zijn de hierboven toegelichte mutaties uitgesplitst in verkopen Buy/Sellbackgelden (ca 0,6 miljard euro) en verkopen deposito’s en afname van kasgelden 2009 (3,1 miljard euro)

B2 Langlopende effecten

In 2009 worden er langlopende effecten in de staatsbalans opgenomen. Deze post omvat alle transacties in effecten m.u.v. aandelen (exclusief financiële derivaten) met een lange oorspronkelijke looptijd. Deze geven de houder het onvoorwaardelijke recht op een vast of contractueel vastgelegd variabel inkomen in geld in de vorm van couponbetalingen (rente). Het kan ook een afgesproken vast bedrag op een bepaalde datum of bepaalde data zijn dan wel vanaf een datum die bij de emissie is vastgelegd.

Tabel B2.1 samenstelling van de balansbedragen langlopende effecten
(x € miljoen) 2008 2009
– Alt-A Hypotheken portefeuille ING 0 15 546
– Mandatory convertible notes ANB AMRO (MCN) 0 530
Totaal 0 16 076

In 2009 is met ING een Illiquid Assets Back-up Facility (IABF) overeengekomen. Als gevolg daarvan is de Nederlandse Staat economisch eigenaar geworden van 80 procent van de Alt-A portefeuille van ING. Deze post is opgenomen onder B2 Lang lopende effecten. De opbouw van de balanswaarde per 31 december 2009 kan als volgt worden toegelicht7:

Tabel B2.2 Opbouw balanswaarde IABF 2009(€ miljoen)
Portefeuille (nominaal)   18 076
Voorziening IABF ( na verwerking resultaat 2009)   2 530
Balanswaarde Alt-A portefeuille   15 546

Tegenover deze portefeuille staat een verplichting van de Staat aan ING, die ultimo 2009 15 546 miljard euro bedroeg. Dit bedrag is opgenomen onder C5, langlopende leningen.

Daarnaast is er voor de IABF sprake van nog te ontvangen en nog te betalen bedragen, deze posten zijn opgenomen onder B7.a en C6.a.


Van de 2,6 miljard euro MCN’s is 530 miljoen euro geactiveerd op de Staatsbalans. De andere 2,07 miljard euro heeft conform ESR 1995 niet het karakter van een financiële transactie en is derhalve niet geactiveerd8.

Tabel B2.3 mutatie langlopende effecten 2009(x € miljoen)
stand ultimo 2008 0
   
toename lang lopende effecten 2009 16 076
stand ultimo 2009 16 076

B3 Financiële Derivaten

Vanaf 2007 worden de financiële derivaten in de staatsbalans opgenomen. Financiële derivaten zijn beleggingsinstrumenten die hun waarde ontlenen aan een ander goed. De voornaamste financiële derivaten die de Staat in bezit heeft, zijn renteswaps. Renteswaps worden ingezet uit hoofde van risicomanagement. Een renteswap is een overeenkomst tussen twee partijen waarmee gedurende de looptijd een vaste rente wordt geruild tegen een variabele rente. Daar alleen de rentedelen worden geruild, vindt er op het moment van afsluiten geen kasstroom plaats.

Tabel B3. Mutatie Financiële derivaten in 2009(x € miljoen)
stand ultimo 2008 1 935
   
mutatie Financiele derivaten 2009 – 2 151
stand ultimo 2009 – 216

Toelichting op de post mutatie financiële derivaten

Het bedrag van de per balansdatum 31 december 2009 uitstaande vordering uit hoofde van Financiële derivaten bedraagt 0,2 miljard euro negatief. De renteswaps hebben per ultimo 2009 een negatieve marktwaarde voor de Staat. De marktwaarde van een swap is de contante waarde van de toekomstige rentebetalingen en renteontvangsten.

B4 Verstrekte kortlopende leningen

Verstrekte kortlopende leningen omvatten alle verstrekte kredieten waarvan de oorspronkelijke looptijd maximaal één jaar en in uitzonderlijke gevallen maximaal twee jaar bedraagt.

Tabel B4.1 Samenstelling balansbedragen kortlopende leningen
(x € miljoen) 2008 2009
Overbruggingskrediet Fortis Bank Nederland Holding N.V. 34 000 0
College voor Zorgverzekeringen 8 589 13 635
Diverse leningen en rc RWTS en Sociale fondsen 3 247 5 420
Totaal 45 835 19 055

Toelichting op de post kortlopende leningen

De kortlopende leningen betreffen het overbruggingskrediet aan Fortis Bank Nederland Holding N.V., alle debetsaldi van de rekening-courant en de verstrekte leningen aan de RWT’s en Sociale Fondsen bij het ministerie van Financiën zoals geregeld in de Wet geïntegreerd middelenbeheer (Stb. 1997, nr. 908). Zie voor verdere uitleg bij onderdeel C4.

Het overbruggingskrediet van de Staat is door Fortis Bank Nederland Holding N.V. in 2009 geheel terugbetaald.

B4.2 Mutatie van de verstrekte kortlopende leningen(x € miljoen)
stand ultimo 2008 45 835
   
afname overbruggingskrediet Fortis BNH N.V. 2009 – 34 000
toename leningen en negatief rekening courantsaldo 2009 7 219
stand ultimo 2009 19 055

Toelichting op de post mutatie verstrekte kortlopende leningen

Deze post is ten opzichte van 2008 afgenomen met 26,7 miljard euro. Deze mutatie wordt veroorzaakt door de aflossing van het overbruggingskrediet aan Fortis en de toename van de negatieve rekening-courant-stand van het College van Zorgverzekeringen en diverse Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s).

B5 Verstrekte langlopende leningen

De verstrekte langlopende leningen worden onderverdeeld in diverse vorderingen en leningen aan Nederlandse ondernemingen in verband met deelnemingen. De verstrekte langlopende leningen omvatten alle verstrekte kredieten die niet het karakter dragen van deposito’s en waarvan de oorspronkelijke looptijd gewoonlijk langer is dan één jaar en in uitzonderlijke gevallen minimaal meer dan twee jaar.

Tabel B5.1 Samenstelling en mutatie Verstrekte langlopende leningen
(x € miljoen) 2008 2009
a. Diverse vorderingen    
– Studievoorschotten 13 636 15 375
– Lening ABP voor VUT fonds 1 100 500
– Voorschotten inzake landinrichtingprojecten 652 565
– Op derden te verhalen ruil- en herverkavelingskosten 388 383
– VorderingenDienst der Domeinen 828 694
– Vordering op ondernemingen aan wie risico-kapitaal verstrekt is voor de handel met ontwikkelingslanden 395 431
– Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden N.V. (inzake leningen aan diverse landen) 304 268
– Ontwikkelingskredieten aan industrie en handel 167 211
– Vordering op de Nederlandse Antillen en Aruba met betrekking tot het leninggedeelte van de ontwikkelingshulp 99 88
– Vordering op de Internationale Ontwikkelingsassociatie terzake van de special action account 14 13
– Leningen woningwetbouw 1 0
– Lening Railinfrabeheer 709 709
– Diverse vorderingen 1 732 1 830
Subtotaal 20 025 21 067
b. Leningen aan Nederlandse ondernemingen in verband met deelnemingen    
– FortisBank Nederland 9 375 7 825
– Internationale Nederlanden Groep N.V. 177 118
– Centrale Organisatie voor Radioactief Afval N.V. 18 18
– NIB Capital Bank N.V. 1 1
Subtotaal 9 571 7 962
Totaal generaal 29 596 29 029

a. Toelichting op de post diverse vorderingen

Het totaal van de verstrekte langlopende leningen is in 2009 met 0,5 miljard euro afgenomen. De diverse vorderingen zijn per saldo met 1 miljard euro toegenomen. Deze toename wordt voor een belangrijk deel verklaard door een toename van de studievoorschotten (1,7 miljard euro). In het afgelopen jaar is het aantal studerenden dat gebruik maakt van de leenfaciliteit sterk toegenomen. Daarnaast is er in 2009 0,6 miljard euro door het ABP terugbetaald voor de lening aan het VUT-fonds.

b. Toelichting op leningen aan Nederlandse ondernemingen in verband met deelnemingen

De leningen aan Nederlandse ondernemingen i.v.m. deelnemingen zijn met 1,55 miljard euro afgenomen.


In het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Financiën (IXB) zijn de kapitaalverstrekkingen aan ING, Aegon en SNS REAAL opgenomen onder de extracomptabele vorderingen. Echter volgens ESR 1995 methodologie, die bij de Staatsbalans dient te worden gevolgd, zijn dit geen vorderingen maar securities in de betreffende ondernemingen. Daarom zijn deze posten onder B6 a2, securities ING, Aegon en SNS opgenomen.

B5.2 Mutatie van de verstrekte langlopende leningen(x € miljoen)
stand ultimo 2008 29 596
   
toename lang lopende leningen 2009 984
afname lang lopende leningen aan FortisBank Nederland – 1 550
stand ultimo 2009 29 029

Toelichting op de post mutatie verstrekte langlopende leningen

Het overbruggingskrediet aan Fortis Bank Nederland is een langlopende lening van in totaal 7,8 miljard euro per ultimo 2009.

B6 Aandelen en overige deelnemingen

Deze post bestaat uit deelnemingen van de Staat in Nederlandse ondernemingen en deelnemingen in internationale instellingen. De securities van ING Bank N.V., Aegon N.V. en SNS Reaal NV zijn apart zichtbaar gemaakt in tabel B6.1 onder a2.

De post van in totaal 67,3 miljard euro kan als volgt worden gespecificeerd.

Tabel B6.1 Samenstelling aandelen, securities en overige deelnemingen
(x € miljoen) 2008 2009
a1. Deelnemingenin Nederlandse ondernemingen    
– De Nederlandsche Bank N.V. 17 753 19 425
– Fortis Bank NL Holding/Fortis verz NL/Fortis FBN Pref. Inv. 16 800 0
– Fortis Bank Nederland NV 0 4 084
– ASR Nederland NV 0 432
– Prorail B.V. 14 464 14 414
– RFS Holdings B.V. 6 540 4 769
– N.V. Nederlandse Gasunie 5 443 5 531
– N.V. NS Groep 4 109 4 249
– N.V. Luchthaven Schiphol 2 063 2001
– N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 1 027 990
– Tennet TSO B.V. 646 656
– Havenbedrijf Rotterdam 616 463
– N.V. Westerscheldetunnel 609 0
– Ultra-Centrifuge Nederland N.V. 286 233
– Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. 229 124
– Nederlandse Waterschapsbank N.V. 188 180
– Energiebeheer Nederland B.V. 162 160
– Connexxion N.V. 66 50
– Overige deelnemingen 1 023 1 192
Subtotaal 72 024 58 953
a2. SecuritiesING, Aegon, SNS    
– ING Bank N.V. 10 000 5 000
– Aegon N.V. 3 000 2000
– SNS Reaal N.V. 750 565
Subtotaal 13 750 7 565
b. Deelnemingenin internationale instellingen    
– Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling 190 184
– Europese Investeringsbank 369 369
– Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling 130 130
– Aziatische Ontwikkelingsbank 27 28
– Afrikaanse Ontwikkelingsbank 17 18
– Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank 10 11
– Internationale Financieringsmaatschappij 40 39
– Multilateraal Agentschap voor Investeringsgaranties 6 5
– Inter-Amerikaanse Investeringsmaatschappij 7 8
Subtotaal 796 792
Totaal generaal 86 570 67 310

a. Toelichting op de post deelnemingen en securities in Nederlandse ondernemingen

De deelnemingen en securities zijn gewaardeerd tegen de intrinsieke waarde (alle bezittingen van een onderneming minus alle schulden die er zijn, dit is het eigen vermogen van een onderneming). De intrinsieke waarde wordt berekend aan de hand van de gepubliceerde jaarrekeningen van vorig jaar van de desbetreffende onderneming, voor de Staatsbalans 2009 is dat dus de jaarrekening 2008.

Bij de eerste opname van deze deelnemingen in de Staatsbalans wordt er gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs en in het jaarverslag daarna tegen boekwaarde van het eigen vermogen. Het verschil tussen de verkrijgingsprijs en de netto vermogenswaarde komt ten gunste of ten laste van het netto staatsvermogen. Bij vervreemding van deelnemingen komt het verschil tussen de balanswaarde en de opbrengst ten gunste dan wel ten laste van het netto staatsvermogen. Op de deelnemingen zijn de nog openstaande stortingsverplichtingen in mindering gebracht.

Op het moment van het opstellen van de staatsbalans zijn niet alle jaarverslagen 2009 van de Nederlandse deelnemingen gepubliceerd. Om deze reden is, evenals in voorgaande jaren, besloten om de deelnemingen te waarderen tegen de waarde ultimo 2008. Alleen aankopen die in 2009 hebben plaatsgevonden worden opgenomen tegen verkrijgingsprijs. Verkopen die in 2009 hebben plaatsgevonden worden ook meegenomen. De mutaties in de waardering van de deelnemingen, die voortvloeien uit de publicaties van de jaarverslagen 2009, worden meegenomen in de staatsbalans van volgend jaar.

Het relatieve belang van de staatsdeelnemingen wordt gepubliceerd op de website van het ministerie van Financiën9.

De afname van 19,3 miljard euro in 2009 ten opzichte van 2008 van de deelnemingen en securities in Nederlandse ondernemingen kan als volgt worden gespecificeerd:

Tabel B6.2 Mutatie van de deelnemingen en securities in Nederlandse ondernemingen (x € miljoen)
Volumeveranderingen:   – 7 506
– FortisCorp. Ins. Verkoop in 2009 – 350  
– ING Bank N.V. – 5 000  
– Westerscheldetunnel verkoop in 2009 – 971  
– Aegon N.V. – 1 000  
– SNS Reaal N.V. – 185  
     
Waardeveranderingen:   – 14 055
– FortisBank NL Holding/Fortis verz NL/Fortis FBN Pref. Inv./RFS Holding – 14 055  
     
Netto toename van de reserves:   2 301
– De Nederlandsche Bank N.V. 1 672  
– Overige 629  
Totaal   – 19 260

Toelichting op de mutatie van deelnemingen en securities in Nederlandse ondernemingen:

– de Staat heeft de deelnemingen in Fortis Bank Nederland Holding NV/Fortis verzekeringen Nederland NV/Fortis Corporate Insurance NV/Fortis FBN(H) Preferred Investments BV en RFS Holding BV in 2008 gekocht. Voor de waardering staatsbalans 2009 is zoals gebruikelijk de waardering op boekwaarde EV gehanteerd. De waardering vindt plaats n.a.v. de jaarcijfers van 2008, zie voor verdere toelichting hieronder.

– de Staat heeft in 2008 securities in ING Bank N.V., Aegon N.V. en SNS Reaal N.V. gekocht. Van deze securities is in 2009 in totaal 6,2 miljard euro afgelost door de instellingen.

– de reserves van de deelnemingen zijn met een totaal van 2,3 miljard euro toegenomen. Een groot gedeelte van deze toename wordt verklaard door de toename (1,6 miljard euro) van de reserve van De Nederlandsche Bank.


De kapitaalverstrekkingen aan ING, Aegon en SNS REAAL moeten volgens ESR 1995 methodologie onder securities worden verantwoord.

Toelichting staatsdeelnemingen in Fortis Bank Nederland NV, RFS Holdings en securities in 2009

Op 3 oktober 2008 heeft de Staat een deelneming genomen in de Nederlandse activiteiten van Fortis, inclusief ABN AMRO. Concreet verwierf de Staat een 97,8 procent-belang in Fortis Bank Nederland (FBN)10, een 100 procent belang in ASR Nederland NV (ASR)11, en een 100 procent belang in Fortis Corporate Insurance NV (FCI). Voor deze aandelen is een prijs betaald van 16,8 miljard euro. Deze deelnemingen zijn in het FJR 2008 opgenomen op de Staatsbalans als één pakket («Deelneming Fortis Bank Nederland/AA») tegen de verkrijgingsprijs van 16,8 miljard euro.


Daarnaast heeft de Staat op 24 december 2008 het door FBN aangehouden 33,8-procent-belang in RFS Holdings BV (RFS) (het door Fortis Bank Nederland gekochte deel van ABN AMRO) overgenomen. Dit is verrekend tegen langlopend vreemd vermogen, uitgegeven door de Staat ad 6,54 miljard euro. Zo ontstond er een «separate» staatsdeelneming, RFS Holding BV. Het belang in RFS is (naast het eerder genoemde pakket Fortis Bank Nederland/AA) in het FJR 2008 opgenomen in de staatsbalans tegen de verkrijgingsprijs van 6,54 miljard euro («Deelneming RFS/AA»).


Het totaal aan deze deelnemingen in de financiële sector, verkregen in 2008, is op de Staatsbalans 2008 (FJR 2008) dus gewaardeerd tegen een totale verkrijgingsprijs van 23,34 miljard euro (16,8 miljard euro voor Fortis Bank Nederland/AA, ASR en FCI, en 6,54 miljard euro voor RFS/AA). Dit is de waardering per 31 december 2008.


Gedurende het jaar 2009 hebben zich verschillende gebeurtenissen voorgedaan die invloed hebben op het eigen vermogen van het pakket Fortis Bank Nederland/AA. Ten eerste is FCI in 2009 verkocht voor een bedrag van 350 miljoen euro. Ten tweede heeft er bij Fortis Bank Nederland een kapitaalconversie plaatsgevonden, hetgeen een verhoging van het eigen vermogen is van Fortis Bank Nederland ad 1,35 miljard euro (en waarbij de uitstaande leningen aan Fortis Bank Nederland met hetzelfde bedrag is afgenomen).


Wanneer de deelnemingen in de financiële sector naar verkrijgingsprijs plus kapitaalversterkingen per ultimo 2009 worden aangepast, betekent dit een waardering van 24,34 miljard euro (23,34 miljard euro per ultimo 2008, minus 350 miljoen euro verkoop FCI, plus 1,35 miljard euro kapitaalverstrekking). Overigens is opgemerkt dat met de kapitaalconversie bij FBN de totale omvang van de uitstaande leningen van de Staat aan FBN met hetzelfde bedrag is gereduceerd. Deze aanpassing van de verkrijgingsprijs per ultimo 2009 wordt gebruikt in de saldibalans (in zowel bijlage 2 van het FJR 2009 als de saldibalans van IXB 2009) en in de Monitor Financiële Interventies (bijlage 5 van het FJR 2009). Voor de Staatsbalans geldt echter een andere waardering, hetgeen hierna wordt uitgelegd.


Conform de bestendige gedragslijn van de waardering in de Staatsbalans (en binnen de kaders van ESR 1995) worden deelnemingen in het tweede jaar gewaardeerd tegen boekwaarde eigen vermogen (BW EV). Bij het verschijnen van het Financieel Jaarverslag van het Rijk zijn nog niet alle jaarverslagen van de deelnemingen beschikbaar en daarom wordt in het FJR (over jaar t) steeds volstaan met de BW EV van een jaar eerder (ultimo t-1) voor deelnemingen in niet-beursgenoteerde organisaties. Voor de betreffende deelnemingen in de financiële sector betekent dit dat er per FJR 2009 moet worden aangepast van waardering tegen verkrijgingsprijs naar waardering tegen BW EV. Concreet betekent dit dat er wordt gekeken naar de in bezit zijnde belangen per ultimo 2009, welke vervolgens worden gewaardeerd tegen de BW EV per ultimo 2008.


Om de aansluiting bij de jaarverslagen van de afzonderlijke entiteiten mogelijk te maken, wordt de eerder gehanteerde pakketbenadering («Fortis Bank Nederland/AA» als paraplu voor FBN, ASR en FCI) losgelaten. In tabel 5.3 wordt inzichtelijk gemaakt hoe de aanpassing van de waardering in de praktijk uitpakt.

Tabel 5.3 Aanpassing waardering tussen FJR 2008 en FJR 2009
(x € miljard) FJR 2008 BW EV Jaarverslagen 2008 Mutaties EV gedurende 2009 FJR 2009
  Verkrijgingprijs en pakketbenadering     Boekwaarde Eigen Vermogen zonder pakketbenadering
Fortis/AA 16,8    
– wv FBN* 2,73 1,35 4,08
– wv ASR 0,43   0,43
– wv FCI**   – 0,35 N.v.t.
RFS/AA        
– wv. RFS Holdings 6,54 4,769 0 4,769
Totaal 23,34   1,00 9,285

* FBN boekwaarde Eigen Vermogen gecorrigeerd voor boekwaarde eigen vermogen FPI waarin de Staat alleen zeggenschap heeft. Plus bedrag kapitaalconversie € 1,35 mld

** FCI is in 2009 verkocht aan Amlin Plc. ad € 350 mln.


Deze deelnemingen stonden in 2008 voor in totaal 23,34 miljard euro op de Staatsbalans en in 2009 voor 9,29 miljard euro. Deze afname van bijna 14 miljard euro zegt echter niets over de toekomstige verkoopprijs van de betreffende deelnemingen. De aanschafwaarde reflecteerde de marktprijs op het moment van aankoop. De boekwaarde van het eigen vermogen zoals nu is gehanteerd, zegt (juist bij financiële instellingen) weinig over de marktprijs die bij verkoop gerealiseerd zal worden. Het is van belang om in ogenschouw te houden dat deze aanpassing samenhangt met de voor de Staatsbalans gebruikelijke waarderingsmethode, en dat deze is opgesteld om waarderingsproblemen met niet-beursgenoteerde deelnemingen (deelnemingen waar geen marktprijs van voorhanden is) te voorkomen. Benadrukt moet worden dat deze waardering dus geen verband houdt met de verwachte opbrengst bij verkoop: bijvoorbeeld de toekomstige winstgevendheid, die bij een verkoop tot uitdrukking komt in de prijs blijft in deze waardering buiten beschouwing. Het bedrag waar bij verkoop naar gestreefd wordt, is aanschafprijs inclusief alle kapitaalversterkingen.

Toelichting waardering securities ING Bank N.V., Aegon N.V., SNS REAAL N.V.:

Met betrekking tot de kredietcrisis zijn er aan Aegon, ING, en SNS Reaal in aandelen converteerbare securities verstrekt in het kader van kapitaalinjecties door de Staat. De securities zijn op aanschafwaarde gewaardeerd, verminderd met de aflossingen die er in 2009 hebben plaatsgevonden. Er is hier voor waardering van de securities op aanschafwaarde gekozen omdat het hier gaat om tijdelijke kapitaalverstrekkingen.

b. Toelichting op deelnemingen in internationale instellingen

De bedragen van deze deelnemingen zijn opgenomen voor de nominale waarde.

Het betreft een categorie activa in vreemde valuta, waarvan de balanswaarde wordt omgerekend naar Euro’s met behulp van de koersen van de desbetreffende valuta per balansdatum 31 december 2009.

B7 Handelskredieten en transitorische posten

Tabel B7.1 geeft inzicht in de samenstelling van de handelskredieten en transitorische posten. Vervolgens wordt per post een toelichting gegeven op de verschillende balansbedragen.

Tabel B7.1 Samenstelling balansbedragen handelskredieten en transitorische posten:
(x € miljoen) 2008 2009
a. Overlopende activa 7 497 5 180
b. Vorderingen uit hoofde van contracten e.d., waartegenover verplichtingen staan 10 638 10 634
c. Vorderingenverband houdende met vooruitbetalingen inzake langlopende projecten 1 310 1 210
d. Overige vorderingen 13 037 18 827
Totaal 32 482 35 851

a. Overlopende activa

Tabel B7.2 Samenstelling van de overlopende activa
(x € miljoen) 2008 2009
Inkomstenuit aardgas NAM 3 376 696
Inkomsten uit aargas EBN 504 240
Vordering IJslandse DGS 1 300 1 403
Nog te ontvangen rente vlottende schuld/leningen 277 299
Nog te ontvangen bedragen IABF 0 342
Vordering NIBC Bank NV/Leaseplan Corp. NV 30 0
Diverse vorderingen 2 010 2 200
Totaal 7 497 5 180

Toelichting op de post overlopende activa

Onder overlopende activa worden baten gerubriceerd, die zijn toegerekend aan de verslagperiode, maar waarvan de feitelijke ontvangst valt in een andere verslagperiode.

In het jaarverslag van begrotingshoofdstuk IXB is de vordering op IJslandse Depositio Garantiestelsel (DGS) onder de extra comptabele vorderingen. Echter volgens ESR 1995 methodologie vallen deze posten onder de overlopende transitoria, daarom zijn deze posten hier in de Staatsbalans opgenomen onder B7.a.

Tabel B7.3 Mutatie van de overlopende activa(x € miljoen)
stand ultimo 2008 7 497
   
afname inkomstenuit aardgas 2009 – 2 944
toename vordering IJslandse DGS 2009 103
toename te ontvangen bedragen vlottende schuld/leningen 334
toename diverse vorderingeno.a. van baten lasten diensten 2009 190
stand ultimo 2009 5 180

Toelichting bij de post mutatie overlopende activa:

– de inkomsten uit aardgas NAM en EBN zijn ontvangsten die nog betrekking hebben op het jaar 2009 en die pas in het jaar 2010 binnen gaan komen. De grote afname in 2009 ten opzichte van 2008 wordt veroorzaakt doordat er eind 2008 een grote eindafrekening uitstond met de NAM, dit was het gevolg van zeer sterk gestegen gasprijzen in de loop van 2008. Een dergelijk effect is er ultimo 2009 niet meer, er is nu zelfs sprake van een enigszins tegenovergesteld effect door de in 2009 gedaalde aardgasprijzen.

– de Nederlandse Staat heeft de uitkeringen uit hoofde van het IJslandse Deposito Garantie Stelsel aan depositohouders bij het Nederlandse bijkantoor van de IJslandse bank Landsbanki (Icesave) voorgefinancierd. Als gevolg hiervan is er een vordering ontstaan op het IJslandse DGS. De hoofdsom bedraagt 1 329 miljoen euro en de rente is 74 miljoen euro. De onderhandelingen met IJsland over de hoogte van de rente zijn nog niet afgerond.

– De post te ontvangen rente betreft hoofdzakelijk nog te ontvangen rente op de vlottende schuld.

– In de balans 2009 van de Illiquid Assets Back-up Facility (IABF) is voor 342 miljoen euro aan nog te ontvangen bedragen opgenomen. Aan de creditzijde, onder C6.a, staat eenzelfde bedrag aan nog te betalen bedragen. Zie voor verdere uitleg bij B2, langlopende effecten.

– de post diverse vorderingen bestaat uit de vorderingen die de ministeries hebben op derden. Een grote post (€ 537 miljoen) is hier Justitie met de vorderingen die voortvloeien uit de batenlastendienst Centraal Justitieel Incasso Bureau. Deze vorderingen betreffen voornamelijk de strafrechtelijke boetes, de vorderingen Mulderfeiten en de vorderingen ontnemingszaken.

b. Vorderingen uit hoofde van contracten e.d., waar tegenover verplichtingen staan

Het onderdeel vorderingen uit hoofde van contracten e.d., waar tegenover verplichtingen staan, zijn de opgenomen bedragen van langlopende contracten inzake aanschaf van duurzame activa en de uit te voeren werken. De posten B7.b en C6.b bestaan uit twee onderdelen, namelijk vorderingen van het Ministerie van Defensie (5,7 miljard euro) en vorderingen van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (4,9 miljard euro).

c. Vorderingen verband houdende met vooruitbetalingen inzake langlopende projecten

De reeds gedane uitgaven inzake langlopende projecten zijn op de posten B7.b en C6.b in mindering gebracht en opgenomen onder post B7.c.

d. overige vorderingen

Tabel B7.4 Samenstelling van de overige vorderingen
(x € miljoen) 2008 2009
Vordering belastingdienst 11 926 17 399
Metaalwaarde munten in omloop 26 24
Centrale inning van lesgelden 110 119
Diverse vorderingen 975 1 285
Totaal 13 037 18 827

Toelichting bij de post overige vorderingen

Onder overige activa zijn de bedragen opgenomen, die niet overlopend zijn of niet onder andere specifieke omschreven balanshoofden gerubriceerd kunnen worden, zoals saldi van nog te verrekenen posten in het betalingsverkeer.

Tabel B7.5 Mutatie van de overige vorderingen(x € miljoen)
stand ultimo 2008 13 037
   
toename belastingvordering 2009 5 473
toename diverse vorderingenministeries 2009 317
stand ultimo 2009 18 827

Toelichting bij de post mutatie overige vorderingen:

– de vordering op de belastingdienst zijn de belastingen die in januari 2010 zullen worden ontvangen maar volgens ESR nog moeten worden toegerekend aan december 2009. Deze post is in 2009 ten opzichte van 2008 met 5,5 miljard euro toegenomen. Dit wordt veroorzaakt door de crisismaatregel rond de BTW. Door deze maatregel zijn bedrijven die normaal de BTW aangifte per maand deden, de aangifte per kwartaal gaan doen. Deze aangifte gebeurt na afloop van het kwartaal en geeft in januari 2010 nog 5,5 miljard euro aan inkomsten over 2009.

– de metaalwaarde van de munten in omloop is gelijk gebleven, zie voor verdere uitleg bij C1.

– de centrale inning van lesgelden is in 2009 gelijk gebleven.

– de diverse vorderingen zijn de nog te ontvangen betalingen van derden door de ministeries. Deze post is in 2009 met 0,3 miljard euro toegenomen.

C Schulden

C1 Chartaal geld en deposito’s

Tabel C1.1 Samenstelling van chartaal geld en deposito’s
(x € miljoen) 2008 2009
Munten in omloop 614 526
Sell/buybacktransacties 410 878
Totaal 1 024 1 404

Toelichting op de post chartaal geld en deposito’s

De post chartaal geld en deposito’s is in 2009 in totaal met 380 miljoen euro toegenomen. Deze post omvat de nominale schuld uit hoofde van in circulatie gebrachte munten en de sell/buybacktransacties.

Een sell/buybacktransactie is een verkoop van een hoeveelheid stukken in combinatie met een gelijktijdig afgesloten termijnaankoop van dezelfde stukken (bijvoorbeeld staatsobligaties of DTC’s). In de tussenliggende periode wordt de facto een bedrag in de geldmarkt opgenomen, waarover een rentevergoeding wordt betaald.

Bij de in circulatie gebrachte munten is het bedrag exclusief de munten in handen van De Nederlandsche Bank N.V. en de munten van de Staat in het muntdepot. Niet geconsolideerd is er voor de munten in de kassen van de ministeries. Deze maken deel uit van balanspost B1 Chartaal geld en deposito’s.

Met de toepassing van het ESR 1995 zijn de verzamelaarsmunten niet langer als schuld opgenomen. De metaalwaarde van de munten, in deze post opgenomen, is op de balans opgenomen onder B7.d.

Tabel C1.2 Mutatie van chartaal geld en deposito’s(x € miljoen)
stand ultimo 2008 1 024
   
afname munten in omloop 2009 – 88
toename sell/buybackstransacties 2009 468
stand ultimo 2009 1 404

Toelichting op de post mutatie chartaal geld en deposito’s

De sell/buybacktransacties zijn in 2009 met 468 miljoen euro toegenomen ten opzichte van 2008.

C2 Kortlopende waardepapieren

Tabel C2.1 Samenstelling van de kortlopende waardepapieren
(x € miljoen) 2008 2009
Dutch Treasury Certificates 69 478 52 106
Commercial Paper 14 257 5 459
Totaal 83 735 57 565

Toelichting op de post kortlopende waardepapieren

Onder de kortlopende waardepapieren vallen de Dutch Treasury Certificates (DTC’s) en de Commercial Papers (CP’s). De totale afname van deze post betreft 26,2 miljard euro.

Tabel C2.2 Mutatie van de kortlopende waardepapieren(x € miljoen)
stand ultimo 2008 83 735
   
afname Dutch Treasury Certificates 2009 – 17 372
afname Commercial Paper 2009 – 8 798
stand ultimo 2009 57 565

Toelichting op de post mutatie kortlopende waardepapieren

Het bedrag van de per balansdatum 31 december 2009 uitstaande schuld uit hoofde van DTC’s bedraagt 52,1 miljard euro. In de balans is de disconto van de schuld in mindering gebracht.

DTC’s zijn kortlopend schatkistpapier dat de Staat gebruikt om een deel van de financieringsbehoefte op te vangen. De DTC’s worden vooral gebruikt om een groot negatief schatkistsaldo, dat zich over een periode van meerdere maanden voordoet, te dekken. Meestal hebben deze een looptijd van 3 tot 12 maanden. De omvang van ieder programma wordt afgestemd op de ontwikkeling van het schatkistsaldo. DTC’s worden uitgegeven en verhandeld op discontobasis. Dit houdt in dat ze door de Staat worden geveild tegen minder dan 100% van de hoofdsom die aan het einde van de looptijd wordt afgelost. Het verschil tussen aankoopwaarde en hoofdsom vertegenwoordigt voor de belegger het behaalde rendement. Voor de Staat is dit verschil het betaalde rendement, ofwel de kosten die worden gemaakt voor het lenen van geld.


Het bedrag van de per balansdatum 31 december 2009 uitstaande schuld uit hoofde van Commercial Papers (CP’s) bedraagt 5,5 miljard euro. In de balans is de disconto van de schuld in mindering gebracht.

Sinds 2007 (stand per 31 december 2007 was 0) maakt het Agentschap van het Ministerie van Financiën ook gebruik van CP’s. Dit zijn schuldbewijzen met een korte looptijd, variërend van een week tot enkele maanden, die worden ingezet om tijdelijke kastekorten van het rijk te financieren. CP is een geldmarktinstrument dat wordt uitgegeven en verhandeld op discontobasis. CP kent flexibele uitgiftemomenten en looptijden. CP dient als «brug» tussen de kortlopende deposito’s en de langer lopende DTC’s.

C3 Staatsobligaties

Tabel C3.1 Samenstelling van de staatsobligaties
(x € miljoen) 2008 2009 Verschil
1. Waardering tegen marktprijs 209 403 223 435 14 032
2. Waardering tegen nominaal 198 520 211 809 13 289
3. Verschil (1–2) 10 883 11 626 743

Toelichting op de post staatsobligaties

De staatsobligaties zijn conform ESR 1995 gewaardeerd tegen marktprijzen.

De waardeverandering van ruim 14 miljard euro is opgebouwd uit een volumecomponent van 13,3 miljard euro en een prijscomponent van 0,7 miljard euro. Om in 2009 te voorzien in de financeringsbehoefte van de Staat is een groter beroep op de kapitaalmarkt gedaan. Hierdoor is de omvang van de staatsobligaties gestegen met 13,3 miljard euro (volumecomponent). De prijsmutatie heeft geen gevolgen voor de EMU-schuld. De EMU-schuld luidt in ESR-categorieën, doch uitdrukkelijk is bepaald dat voor de excessieve-tekortenprocedure over de schuld in nominale termen gerapporteerd dient te worden. Voor de EMU-schuld is dus het bedrag van 211,8 miljard euro relevant.

C4 kortlopende leningen

Tabel C4.1 Samenstelling van de kortlopende leningen
(x € miljoen) 2008 2009
Deposito O/G 3 990 3 096
Collaterals 2 012 1 062
Uitvoering Werknemersverzekeringen 11 463 9 988
Sociale Verzekeringsbank 1 828 1 860
Investeringsfaciliteit voor Oost Europa 114 112
Diverse deposito’s en rc RWT’s 5 063 3 953
Totaal 24 469 20 071

Toelichting op de post kortlopende leningen

Kortlopende leningen omvatten alle ontvangen kredieten waarvan de oorspronkelijke looptijd maximaal één jaar, en in uitzonderlijke gevallen maximaal twee jaar bedraagt. Hieronder vallen deposito’s O/G, rekening courantkredieten, voorschotten en voorfinancieringen.

Tabel C4.2 Mutatie van de kortlopende leningen(x € miljoen)
stand ultimo 2008 24 469
   
afname deposito 2009 – 894
afname collaterals 2009 – 950
afname positief rekening courantsaldo 2009 – 2 554
stand ultimo 2009 20 071

Toelichting op de post mutatie kortlopende leningen

De tijdelijk opgenomen gelden (deposito O/G) zijn in 2009 ten opzichte van 2008 afgenomen met 0,9 miljard euro. Dit zijn leningen voor zeer korte termijn (1 dag tot enkele weken). De deposito’s worden gebruikt voor de dekking van de dagelijkse tekorten van de schatkist. Banken, overheden en grote bedrijven verstrekken elkaar deze deposito’s. De tarieven voor het in- en uitlenen van geld komen op de geldmarkt tot stand via contacten per telefoon en via elektronische systemen.


De waarde van de collaterals is in 2009 ten opzichte van 2008 met 1 miljard euro afgenomen. Collaterals zijn onderpanden (geld) die bij het agentschap van het ministerie van Financiën worden afgegeven als dekking voor positieve markwaarde van derivaten.


De rekening-courantstanden met een credit saldo (tegoed) op de rekening-courant en uitgezette deposito’s staan onder de post kortlopende leningen. De Rwt’s en sociale fondsen met een debet saldo (tekort) van de rekening-courant staan onder B4.

In 1998 is de Wet geïntegreerd middelenbeheer in werking getreden. Gevolg hiervan is dat de Sociale Verzekeringsbank, de Uitvoering Werknemersverzekeringen en het College voor zorgverzekeringen geen zelfstandig middelenbeheer meer voeren. Dit middelenbeheer, ook wel schatkistbankieren genoemd, is geïntegreerd in de schatkist door middel van een rekening-courant verhouding. Uit dien hoofde is ultimo 2009 een schuld opgenomen aan de Uitvoering Werknemersverzekeringen van per saldo circa 10 miljard euro. De schuld aan de Sociale Verzekeringsbank bedraagt 1,9 miljard euro.

C5 Langlopende leningen

Tabel C5.1 Samenstelling van de langlopende leningen
(x € miljoen) 2008 2009
Verplichting Alt-A hypothekenportefeuille ING 0 15 546
Onderhandse Floating Rate Note (FRN) lening voor Fortis 10 000 10 000
Onderhandse Staatsleningen 1 432 1 395
Div. voorfinancieringen via V&W 33 12
Overige 190 226
Totaal 11 655 27 179

Toelichting op de post langlopende leningen

De verstrekte langlopende leningen omvatten alle verstrekte kredieten die niet het karakter dragen van deposito’s en waarvan de oorspronkelijke looptijd gewoonlijk langer is dan één jaar en in uitzonderlijke gevallen minimaal meer dan twee jaar. Hieronder vallen de verplichting Alt-A hypothekenportefeuille ING (zie voor verdere uitleg over dit onderwerp bij onderdeel B2), onderhandse lening voor Fortis, onderhandse staatsleningen en diverse langlopende rekening-courantkredieten.

Tabel C5.2 Mutatie van de langlopende leningen(x € miljoen)
stand ultimo 2008 11 655
   
toename Alt-A hypothekenportefeuille ING 2009 15 546
afname onderhandse staatsleningen 2009 – 58
toename overige langlopende leningen 2009 36
stand ultimo 2009 27 179

Toelichting op de post langlopende leningen

Conform ESR 1995 zijn de onderhandse staatsleningen tegen de nominale waarde gewaardeerd. De balansmutatie betreft voornamelijk aflossingen. De Staat heeft direct geld geleend bij geldgevers en de afspraken over deze leningen zijn onderling gemaakt.

De overige leningen op lange termijn zijn in 2009 toegenomen met 36 miljoen euro.


De post Onderhandse Floating Rate Notes (FRN) is de onderhandse lening die geplaatst is bij Fortis Bank SA/NV (Brussel) om een deel van het overbruggingskrediet dat de Staat aan Fortis Bank Nederland verstrekt heeft te financieren.


De post diverse voorfinancieringen via V&W zijn de langlopende leningen die het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft gekregen van derden. Er is van Stichting Geluidsisolatie Schiphol 9,3 miljoen euro en van NV Luchthaven Schiphol 2,7 miljoen euro geleend. Deze leningen zijn verstrekt als voorfinanciering van de isolatiekosten Schiphol. De overige leningen zijn, van de Wet geïntegreerd middelenbeheer deelnemers, rekening-courant tegoeden die in de schatkist voor langere periode worden aangehouden.

C6 Handelskredieten en transitorische posten

Tabel C6.1 geeft inzicht in de samenstelling van de handelskredieten en transitorische posten. Vervolgens wordt per post een toelichting gegeven op de verschillende balansbedragen.

Tabel C6.1 Samenstelling van de handelskredieten en de transitorische posten
(x € miljoen) 2008 2009
a. Overlopende passiva 8 963 9 662
b. Verplichtingen uit hoofde van contracten e.d., waartegenover vorderingenstaan 10 638 10 634
c. Overige schulden 1 169 991
Totaal 20 770 21 287

a. Overlopende passiva

Tabel C6.2 Samenstelling van de overlopende passiva
(x € miljoen) 2008 2009
Lopende interest van de staatsschuld 5 480 5 702
Commissie van de Europese Gemeenschappen 928 621
Te betalen rente vlottende schuld 0 110
Nog te betalen bedragen IABF 0 342
Diverse schulden 2 555 2 887
Totaal 8 963 9 662

Toelichting op de post overlopende passiva

Onder overlopende activa zijn lasten gerubriceerd, die zijn toegerekend aan de verslagperiode, maar waarvan de feitelijke betaling valt in een andere verslagperiode. Toelichting bij de post overlopende passiva:

Tabel C6.3 Mutatie van de overlopende passiva(x € miljoen)
stand ultimo 2008 8 963
   
toename lopende interest van de staatsschuld 2009 221
afname rekening courant Comm. van de Eur. Gem. 2009 – 307
toename te betalen bedragen o.a. rente 2009 452
toename diverse schulden van o.a. de baten lasten diensten 2009 332
stand ultimo 2009 9 662

Toelichting op de post mutatie overlopende passiva

– lopende interest van de staatsschuld zijn de rentekosten die al in de uitgaven van 2009 van begrotingshoofdstuk IXA zijn opgenomen maar nog in 2010 betaald moeten worden.

– de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft bij het ministerie van Financiën een rekening-courant waar hun tegoed bij de Nederlandse Staat wordt aangehouden.

– De rente die in 2010 nog betaald moet worden over het vlottende gedeelte van de schuld.

– In de balans 2009 van de Illiquid Assets Back-up Facility (IABF) is voor 342 miljoen euro aan nog te betalen bedragen opgenomen. Aan de debetzijde, onder B7.a staat eenzelfde bedrag aan nog te ontvangen bedragen. Zie voor verdere uitleg bij B2, langlopende effecten.

– het saldo van de post diverse schulden bestaat voornamelijk uit de korte termijn schulden van de batenlasten diensten.

b. Verplichtingen uit hoofde van contracten e.d., waartegenover vorderingen staan

Voor een toelichting wordt verwezen naar balanspost B7.b.

c. overige schulden

Tabel C6.4 Samenstelling van de overige schulden
(x € miljoen) 2008 2009
Diverse schulden 1 169 991
Totaal 1 169 991

Toelichting op de post overige schulden

De post «overige schulden» is in 2009 in totaal 178 miljoen euro afgenomen. Onder overige passiva zijn de bedragen opgenomen, die niet overlopend zijn of niet onder andere specifieke omschreven balanshoofden gerubriceerd kunnen worden, zoals saldi van nog te betalen posten.

Tabel C6.5 Mutatie van de overige schulden(x € miljoen)
stand ultimo 2008 1 169
   
afname diverse schulden ministeries 2009 – 178
stand ultimo 2009 991

Toelichting op de post mutatie overige schulden

– De diverse schulden bestaan uit de ontvangsten buiten begrotingsverband van de ministeries. De afname in 2009 wordt veroorzaakt minder ontvangsten buiten begrotingsverband bij diverse ministeries.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Tabel C7 Niet uit de balans blijkende verplichtingen
(x € miljoen) 2008 2009
a. Militaire pensioenen 7 100 6 800
b. vakantieaanspraak ambtenaren 263 279
Totaal 7 363 7 079

In aansluiting op ESR 1995 zijn de posten schulden militaire pensioenen en vakantieaanspraak ambtenaren niet op de Staatsbalans opgenomen en worden ze hier afzonderlijk opgenomen.

Overzicht Garanties

Garantieoverzicht uitstaand risico (x 1000 euro)
Hoofd- stuk Omschrijving Risico ultimo 2008 Verleende garanties 2009 Vervallen garanties 2009 Risico ultimo 2009
Garantie op kredieten        
VII Politiegaranties 681 925 489 050 0 1 170 975
VIII Hogeschool van Amsterdam 93 000 97 000 52 000 138 000
VIII Achterborgovereenkomst 123 281 24 305 6 415 141 171
IXB Kredieten EU-betalingsbalanssteun aan lidstaten 808 000 417 000 0 1 225 000
XIII BBMKB 1 858 043 555 439 456 312 1 957 170
XIII Groeifinancieringsfaciliteit 32 175 260 609 5 992 286 792
XIII COVA 1 001 000 0 0 1 001 000
XIV GarantieBorgstellingsfonds voor de landbouw 543 600 24 748 46 758 521 590
XIV Garantievoor natuurgebieden en landschappen 370 578 54 076 11 767 412 887
XVI Voorzieningen voor gehandicapten 251 510 0 29 806 221 704
XVI Inrichtingen voor de gezondheidszorg 814 715 0 62 436 752 279
XVI Achterborgstelling Stichting Waarborgfonds 7 702 500 368 700 0 8 071 200
Infrafonds Prorail 1 104 753 166 000 166 000 1 104 753
  Overig 1 130 207 310 912 165 680 1 275 439
  Totaal garanties op kredieten 16 515 287 2 767 839 1 003 166 18 279 960
           
Garantieop deelnemingen
V Garanties Regionale Ontwikkelingsbanken 733 576 40 689 0 774 265
V Garanties IS-Raad van Europa 119 338 0 0 119 338
V Garanties IS-NIO 364 016 0 48 182 315 834
IXB Garantieen vrijwaring inzake verkoop van deelnemingen 137 286 1 060 447 0 1 197 733
IXB EBRD 365 800 0 0 365 800
IXB Wereldbank 2 887 185 – 97 993 0 2 789 192
IXB EIB 7 017 712 2 877 835 0 9 895 547
  Overig 25 220 – 817 0 24 403
  Totaal garanties op deelnemingen 11 650 133 3 880 161 48 182 15 482 112
           
Garantieop moeilijk/niet te verzekeren risico’s
VIII Indemniteitsregeling 131 000 408 000 290 000 249 000
IXB WAKO (kernongevallen) 14 023 000 0 0 14 023 000
IXB Deelneming Fortis/ABN AMRO (CRI) 0 32 611 091 0 32 611 091
IXB Atradius – Exportkredietverzekering 17 625 000 – 5 051 312 257 227 12 316 461
IXB Atradius – Regeling Herverz. Invest. 213 000 50 000 0 263 000
  Overig 1 425 072 17 799 1 300 649 142 222
  Totaal garanties op moeilijk/niet te verzekeren risico’s 33 417 072 28 035 578 1 847 876 59 604 774
           
Overige garanties (o.a. liquiditeits- of exploitatiegarantie)
VIII Bouwleningen academische ziekenhuizen 325 059 0 14 513 310 546
IXB GarantieInterbancaire Leningen 2 740 000 44 360 869 0 47 100 869
IXB DNB – Deelneming in kapitaal IMF 9 902 965 13 473 298 0 23 376 263
  Overig 499 492 56 774 413 738 142 528
  Totaal overige garanties 13 467 516 57 890 941 428 251 70 930 206
TOTAAL Garanties 75 050 008 92 574 519 3 327 475 164 297 052
Uitgaven en ontvangsten op de door de staat verstrekte garanties (x 1000 euro)
Hoofdstuk Departement Uitgaven 2008 Ontvangsten 2008 Uitgaven 2009 Ontvangsten 2009
IV Koninkrijksrelaties
V Buitenlandse Zaken 2 383 18 1 899
VI Justitie 293
VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
IXB Financien 9 377 216 556 271 761 371 172
X Defensie
XI Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer 14 000
XVIII Wonen, Wijken en Integratie
XII Verkeer en Waterstaat 5 351 2 388
XIII Economische Zaken 32 727 26 754 57 320 22 488
XIV Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid
XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport
A Infrastructuurfonds
           
  Totale Uitgaven en Ontvangsten 44 487 248 679 345 273 396 048

Definitie garanties

Een garantie wordt omschreven als een voorwaardelijke financiële verplichting van het Rijk aan een derde buiten het Rijk, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet.

Soorten garanties

Kredietgarantie: garantie op rente- en aflossingsverplichtingen (risico gemaximeerd voor totaalbedrag). (Her-)verzekering: garantie op moeilijk/niet te verzekeren risico’s (risico gemaximeerd per gebeurtenis). Garantie voor deelnemingen: garantie op vol- of bijstorten aandelenkapitaal (risico gemaximeerd voor totaalbedrag). Overig, exploitatiegarantie: garantie op minimum van exploitatieniveau (risico gemaximeerd per jaar). Overig, liquiditeitsgarantie: garantie minimum van liquiditeitsniveau (risico gemaximeerd voor totaalbedrag).

Uitgaven

Betreffen schade-uitkeringen op afgegeven garanties.

Ontvangsten

Betreffen zowel ontvangen premies of provisies e.d. als op derden verhaalde (schade)uitkeringen.

7  Een uitgebreide toelichting hierover is gegeven in kamerstuk 2009–2010, 31 371, nr. 327 Tweede Kamer.

8  Zie ook CBS persbericht Pb10-024 van 31 maart 2010.

9  www.minfin.nl/onderwerpen/staatsdeelnemingen

10  Voorheen Fortis Bank Nederland Holding NV. Het belang is opgebouwd uit: 92,6% rechtstreeks en 5,2% via Fortis Preferred Investments BV (FPI).

11  Voorheen Fortis Nederland Verzekeringen NV.