Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1 HORIZONTALE TOELICHTING 2008–2013 (INTERNETBIJLAGE)


In deze bijlage wordt per begroting (of begrotingsfonds dan wel aanvullende post) een toelichting gegeven op het verloop van de uitgaven en niet-belastingontvangsten vanaf 2008 tot en met 2013.


De totalen per begroting zijn exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen; deze uitgaven worden separaat gepresenteerd.


De cijfers van de afzonderlijke begrotingen luiden in miljoenen euro’s in constante prijzen van het jaar 2008. Via aanvullende posten voor loon- en prijsbijstelling wordt een reservering opgenomen voor toekomstige loon- en prijsstijgingen.

Huis der Koningin

I Huis der Koningin bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven6,17,07,07,07,07,0
totaal niet-belastingontvangsten      
       
1 Uitkering leden Koninklijk Huis      
       
Uitgaven6,17,07,07,07,07,0

Staten-Generaal

IIA Staten-Generaal bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven134,1133,6130,3128,0129,5128,4
totaal niet-belastingontvangsten2,52,52,52,52,52,5
       
1 Wetgeving en controle Eerste Kamer      
Uitgaven10,310,410,110,110,110,1
Ontvangsten0,10,10,10,10,10,1
       
2 Uitgaven tbv van (oud) leden Tweede Kamer en leden EP      
Uitgaven33,032,431,933,033,032,5
Ontvangsten0,30,30,30,30,30,3
       
3 Wetgeving en controle Tweede Kamer      
Uitgaven88,989,386,883,585,084,4
Ontvangsten2,12,12,12,12,12,1
       
4 Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer      
Uitgaven2,01,51,51,51,51,5
Ontvangsten0,00,00,00,00,00,0
       
10 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven0,0   – 0,0– 0,0

Overige Hoge Colleges van Staat

IIB Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven105,799,199,398,795,294,2
totaal niet-belastingontvangsten2,92,82,82,82,82,9
       
1 Raad van State      
Uitgaven55,851,452,051,948,547,5
Ontvangsten1,61,51,51,51,51,6
       
2 Algemene Rekenkamer      
Uitgaven28,828,428,127,727,727,7
Ontvangsten1,21,21,21,21,21,2
       
3 De Nationale Ombudsman      
Uitgaven12,511,911,811,611,611,6
Ontvangsten0,00,00,00,00,00,0
       
4 Kanselarij der Nederlandse Orden      
Uitgaven3,73,43,43,33,33,2
Ontvangsten0,00,00,00,00,00,0
       
5 Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen      
Uitgaven3,22,72,72,72,72,7
Ontvangsten0,00,00,00,00,00,0
       
6 Kabinet van de Gouverneur van Aruba      
Uitgaven1,71,31,31,31,31,3
       
10 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven0,0   – 0,0– 0,0

In 2008 zijn de uitgaven bij de Raad van State hoger in verband met de nieuwe huisvesting voor de Raad van State.

Algemene Zaken

III Algemene Zaken bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven68,767,566,861,656,556,5
totaal niet-belastingontvangsten1,91,91,91,91,91,9
       
1 Bevorderen eenheid regeringsbeleid      
Uitgaven65,264,163,458,453,253,2
Ontvangsten1,91,91,91,91,91,9
       
4 Kabinet der Koningin      
Uitgaven2,42,32,32,32,32,3
       
5 Commissie Toezicht Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten      
Uitgaven1,11,11,11,01,01,0

De dalende trend van de uitgaven op het artikel Bevorderen eenheid regeringsbeleid wordt veroorzaakt door de verwerking van de bij Coalitieakkoord vastgestelde efficiencytaakstelling.

Koninkrijksrelaties

IV Koninkrijksrelaties bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven263,1348,6176,2148,6152,5152,6
totaal niet-belastingontvangsten15,316,316,115,515,515,5
       
1 Waarborgfunctie      
Uitgaven64,757,558,157,957,957,9
Ontvangsten4,54,54,94,94,94,9
       
2 Bevordering autonomie Koninkrijkspartners      
Uitgaven197,6289,8116,889,493,493,4
Ontvangsten10,811,811,210,610,610,6
       
3 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven0,81,41,31,31,31,3

De uitgaven verband houdende met de Waarborgfunctie (van de mensenrechten, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur) op de Nederlandse Antillen de zijn in 2008 hoger dan in andere jaren. Dit jaar worden extra uitgaven gedaan voor de verbetering van het gevangeniswezen van de Nederlandse Antillen.


In 2008, 2009 en 2010 zijn de uitgaven in het kader van de Bevordering autonomie Koninkrijkspartners hoger dan in andere jaren. Vanaf 2009 zal worden begonnen met de schuldsanering van het land Nederlandse Antillen en Curaçao. Daarnaast vloeien de hogere uitgaven met name voort uit de voorbereidingen die worden getroffen ten behoeve van de nieuwe staatkundige verhoudingen tussen Nederland en de Nederlandse Antillen, zoals het Sociaal Economisch Initiatief, de oprichting van het College Financieel Toezicht (CFT) en de langere instandhouding van de projectorganisatie.Tot slot zijn er vooruitlopend op de statuswijziging van de BES-eilanden (Bonaire, St. Eustatius en Saba) middelen toegekend voor verbetering van voorzieningen onder andere op het terrein van het onderwijs, de zorg en de rechtshandhaving op de BES-eilanden en worden de betalingsachterstanden van de BES-eilanden voor de jaren 2008–2010 tot maximaal 21 mln. gefinancierd.


Na een daling van de uitgaven in 2011 stijgen de uitgaven in 2012.

Deze stijging wordt verklaard doordat de Arubaanse bijdrage aan het solidariteitsfonds loopt tot en met 2011.

Buitenlandse Zaken

V Buitenlandse Zaken bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven7 099,84 253,66 627,76 649,96 946,67 044,7
totaal niet-belastingontvangsten649,3705,3719,4733,8748,5763,5
       
23 Versterkte Europese samenwerking      
Uitgaven7 099,84 253,66 627,76 649,96 946,67 044,7
Ontvangsten649,3705,3719,4733,8748,5763,5

Relatie begroting Buitenlandse Zaken en de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS)

Er zijn twee soorten uitgaven op de begroting van Buitenlandse Zaken: HGIS en niet-HGIS. Niet-HGIS-uitgaven zijn de afdrachten aan de Europese Unie. HGIS-uitgaven zijn alle andere buitenlanduitgaven. De HGIS-uitgaven worden elders toegelicht; hier wordt alleen de ontwikkeling van de EU-afdrachten weergegeven.


Meest opvallend in de meerjarige ontwikkeling van de EU-afdrachten, verantwoord op het artikel Versterkte Europese samenwerking, in de komende jaren zijn de kortingen die Nederland heeft bedongen op de afdrachten aan de Europese Unie. Het totale effect daarvan bedraagt circa 1 mld. per jaar. In de cijfers is uitgegaan van inwerkingtreding van het nieuwe Eigen Middelenbesluit in 2009, met terugwerkende kracht tot 2007. De Commissie gaat uit van inwerkingtreding in 2009, de meeste lidstaten hebben het nieuwe Eigen Middelen besluit inmiddels geratificeerd. De kortingen zijn zichtbaar in de grote daling van de BNP en BTW afdracht in 2009 en de jaarlijkse kortingen op de afdrachten in de jaren daaropvolgend.

Justitie

VI Justitie bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven5 876,05 715,65 558,25 565,25 582,85 590,8
totaal niet-belastingontvangsten1 211,21 253,31 225,91 244,31 269,31 281,7
       
11 Nederlandse rechtsorde      
       
Uitgaven11,511,510,510,410,410,4
       
12 Rechtspleging en rechtsbijstand      
Uitgaven1 366,71 342,91 340,01 342,91 342,11 341,9
Ontvangsten175,3184,9190,9191,9193,9193,9
       
13 Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding      
Uitgaven2 678,72 724,52 705,62 771,72 774,62 776,1
Ontvangsten869,8889,7914,4933,5953,6965,4
       
14 Jeugd      
Uitgaven537,2571,2565,7565,9580,6592,1
Ontvangsten1,51,51,51,51,51,5
       
15 Vreemdelingen      
Uitgaven1 077,7850,3725,9711,2703,7696,9
Ontvangsten162,5175,2117,1115,4118,3118,9
       
17 Internationale rechtsorde      
Uitgaven1,91,91,81,81,81,8
       
91 Algemeen      
Uitgaven198,8212,7212,5168,4176,6178,5
Ontvangsten2,22,12,12,12,12,1
       
92 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven0,4– 2,5– 6,8– 10,1– 10,0– 9,8
Ontvangsten      
       
93 Geheim      
Uitgaven3,03,03,03,03,03,0

De uitgaven op de begroting van het ministerie van Justitie dalen de komende jaren vooral door de ontwikkelingen in de uitgaven voor de vreemdelingenketen. In 2008 en 2009 zijn de uitgaven hoger door een hogere verwachte asielinstroom (van 10 500 naar 16 000). Meerjarig blijft de verwachting van de asielinstroom gelijk aan 10 500. Daartegenover daalt de bezetting in het COA in de jaren 2008 en 2009 door de pardonregeling. Dit leidt tot een structureel lagere bezetting in het COA en meerjarig lagere uitgaven vanaf 2010.


Door de bezuiniging op de rechtsbijstand van het Coalitieakkoord dalen de uitgaven op het artikel Rechtspleging en rechtsbijstand. Daarnaast zullen er op termijn meer griffierechten ontvangen worden als gevolg van meer gevoerde rechtzaken.


De uitgavenstijging op artikel Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding wordt met name veroorzaakt door de extra uitgaven aan veiligheid uit pijler 5 van het Coalitieakkoord. Er zijn middelen beschikbaar voor onder meer het aanpakken van cybercrime en financieel-economische fraude, het verlagen van het recidivepercentage en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Daarnaast dalen de uitgaven door een lagere behoefte aan extra celcapaciteit. Hiertegenover staat echter een groei in uitgaven voor de forensische zorg.

Conform het Coalitieakkoord is de ontvangstenraming voor Boeten en Transacties opwaarts bijgesteld. Dit komt doordat zowel de hoogte van de boetes, als de aantallen uitgeschreven boetes verhoogd zijn.


Vanaf 2009 zullen voor Jeugd meer uitgaven gedaan worden voor verbetermaatregelen binnen de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s). Ook wordt meer uitgegeven vanwege het grotere aantal onderzoeken door de Raad voor de Kinderbescherming.


Het is de verwachting dat de instroom van asielzoekers tijdelijk stijgt tot 16 000 en vanaf 2010 weer 10 500 bedraagt. Als gevolg van de regeling ter afwikkeling van de nalatenschap van de oude Vreemdelingenwet is de uitstroom uit de opvangfaciliteiten met twee jaar vertraagd. Met name hierdoor en door extra investeringen in brandveiligheid bij het COA in 2007 en 2008 vindt in 2009 een daling van de uitgaven op het artikel Vreemdelingen plaats. Vanaf 2010 dalen de ontvangsten met circa 60 mln. doordat er minder kosten voor de eerste jaarsopvang van asielzoekers als ontwikkelingshulp kunnen worden toegerekend.


De uitdeling van gelden voor pijler 5 en de herschikking van een aantal budgetten leidt tot een daling van het budget vanaf 2011 op het artikel Algemeen.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven6 135,56 585,65 555,85 552,35 546,25 519,9
totaal niet-belastingontvangsten53,0238,1270,6270,296,295,5
       
1 Grondwet en democratie      
Uitgaven13,212,312,612,39,09,5
Ontvangsten0,3     
       
2 Politie      
Uitgaven4 796,04 744,14 682,24 683,54 693,24 686,0
Ontvangsten3,23,23,23,20,50,5
       
4 Partners in veiligheid      
Uitgaven149,6137,1139,6142,1136,1133,1
Ontvangsten0,30,40,1   
       
5 Nationale Veiligheid      
Uitgaven167,3169,0165,8165,9165,6165,6
Ontvangsten3,20,40,10,10,10,1
       
6 Functioneren Openbaar Bestuur      
Uitgaven45,242,240,540,039,940,3
Ontvangsten1,6193,8193,8193,822,522,5
       
7 Informatiebeleid Openbare Sector      
Uitgaven173,8123,8108,1101,899,098,5
       
10 Arbeidszaken overheid      
Uitgaven107,987,451,249,547,047,1
Ontvangsten0,80,80,80,80,80,8
       
11 Kwaliteit Rijksdienst      
Uitgaven66,166,264,462,456,756,2
Ontvangsten7,50,30,30,60,6 
       
12 Algemeen      
Uitgaven105,495,196,1102,9108,292,0
Ontvangsten9,4     
       
13 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven1,0– 1,0– 22,6– 33,3– 33,3– 33,3
       
14 Toezicht en onderzoek oov      
Uitgaven15,815,114,914,614,414,4
Ontvangsten0,1     
       
15 Crises- en rampenbeheersing      
Uitgaven37,032,531,330,430,330,3
Ontvangsten4,00,7    
       
16 Brandweer en GHOR      
Uitgaven157,2161,8171,6180,1180,2180,2
Ontvangsten0,20,20,20,20,2 
       
17 VUT fonds      
Uitgaven300,0900,0    
Ontvangsten22,438,272,071,471,471,6

In 2008 liggen de uitgaven voor Grondwet en democratie circa 1 mln. hoger dan in jaren daarop door de incidentele middelen voor de Staatscommissie Grondwet en voor verbeteringen in het kiesproces (naar aanbevelingen van de commissie-Korthals Altes).


De uitgaven voor de Politie zijn hoger in 2008 en 2009. Deze hogere uitgaven worden vooral veroorzaakt door de kosten van de incidentele vergoedingen in de CAO politie en de incidentele middelen voor de bestrijding van zware criminaliteit (motie-Van Geel). De uitgaven na 2009 zijn per saldo redelijk constant. Tegenover een toename van de uitgaven in verband met de toedeling van middelen voor veiligheid (pijler 5 van het Coalitieakkoord), o.a. bestemd voor het opvangen van de gevolgen van vergrijzing bij de politie, en de groei van het budget in verband met demografische ontwikkeling, staat een daling. Deze daling wordt vooral veroorzaakt door de intertemporele compensatie die nodig is om de kosten van de incidentele vergoedingen in de CAO politie in 2008 en 2009 te financieren. Compensatie vindt plaats uit de jaren 2010 tot met 2014.


De hogere uitgaven voor Partners in veiligheid in 2008 worden verklaard door de overheveling van middelen voor de centrale exploitatiekosten C2000 van Defensie, VWS en de Belastingdienst. De lagere uitgaven vanaf 2012 worden verklaard door het aflopen van het programma tegen radicalisering en polarisatie.


De hogere ontvangsten in de jaren 2009–2011 voor het Functioneren openbaar bestuur houden verband met de afgesloten bestuursakkoorden met de provincies. Afgesproken is dat de niet-Randstadprovincies een bijdrage aan de kabinetsdoelstellingen leveren van in totaal 390 mln. via de begroting van BZK. De Randstadprovincies koppelen een bijdrage van 210 mln. aan projecten van Randstad Urgent. Voor zover budgettaire besluitvorming over deze projecten nog niet is afgerond, worden deze bijdragen voorlopig ook aan het ministerie van BZK overgemaakt.


De hogere uitgaven in 2008 en 2009 voor het Informatiebeleid openbare sector hangen samen met zowel de bouw en implementatie van aanvraagstations voor het reisdocumentenprogramma, als met investeringen in de basisvoorzieningen voor de e-overheid.


De hogere uitgaven voor Arbeidszaken overheid in de jaren 2008 en 2009 wordt onder andere veroorzaakt door een eerdere koopkrachtreparatie voor postactieve ambtenaren die tot 2006 gebruik maakten van de tegemoetkomingregeling in de ziektekosten.


De hogere uitgaven voor Kwaliteit Rijksdienst van 2008 tot 2011 worden verklaard door de incidentele middelen voor het Sociaal Flankerend Beleid. Het betreft hier rijksbrede uitgaven voor onder meer de Mobiliteitsorganisatie.


Op de post Nominaal en onvoorzien staat de resterende taakstelling op de bestuurskosten. Op dit moment wordt onderzocht op welke wijze het restant van de taakstelling kan worden ingevuld.


De hogere uitgaven voor Brandweer en geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen (GHOR) vanaf 2009 worden verklaard door een beleidsintensivering als gevolg van het Coalitieakkoord. De uitgavengroei hangt vooral samen met het op orde brengen van de regionale organisatie voor crisisbeheersing.


De uitgaven voor het VUT-fonds in 2008 en 2009 betreffen een rentedragende lening aan het VUT-fonds. Het VUT-fonds is een stichting die de VUT (vervroegde uittreding)-regelingen uitvoert voor overheidswerknemers op basis van het omslagstelsel. Het omslagstelsel houdt in dat de uitkeringen aan ex-werknemers worden betaald uit de premies die worden opgebracht door de actieve werknemers en door de werkgevers. De ontvangsten betreffen de rente die over deze lening wordt geheven.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven34 880,335 062,034 922,535 085,035 260,435 437,9
totaal niet-belastingontvangsten2 078,51 971,01 969,51 920,31 981,42 066,6
       
1 Primair onderwijs      
Uitgaven9 058,39 113,28 996,88 910,88 857,38 773,2
Ontvangsten72,921,95,91,71,71,7
       
3 Voortgezet onderwijs      
Uitgaven6 509,16 525,26 453,06 414,16 438,46 487,7
Ontvangsten85,956,449,91,41,41,4
       
4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie      
Uitgaven3 352,43 276,33 276,33 271,43 268,33 268,4
Ontvangsten76,910,03,6   
       
5 Technocentra      
Uitgaven9,69,49,4   
Ontvangsten9,39,19,2   
       
6 Hoger beroepsonderwijs      
Uitgaven2 150,92 226,02 246,02 281,62 296,12 313,4
Ontvangsten7,26,04,50,00,00,0
       
7 Wetenschappelijk onderwijs      
Uitgaven3 616,03 604,73 639,23 686,83 703,83 748,9
Ontvangsten20,320,125,125,10,00,0
       
8 Internationaal onderwijsbeleid      
Uitgaven17,917,617,016,616,616,6
Ontvangsten0,10,10,10,10,10,1
       
9 Arbeidsmarkt en personeelsbeleid      
Uitgaven118,0185,8387,9465,4478,2488,0
       
11 Studiefinanciering      
Uitgaven3 808,64 003,54 055,64 117,44 278,94 369,0
Ontvangsten431,0466,9513,8571,3631,4692,8
       
12 Tegemoetkoming studiekosten      
Uitgaven287,0210,8130,4124,5122,8121,8
Ontvangsten11,610,58,88,48,48,4
       
13 Lesgelden      
Uitgaven6,36,15,85,15,25,2
Ontvangsten190,6191,2198,1204,3210,2215,2
       
14 Cultuur      
Uitgaven965,4916,6900,4901,2900,3895,8
Ontvangsten46,223,422,521,620,719,9
       
15 Media      
Uitgaven868,4867,8886,6875,0879,4883,9
Ontvangsten240,8231,6236,0197,7197,7197,7
       
16 Onderzoek en wetenschappen      
Uitgaven1 024,31 110,01 038,31 001,81 001,1997,3
Ontvangsten184,8194,4142,7118,5117,5115,2
       
17 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven52,4– 27,74,9– 27,7– 80,1– 70,3
Ontvangsten3,92,01,01,01,01,0
       
18 Ministerie algemeen      
Uitgaven149,6122,8115,9108,5104,3104,0
Ontvangsten0,60,60,60,60,60,6
       
19 Inspecties      
Uitgaven61,362,558,153,653,653,6
       
20 Adviesraden      
Uitgaven7,77,47,15,75,75,7
       
24 Kinderopvang      
Uitgaven2 802,52 807,02 677,02 856,72 913,82 959,2
Ontvangsten696,3726,7747,7768,7790,7812,7
       
25 Emancipatie      
Uitgaven14,617,016,616,516,716,7

Op de begroting van het ministerie van OCW vertonen de uitgaven over de periode 2008–2013 een licht stijgende lijn. Gedurende deze periode nemen de uitgaven met grofweg 0,5 mld. toe. De ontvangsten blijven nagenoeg constant. De verklaring voor de per saldo toegenomen uitgaven is vooral gelegen in de toevoeging van enveloppen aan de begroting. Daarnaast neemt het beroep op studieleningen en beurzen de komende jaren toe. Tegenover deze uitgavenstijgingen staan dalingen als gevolg van afnemende leerlingenaantallen.


Demografische ontwikkelingen zorgen ervoor dat het aantal leerlingen binnen het Primair onderwijs afneemt. Dientengevolge vertoont de uitgavenontwikkelingen binnen deze onderwijssector een dalende trend (–0,3 mld.). Bij het Voortgezet onderwijs nemen de leerlingenaantallen licht toe, wat vanaf 2011 een lichte toename in de uitgaven te zien geeft (+0,1 mld.). De versnelling van de invoering van de gratis schoolboeken, waarbij middelen naar voren zijn gehaald, zorgt voor een hoger niveau in 2008. Voor de BVE-sector is juist een lichte daling van de leerlingenaantallen zichtbaar. Over de jaren heen vertaalt zich dit in een kleine uitgavenafname (–0,1 mld.). Overigens is er een opvallend scherpe daling in 2009 zichtbaar, hetgeen te wijten is aan een breed scala aan FES-projecten, waarvan de financiering afloopt in 2008. Binnen het Hoger en Wetenschappelijk onderwijs is sprake van toenemende studentenaantallen. Vandaar dat de uitgaven van beide onderwijssectoren over de periode 2008–2013 een stijgende ontwikkeling doormaken (+0,2 mld.).


Op het artikel Arbeidsmarkt en personeelsbeleid is evenzeer een uitgaventoename te zien. Oorzaak achter deze toename is de toebedeling van enveloppengelden inclusief oploop voor het actieplan «Leerkracht van Nederland». Voor datzelfde actieplan zijn ook de gelden betreffende incidentele loonontwikkeling (ilo) met oploop overgedragen.


Ook de uitgaven binnen de Studiefinanciering nemen fors toe (+0,5 mld.). De verklaring daarvoor is tweeledig. Enerzijds werkt het toenemend aantal studenten in het hoger en wetenschappelijk onderwijs door in de uitgaven voor studiefinanciering. Daarnaast doen studenten steeds meer een beroep op studieleningen. De flinke daling bij de Tegemoetkoming studiekosten per 2010 wordt verklaard uit de overheveling van een deel van dit budget in verband met de invoering van de gratis schoolboeken en voor het kindgebonden budget (Jeugd en Gezin).


Verklaring voor de uitgavendaling bij Onderzoek en wetenschappen is met name gelegen in de FES-projecten, waarvan de financiering in verschillende jaren afloopt.


De uitgavenontwikkeling binnen de Kinderopvang vertoont over de periode 2008–2013 een verdere stijging door inzet van een groot deel van de enveloppemiddelen en een flinke bijdrage uit de algemene middelen, naast het pakket aan maatregelen dat is getroffen om de groei te beheersen en misbruik van de regeling tegen te gaan. De dip in de reeks wordt veroorzaakt door de maatregelen binnen de gastouderopvang, die per 2010 ingaan.

Nationale Schuld

IXA Nationale Schuld (Transactiebasis) bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven13 333,514 854,313 752,614 037,014 473,613 694,9
totaal niet-belastingontvangsten1 650,91 560,01 781,23 940,72 708,81 670,9
       
1 Financiering staatsschuld      
Uitgaven9 820,210 047,210 003,99 850,49 665,99 206,6
Ontvangsten174,3203,0140,2108,9133,7185,3
       
2 Kasbeheer      
Uitgaven3 513,34 807,13 748,74 186,64 807,84 488,4
Ontvangsten1 476,61 357,01 641,03 831,92 575,01 485,6
       
3 Nominaal      
Uitgaven   0,00,0 

Het artikel Financiering staatsschuld heeft betrekking op de extern gefinancierde staatsschuld. De uitgaven bestaan uit de rentelasten van zowel de vaste als de vlottende schuld. De uitgaven fluctueren onder meer als gevolg van de ontwikkeling van het feitelijke tekort, aanpassingen in de rekenrente en herfinanciering. De ontvangsten op dit artikel bestaan uit de renteopbrengsten over het positieve schatkistsaldo en uit het saldo van opbrengsten en kosten van renteswaps. De ontvangsten fluctueren onder meer als gevolg van afgesloten swaps en aanpassingen in de rekenrente.


Op het artikel Kasbeheer staan de geldstromen die betrekking hebben op het betalingsverkeer van de rijksoverheid en van de aan de schatkist gelieerde instellingen. De uitgaven bestaan enerzijds uit de rentevergoeding over de saldi die in de schatkist worden aangehouden door baten-lastendiensten, RWT’s (Rechtspersoon met een Wettelijke Taak) en Sociale Fondsen. Anderzijds bestaan de uitgaven uit verstrekte leningen aan baten-lastendiensten en RWT’s en, in sommige jaren, uit een afname van het rekening-couranttegoed van deze instellingen of van de Sociale Fondsen. Dit artikel fluctueert als gevolg van wisselend leengedrag. De sterke fluctaties worden voor een belangrijk deel veroorzaakt door gewijzigde inzichten in de inleg van de van de Sociale Fondsen als gevolg van (onder meer) mutaties in de premieontvangsten en de premiegefinancierde uitgaven.

De ontvangsten op dit artikel bestaan uit rentebaten en aflossingen op leningen aan baten-lastendiensten en RWT’s alsmede toenemende rekeningcourant saldi. De schommelingen van de ontvangsten worden tevens door de bovengenoemde verschuivingen veroorzaakt.

Financiën

IXB Financien bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven4 221,74 095,44 019,63 661,33 576,83 575,5
totaal niet-belastingontvangsten4 010,83 502,23 696,33 420,83 293,43 283,0
       
1 Belastingen      
Uitgaven3 728,23 611,83 550,33 212,03 133,23 129,7
Ontvangsten1 238,91 258,91 258,91 058,91 047,91 047,9
       
2 Financiele markten      
Uitgaven63,864,962,258,158,158,1
Ontvangsten6,95,65,65,65,65,6
       
3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector      
Uitgaven20,012,211,07,46,45,9
Ontvangsten2 348,62 179,82 158,32 069,32004,31 996,3
       
4 Internationale Financiële Betrekkingen      
Uitgaven2,42,42,32,32,32,3
Ontvangsten0,70,70,70,70,70,7
       
5 Exportkredietverzekering en Investeringsgaranties      
Uitgaven106,3119,8134,8134,8134,8134,8
Ontvangsten161,2101,276,269,269,269,2
       
7 Beheer materiële activa      
Uitgaven113,5105,299,498,498,498,4
Ontvangsten233,0167,1177,6198,1146,6144,2
       
8 Financieel-economisch beleid van de overheid      
Uitgaven46,337,431,227,122,922,9
Ontvangsten5,65,75,85,95,95,9
       
9 Algemeen      
Uitgaven137,2136,8124,9118,8118,2120,2
Ontvangsten15,813,113,113,113,113,1
       
10 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven4,04,93,52,52,53,2

De efficiencytaakstelling op het apparaat van het ministerie van Financiën, de subsidietaakstelling en de taakstelling op de huisvesting leiden, genomen over de gehele begroting, tot structureel lagere uitgaven.


De hogere uitgaven en ontvangsten tussen 2008 en 2010 op het artikel Belastingen worden voornamelijk veroorzaakt door een verschuiving in de verdeling van de heffings- en invorderingsrente tussen premies en belastingen ten gunste van begroting IXB.


De overheid investeert de komende jaren in consumenteneducatie middels het platform Centiq. De hogere uitgaven op het artikel Financiële markten tot 2010 hangen voornamelijk hiermee samen.


Een eenmalige pilot voor PPS in de zorg leidt tot hogere uitgaven in 2008 op het artikel Financieringsactiviteiten publiek-private sector. Daarnaast worden tot 2010 kosten gemaakt voor het beheer en de – mogelijke – ontwikkeling van vliegveld Twente. De uitkering van superdividend door Schiphol leidt tot een hogere ontvangst in 2008. De eerdere verkoop van KPN en TNT, zorgt voor een geleidelijke terugloop van de dividenduitkering.


De verwachtingen omtrent de verzekeringsportefeuille exportkredietverzekeringen – die veroorzaakt wordt door de economische omstandigheden – leidt ertoe dat op de lange termijn meer schade-uitkeringen worden voorzien dan op de korte termijn. Hierdoor lopen de geraamde uitgaven op het artikelExportkredietverzekeringen en investeringsgaranties geleidelijk op. De ontvangsten op dit artikel liggen in 2008 en 2009 op een hoger niveau dan de raming voor latere jaren, voornamelijk als gevolg van onverwachte terugbetalingen van Gabon en Angola.


Het Rijk verkoopt een deel van zijn gronden. Hierdoor hoeft steeds minder uitgegeven te worden voor onderhoud en beheer, hetgeen leidt tot een dalende trend op het artikel Beheer materiële activa. De ontvangsten uit de verkoop van agrarische gronden kennen een wisselend kaspatroon, hetgeen tot uiting komt in een fluctuerende raming aan de ontvangstenzijde van dit artikel.


Het ministerie van Financiën voert programma’s uit voor het verminderen van administratieve lasten (IPAL en ACTAL). Volgens huidige planning zullen deze in 2011 gerealiseerd worden. Mede hierom wordt tot 2011 meer uitgegeven op het artikel Financieel-economisch beleid van de overheid. In 2008 is er een piek in de uitgaven, omdat dan de nulmeting administratieve last plaatsvindt.

Defensie

X Defensie bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven8 163,18 125,68 004,87 994,47 830,57 826,9
totaal niet-belastingontvangsten626,2530,1513,7506,0318,9270,7
       
21 Commando Zeestrijdkrachten      
Uitgaven641,0625,4617,4618,6619,0621,4
Ontvangsten22,323,922,322,322,322,3
       
22 Commando Landstrijdkrachten      
Uitgaven1 387,91 351,41 353,91 356,21 353,01 353,8
Ontvangsten18,218,218,218,218,218,2
       
23 Commando Luchtstrijdkrachten      
Uitgaven745,2717,0703,1703,6699,6701,3
Ontvangsten8,78,78,78,78,78,7
       
24 Koninklijke Marechaussee      
Uitgaven395,4386,1383,1377,3375,4376,3
Ontvangsten5,05,05,05,05,05,0
       
25 Defensie Materieelorganisatie      
Uitgaven2 279,82 285,12 349,62 327,42 302,52 221,3
Ontvangsten471,2398,0291,5349,3195,0163,0
       
26 Commando Dienstencentra      
Uitgaven966,6988,3968,7959,7867,2820,4
Ontvangsten86,765,3160,395,365,347,2
       
70 Geheime uitgaven      
Uitgaven2,12,22,22,22,22,2
       
80 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven37,886,1– 20,1– 29,0– 37,899,0
       
90 Algemeen      
Uitgaven1 707,21 684,01 646,91 678,51 649,31 631,3
Ontvangsten14,111,17,87,24,46,4

Het meerjarige verloop van de totaaluitgaven en totaal niet-belastingontvangsten wordt verklaard door het verloop van het niveau van de verkoopopbrengsten (de opbrengsten die voortvloeien uit verkoop van materieel en terreinen). In het Coalitieakkoord is besloten dat Defensie tijdens deze kabinetsperiode extra verkoopopbrengsten mag toevoegen aan de uitgaven. De raming van deze ontvangsten is in de eerstkomende jaren hoger dan in latere jaren. Aangezien ontvangsten worden toegevoegd aan de uitgaven van de Defensie-begroting, leidt een afname van niet-belastingontvangsten tot een lager totaal aan uitgaven. De sterkere daling van het niveau van totaaluitgaven na 2011 wordt verklaard doordat de afspraak alleen ten tijde van het huidige regeerakkoord geldig is. Voor het totaal aan Defensie-uitgaven dienen ook de middelen uit de HGIS-voorziening crisisbeheersingsoperaties (non-ODA) in beschouwing genomen te worden. Deze lopen meerjarig af van 336 mln. in 2008 naar 279 mln. in 2011 door de enveloppegelden uit het Coalitieakkoord en vanwege de in 2008 extra toegevoegde middelen voor de uitvoering van crisisbeheersingsoperaties.


De meerjarige daling van het uitgavenniveau op het artikel Commando zeestrijdkrachten komt door een doelmatigere interne bedrijfsvoering en het vergroten van de operationele doelmatigheid.


De daling van het uitgavenniveau in 2009 op het artikel Commando landstrijdkrachten wordt onder meer veroorzaakt door de reductie van de operationele tankcapaciteit en operationele vuurcapaciteit (conform de beleidsnota Wereldwijd Dienstbaar, TK 2007–2008, 31 243, nr. 1) en een overheveling van budget naar de Defensie Materieelorganisatie (DMO) ten bate van de inzetbaarheid van de krijgsmacht.


Op het artikel Commando luchtstrijdkrachten dalen de uitgaven mede vanwege een reductie van de operationele jachtvliegtuigcapaciteit. Het verloop van uitgaven tussen 2008 en 2010 wordt verklaard door de fasering van deze extensivering.


Op het artikel Commando Koninklijke marechaussee daalt het uitgavenniveau vanwege maatregelen gericht op operationele doelmatigheid, een daling van de personele exploitatiekosten en Defensie-brede herschikkingen van personeelsbudgetten.


Op het artikel Defensie Materieelorganisatie is de stijging van het uitgavenniveau te verklaren vanwege de extra budgetten die zijn toegekend voor de operationele inzetbaarheid van de krijgsmacht en voor vroegtijdige vervanging van materieel (Motie-Van Geel c.s., TK 2007–2008, 31 200 X, nr. 43). Hiernaast zijn meer middelen uitgetrokken voor verbetering van de veiligheid en bescherming van uitgezonden personeel. Het grillige verloop van de ontvangsten vindt zijn oorzaak in de fasering van de verkoopopbrengsten.


Op het artikel Commando Dienstencentra wordt de stijging in 2009 onder meer verklaard door extra gelden voor de versterking van de inlichtingenketen, versterking informatievoorziening, het project «Veilige werkplek Defensie», investeringen in de Frederikkazerne in Den Haag en investeringen in de Van Ghentkazerne in Rotterdam. Meerjarig draagt de daling van exploitatiekosten mede bij aan de daling van het uitgavenniveau.


Het artikel Nominaal en onvoorzien dient als verdeelartikel voor loon- en prijsbijstelling, taakstellingen en herschikkingen die uiteindelijk hun beslag krijgen bij de andere artikelen. De negatieve stand in 2010–2012 betreft het saldo van investerings- en exploitatiereeksen die op dit artikel zijn gestald. Bij de realisatie van de begroting wordt het saldo verdeeld over de (niet-)beleidsartikelen.


Op het artikel Algemeen verloopt het niveau van de uitgaven en ontvangsten conform de trend van het totaalniveau van de begroting. De daling wordt mede ingezet door bijstelling van de budgetten voor het Sociaal Beleidskader en de wachtgelden en inactiviteitswedden (inclusief het Sociaal Beleidskader).

Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

XI Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven1 558,31 161,81 033,51 011,6948,4920,0
totaal niet-belastingontvangsten656,3255,7123,8117,065,738,8
       
41 Optimalisering van de ruimtelijke afweging      
Uitgaven28,119,16,05,96,63,3
Ontvangsten19,410,0    
       
42 Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur      
Uitgaven437,4142,970,671,752,148,1
Ontvangsten386,585,920,825,37,41,5
       
43 Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging      
Uitgaven25,247,444,929,223,223,4
Ontvangsten0,32,56,06,06,06,0
       
44 Verbeteren milieukwaliteit van water en bodem      
Uitgaven174,4171,1195,0210,5210,5210,5
Ontvangsten31,021,60,2   
       
45 Verbeteren milieukwaliteit in de bebouwde leefomgeving      
Uitgaven180,1130,096,180,935,932,9
Ontvangsten150,071,743,033,03,0 
       
46 Verminderen van risico’s van stoffen, afval, straling en GGO      
Uitgaven140,1147,7140,4138,2138,1136,5
Ontvangsten2,82,82,11,00,3 
       
47 Versterken van het (inter)nationale milieubeleid      
Uitgaven110,678,370,069,269,664,8
Ontvangsten7,76,94,94,94,3 
       
48 Vergroten van de externe veiligheid      
Uitgaven46,746,551,572,082,269,5
Ontvangsten13,013,014,015,013,0 
       
49 Handhaving en toezicht      
Uitgaven66,063,763,162,362,262,2
Ontvangsten0,90,90,90,90,90,9
       
91 Algemeen      
Uitgaven346,1315,9297,2272,4268,6269,4
Ontvangsten44,840,331,930,930,930,4
       
92 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven3,4– 0,7– 1,4– 0,8– 0,6– 0,6

In 2010 is op het artikel Optimaliseren van de ruimtelijke afweging een scherpe daling te zien. De verklaring hiervoor is dat de FES-middelen Klimaat voor Ruimte tot en met 2009 aan de VROM-begroting zijn toegevoegd.


De ontwikkeling in de tijd bij Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur wordt verklaard doordat (incidentele) FES-middelen aan de VROM-begroting zijn toegevoegd. Deze projecten (vaak nieuwe sleutelprojecten of projecten uit het Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK)) leiden vooral tot uitgaven in 2008 en 2009. Voorbeelden hiervan zijn het project Zuidas-Amsterdam en het project Rotterdam Zuidplein. In latere jaren wordt ook nog budget toegevoegd voor deze projecten, maar minder dan in 2008 en 2009. Dit geldt zowel bij de uitgaven als bij de ontvangsten.


In 2009 en 2010 is op het artikel Beperken van Klimaatveranderingen en grootschalige luchtverontreiniging een hoger budget te zien. Ook hier ligt een deel van de verklaring in het feit dat in het kader van het project «Schoon en Zuinig» FES-middelen zijn toegevoegd, die tot en met 2011 lopen. Deze middelen zijn met name bedoeld voor een subsidieregeling voor klimaatinitiatieven van gemeenten en provincies.


Bij Verbeteren van de milieukwaliteit van water en bodem neemt het budget in 2010 en in 2011 toe. In 2005 zijn er voor de Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) 2-periode bodemsaneringsmiddelen overgeboekt naar het ISV (verantwoord op de begroting van WWI). Voor 2010 en verder staan de bodemsaneringsmiddelen nog op dit artikel. Daarbovenop zijn er vanaf 2011 extra middelen structureel beschikbaar gesteld voor bodemsanering.


In 2008 en 2009 zijn op het artikel Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde leefomgeving meer middelen beschikbaar dan in latere jaren. Dat komt doordat in die jaren middelen uit het FES zijn toegevoegd voor de subsidieregeling luchtkwaliteit voor andere overheden. Met deze middelen kunnen gemeenten aan de slag om met lokale maatregelen de luchtkwaliteit in hun gemeente te verbeteren. Daarnaast heeft de FES-bijdrage voor de uitvoering van de Wet Luchtkwaliteit een verloop met een piek in 2008 en een jaarlijkse afloop tot 2010.


Op het artikel Versterken van het (inter)nationale milieubeleid is een daling te zien in 2009. Dit wordt veroorzaakt doordat in 2008 uitgaven zijn gedaan in de uitvoerende sfeer (SenterNovem en het RIVM) voor het milieubeleid, waaronder de Omgevingsvergunning, uitvoering Toekomstagenda Milieu en subsidies op het terrein van milieutechnologie.


Op het artikel Vergroten van de externe veiligheid is een toename te zien. De oploop richting de laatste jaren wordt veroorzaakt doordat bepaalde saneringen de nodige voorbereidingstijd kennen. Naast inventarisatie van de specifieke gevallen moeten nog de nodige projectplannen worden gemaakt. Daarna vindt de daadwerkelijke sanering pas plaats.


Op het artikel Algemeen worden alle uitgaven opgenomen die niet specifiek aan een van de beleidsdoelstellingen uit de beleidsartikelen zijn toe te rekenen. Het betreft hier apparaatsuitgaven van de VROM- én WWI-begrotingen. De afloop in dit artikel is te verklaren door lagere uitgaven voor gemeenschappelijke voorzieningen en de ingeplande rijksbrede taakstelling op het apparaat van VROM en WWI.

Wonen, Wijken en Integratie

XVIII Wonen, Wijken en Integratie bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven4 470,14 881,83 578,83 370,83 191,23 170,8
totaal niet-belastingontvangsten860,0847,3299,4281,0268,6267,0
       
1 Stimuleren krachtige steden, vitale wijken en voldoende woningen      
Uitgaven1 181,31 188,2556,8367,0209,3209,3
Ontvangsten552,2519,73,74,1  
       
2 Stimuleren van een duurzame kwaliteit van woningen en overige gebouwen      
Uitgaven39,057,354,939,725,325,4
Ontvangsten0,16,14,10,10,10,1
       
3 Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt      
Uitgaven2 365,22 320,82 388,32 423,62 423,92 448,0
Ontvangsten300,9316,0287,7272,5263,7262,1
       
4 Integratie niet-westerse migranten      
Uitgaven462,0502,4466,9464,8464,8439,8
Ontvangsten1,52,43,23,94,44,4
       
5 Randvoorwaarden voor integratie en een goed werkende woningmarkt      
Uitgaven11,311,39,012,19,88,4
       
6 Rijkshuisvesting      
Uitgaven100,3113,290,454,551,933,6
Ontvangsten4,92,60,40,40,40,4
       
95 Algemeen      
Uitgaven310,8688,813,610,37,27,2
Ontvangsten0,40,40,2   
       
96 Onverdeeld      
Uitgaven0,2– 0,2– 1,1– 1,2– 1,0– 1,0

Het begrotingstotaal van de begroting van WWI wordt voor een belangrijk deel bepaald door de uitgaven voor de huurtoeslag. Deze uitgaven worden verantwoord op het artikel Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt.


Een ander groot deel van de begroting wordt gevormd door het artikel Stimuleren krachtige steden, vitale wijken en voldoende woningen. Vooral in het lopende jaar en in 2009 zijn er veel middelen beschikbaar voor het verbeteren van leefbaarheid, sociale samenhang en integratie in steden en wijken. Aangezien het grotestedenbeleid III (GSB III) na 2009 afloopt, zijn zowel de ontvangsten als uitgaven na dat jaar lager.


Voor het Stimuleren van een duurzame kwaliteit van woningen en overige gebouwen zijn voor de komende jaren FES-middelen voor energieneutraal bouwen beschikbaar, naast reguliere middelen en een stimuleringspremie (enveloppe Energie). De afloop wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het incidentele karakter van de FES-middelen.


Het grootste deel (85 procent in 2009) van de voor de Integratie van niet-westerse migranten beschikbare middelen is bestemd voor inburgering. De met het Deltaplan Inburgering beoogde intensivering komt overigens niet volledig tot uitdrukking in de bovenstaande tabel. Voor het Deltaplan zijn door het kabinet namelijk extra middelen (enveloppen) beschikbaar gesteld, die in tranches worden uitgekeerd.


Heldere verhoudingen tussen partijen op de woningmarkt versterken de maatschappelijke prestaties van de partijen op de woningmarkt. Hiervoor wordt voor de komende jaren per jaar ongeveer 10 mln. per jaar uitgetrokken. Deze uitgaven worden verantwoord op het artikel Randvoorwaarden voor integratie en een goed werkende woningmarkt.


De uitgaven voor de Rijkshuisvesting betreffen voor een groot deel het onderhoud en de investeringen voor de huisvesting van díe partijen binnen het Rijk die niet onder het reguliere huur-verhuurstelsel vallen. Dit zijn de Hoge Colleges van Staat, het ministerie van AZ en de paleizen in staatseigendom. Op dit moment zijn enkele grotere projecten in uitvoering, zoals de renovatie van het Paleis op de Dam en het huisvestingsproject voor de Raad van State. De lagere uitgaven in de latere jaren worden vooral verklaard door het aflopen van deze investeringsprojecten.

Verkeer en Waterstaat

XII Verkeer en Waterstaat bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven7 301,28 774,79 163,48 592,38 816,88 645,1
totaal niet-belastingontvangsten101,590,454,855,858,459,2
       
31 Integraal waterbeleid      
Uitgaven65,664,760,359,158,858,7
Ontvangsten0,60,60,60,60,60,6
       
32 Het bereiken van optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit      
Uitgaven54,254,447,646,546,346,0
Ontvangsten3,63,73,73,73,73,7
       
33 Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico’s      
Uitgaven52,046,049,840,439,839,1
       
34 Betrouwbare netwerken en acceptabele reistijd realiseren      
Uitgaven127,887,867,259,158,047,7
Ontvangsten2,10,10,10,10,10,1
       
35 Mainports en logistiek      
Uitgaven78,769,659,956,352,252,5
Ontvangsten14,811,35,55,55,55,5
       
36 Bewerken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving      
Uitgaven93,3107,990,450,537,425,2
Ontvangsten57,259,239,441,443,545,7
       
37 Weer, klimaat, seismologie en ruimtevaart      
Uitgaven44,343,742,248,745,146,1
Ontvangsten0,50,50,50,50,50,5
       
39 Bijdragen aan het Infrafonds en BDU      
Uitgaven6 519,58 073,88 534,68 021,18 261,28 099,2
       
40 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven17,61,1– 8,51,31,213,2
       
41 Ondersteuning functioneren Verkeer en Waterstaat      
Uitgaven248,3225,7219,8209,3216,7217,4
Ontvangsten22,815,15,14,14,63,1

De kosten die Verkeer en Waterstaat maakt bij het ontwikkelen van beleid worden gefinancierd vanuit begrotingshoofdstuk XII. De aan de uitvoering gerelateerde beleidsdoelstellingen van Verkeer en Waterstaat zijn in de Infrastructuurfonds-begroting opgenomen. De uitgaven die daar worden geraamd, worden in de horizontale toelichting van dit fonds zelf toegelicht. Het Infrastructuurfonds wordt behalve uit de begroting van Verkeer en Waterstaat ook uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) gevoed, waarop eveneens een aparte horizontale toelichting wordt gegeven.


Het fluctuerende verloop van de totale uitgaven wordt voornamelijk beïnvloed door het artikel Bijdrage aan het Infrastructuurfonds en de BDU (Brede Doel Uitkering). Dit artikel betreft de voeding van het Infrastructuurfonds. Zowel de bijdrage van de begroting van Verkeer en Waterstaat als die uit het Fonds Economische Structuurversterking kent een zelfde soort verloop over de jaren. De voeding van het Infrastructuurfonds, vanuit de begroting van Verkeer en Waterstaat, groeit bovendien 2,8 procent per jaar.


De totale begrote uitgaven voor het artikel Het bereiken van optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit nemen af vanaf 2010. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door het aflopen van de projectmatige kosten die samenhangen met het nieuwe rijbewijs.


Het budget op het artikel Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijden neemt geleidelijk af, voornamelijk vanwege de voorziene afronding van de OV-Chipkaart.


De ontvangsten en uitgaven op het artikel Mainport en logistiek zijn in de jaren 2008 en 2009 fors hoger dan in latere jaren. De uitgaven nemen na 2009 af door stopzetting van de subsidie voor Haveninterne Projecten (HIP-II) en door het aflopen van de activiteiten op het gebied van stimulering binnenvaart. De ontvangsten op dit artikel nemen vooral af, omdat de ontvangsten uit EU-subsidie voor de inbouw van het «European Train Control System» (ETCS) in 2010 worden beëindigd.


De sterke afloop van het budget op het artikel Bewerken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving vanaf 2010 heeft te maken met het programma Geluidsisolatie Schiphol. Voor dit project is een nieuwe kasreeks bepaald, waarvan het grootste gedeelte van de uitgaven begroot zijn tot 2011. De aanpassing van deze kasreeks is het gevolg van de vaststelling van het projectplan en de daarop gebaseerde ramingen.


Op het artikel Ondersteuning Verkeer en Waterstaat worden onder andere de ontvangsten uit het FES verantwoord. In 2008 zijn de geraamde uitgaven voor dit artikel hoger dan in latere jaren. Dit kan voor een deel worden toegeschreven aan het feit dat het negatief saldo 2007 van de batenlastendienst Inspectie Verkeer en Waterstaat wordt aangevuld in 2008. De ontvangsten dalen als gevolg van het aflopen van projecten die met FES-middelen worden gefinancierd.

Economische Zaken

XIII Economische Zaken bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven2 292,82 599,02 605,72 533,82 524,52 493,2
totaal niet-belastingontvangsten7 655,212 213,010 499,67 695,66 362,26 417,9
       
1 Goed functionerende economie en markten Nederland en Europa      
Uitgaven82,783,078,074,874,072,5
Ontvangsten73,970,550,529,527,326,7
       
2 Bevorderen van innovatiekracht      
Uitgaven634,3653,8660,2563,6568,8561,7
Ontvangsten185,0171,8167,2104,891,469,1
       
3 Een concurrerend ondernemingsklimaat      
Uitgaven326,3350,9326,5328,7315,5303,3
Ontvangsten95,270,772,969,871,773,8
       
4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding      
Uitgaven826,41 106,41 162,61 244,41 208,01 206,4
Ontvangsten7 280,911 890,610 149,27 407,26 090,06 190,5
       
5 Internationale economische betrekkingen      
Uitgaven11,77,77,77,37,47,4
Ontvangsten2,80,50,5   
       
8 Economische analyses en prognoses      
Uitgaven13,413,313,012,612,612,6
Ontvangsten1,61,61,61,61,61,6
       
9 Voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken      
Uitgaven180,4184,1180,9177,4177,3175,9
       
10 Elektronische communicatie en post      
Uitgaven84,689,678,872,271,269,1
Ontvangsten5,80,426,426,424,10,2
       
21 Algemeen      
Uitgaven127,5111,8106,0102,3100,3101,9
Ontvangsten8,82,62,32,32,32,3
       
22 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven3,6– 3,1– 9,1– 50,4– 11,1– 17,8
Ontvangsten 3,428,453,453,453,4
       
23 Afwikkeling oude verplichtingen      
Uitgaven2,01,51,01,00,50,2
Ontvangsten1,20,90,60,40,30,2

De ontvangsten op het artikel Goed functionerende economie en markten vloeien voornamelijk voort uit boetes die door de NMa als sanctie voor overtredingen van de Mededingingswet zijn opgelegd. Naarmate de tijdshorizon groter wordt, is de raming van ontvangsten uit nu reeds bekende boetes lager.


De hogere uitgaven op het artikel Bevorderen van innovatiekracht in 2009 en 2010 ten opzicht van 2008 worden voornamelijk verklaard, doordat er in die jaren meer middelen beschikbaar zijn voor innovatieprogramma’s. De innovatievoucher-regeling wordt voor de periode 2008 t/m 2010 uitgebreid van 6000 naar 8000 vouchers, met bijkomend extra budget.

Op advies van de Strategische Adviescommissie is in 2008 een tweetal nieuwe innovatieprogramma’s slechts gedeeltelijk gehonoreerd, omdat nog nadere uitwerking van deze programma’s nodig is. Bovendien ligt het zwaartepunt hierbij in de jaren na 2008 en daarom worden de niet in 2008 benodigde middelen doorgeschoven naar 2009 en 2010. De middelen nemen vanaf 2010 af door het beëindigen van sommige projecten. Het betreft voornamelijk projecten die met FES-gelden zijn gefinancierd. Daarmee samenhangend lopen de ontvangsten (vanuit het FES) op dit artikel ook sterk terug vanaf 2010.


De ontvangsten op het artikel Een concurrerend ondernemingsklimaat zijn in 2008 hoger, omdat er in dat jaar (eenmalig) middelen worden terugontvangen van het Noorden in verband met de eindafrekening van het programma Investeringspremie Regeling (IPR)-decentraal. Daarnaast wordt in 2008 het restant van de in het verleden door EZ beschikbaar gestelde middelen teruggestort naar de EZ-begroting wegens liquidatie van de Stichting Industriefaciliteit, en worden middelen ontvangen uit hoofde van de verkoop van de gronden Vliegveld Beek.


Stijgende uitgaven aan de MEP en SDE verklaren de oploop op het artikel Doelmatige en duurzame energiehuishouding. De geplande MEP-uitgaven laten vanaf 2011 een daling zien, omdat bestaande MEP-beschikkingen aflopen. De hierdoor ontstane vrijval uit de MEP zal aan de middelen voor de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) worden toegevoegd en worden ingezet. Daarnaast wordt naar aanleiding van de motie-Samsom/Atsma (TK 2007–2008, 31 239, nr. 16) vanaf 2008 tot en met 2015 een extra 120 mln. verspreid toegevoegd aan het SDE-budget. Het verschil tussen 2008 en de jaren daarna wordt ook verklaard, doordat vanaf 2009 een aantal enveloppemiddelen vanaf de aanvullende post Algemeen naar de EZ-begroting worden overgeheveld voor het stimuleren van het gebruik van zonneboilers en warmtepompen en voor de ontwikkeling van verschillende innovatieprogramma’s op het terrein van energietransitie.

De ontvangsten op dit artikel bestaan voornamelijk uit aardgasbaten. De bepalende factoren voor de geraamde aardgasbaten zijn de aardgasprijs, die gerelateerd is aan de prijs van olie in dollars, de euro/dollar koers en het volume van de verkopen. De variatie in de ontvangsten wordt veroorzaakt door variaties in de geraamde gasproductie (die dus wordt bepaald door fluctuerende factoren zoals een sterk stijgende olieprijs in de jaren 2008 en 2009).


De sterk toegenomen ontvangsten in de jaren 2010 t/m 2012 op het artikel Elektronische communicatie en post worden verklaard doordat de periode waarin KPN en Vodafone gebruik mogen maken van hun GSM-frequenties verlengd wordt tot 2013. De ontvangsten voor de Staat vallen hierdoor hoger uit.

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

XIV Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven2 545,12 447,72 374,12 191,72 158,52 135,3
totaal niet-belastingontvangsten728,9608,0623,9610,6584,3580,3
       
21 Duurzaam ondernemen      
Uitgaven377,7305,7281,2230,5218,3214,6
Ontvangsten81,613,112,510,86,86,8
       
22 Agrarische ruimte      
Uitgaven54,370,351,442,135,034,5
Ontvangsten54,768,855,651,344,244,2
       
23 Natuur      
Uitgaven538,7532,0515,2483,0491,7489,3
Ontvangsten85,826,833,842,429,125,1
       
24 Landschap en Recreatie      
Uitgaven189,2186,5183,6149,2149,5146,2
Ontvangsten32,828,628,65,75,75,7
       
25 Voedselkwaliteit en Diergezondheid      
Uitgaven126,7102,672,368,668,667,5
Ontvangsten16,010,31,21,21,21,2
       
26 Kennis en Innovatie      
Uitgaven983,1976,1968,3960,4946,8946,9
Ontvangsten30,423,921,019,58,98,9
       
27 Reconstructie      
Uitgaven70,971,8108,488,585,784,1
Ontvangsten0,30,526,726,726,726,7
       
28 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven– 0,1– 1,8– 3,2– 5,1– 4,9– 4,9
       
29 Algemeen      
Uitgaven204,6204,4196,7174,6167,8157,1
Ontvangsten427,3436,0444,4453,0461,8461,8

Op het artikel Duurzaam ondernemen zijn de uitgaven in 2008 eenmalig hoger door extra toegevoegde middelen als gevolg van de motie-Van Geel (TK 2007–2008, 31 200, nr. 16) en door instelling van drie interne begrotingsreserves. Omdat de zgn. «Koopmans-gelden» uit ICES II tot 2010 lopen, dalen de uitgaven opnieuw vanaf 2010.


De uitgaven op het artikel Agrarische ruimte zijn voornamelijk in 2009 hoger als gevolg van de toegevoegde FES-middelen Greenports, Greenport Primaviera en project Klavertje 4.


De uitgaven voor Natuur stijgen licht in 2012 als gevolg van de door LNV uitgevoerde interne herprioritering op haar begroting. Vooral op het natuurterrein worden hiervoor extra middelen ingezet. De lagere uitgaven worden veroorzaakt door de afloop van ICES-middelen voor natte natuur in 2010, waardoor vanaf 2010 een daling plaatsvindt.


De middelen voor Landschap en recreatie kennen na 2010 een dalend verloop omdat tot en met 2010 door verkoop van ruilgronden aanvullende middelen beschikbaar zijn voor Groen in en om de Stad.


Op het artikel Voedselkwaliteit en Diergezondheid zijn de uitgaven in 2008 en 2009 hoger vanwege extra middelen voor de Voedsel- en Warenautoriteit in verband met het rapport-Hoekstra. De ontvangsten in 2009 zijn hoger door bij de EU declareerbare uitgaven voor blauwtongvaccins.


Het budget van het artikel Kennis en innovatie is qua omvang het grootste van de LNV-begroting. LNV is verantwoordelijk voor onderzoek, onderwijs en de toepassing van kennis in het groene domein.


De beschikbare middelen op het artikel Reconstructie nemen vanaf 2010 structureel toe door de geraamde ILG-bijdrage van de ministeries van VROM en V&W ten behoeve van de bodem- en watersanering. In 2010 zijn de uitgaven nog eens hoger door de toegevoegde middelen ten behoeve van het project Veenweidegebieden.


De daling van de uitgaven op het artikel Algemeen zijn met name het gevolg van de herprioritering van LNV, waarbij vooral op ICT een taakstelling rust. Ook van invloed op de dalende uitgaven zijn de subsidie- en efficiencytaakstelling. De landbouwheffingen worden ook op dit artikel ontvangen.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven22 195,925 182,025 806,626 270,827 320,528 180,6
totaal niet-belastingontvangsten687,3776,91 130,81 081,91 046,41 022,3
       
41 Inkomensbeleid      
Uitgaven1,51,70,80,80,80,8
       
42 Arbeidsparticipatie      
Uitgaven37,426,69,312,015,415,4
Ontvangsten23,018,919,019,019,019,0
       
43 Arbeidsverhoudingen      
Uitgaven25,026,45,75,75,75,7
Ontvangsten1,11,21,21,21,21,2
       
44 Arbeidsomstandigheden en verzuim      
Uitgaven75,664,823,423,123,123,1
Ontvangsten7,55,15,15,15,15,1
       
45 Pensioenbeleid      
Uitgaven2,41,90,40,40,40,4
       
46 Inkomensbescherming met activering      
Uitgaven6 462,26 502,36 357,36 531,46 651,86 794,3
Ontvangsten53,1     
       
47 Re-integratie      
Uitgaven2 252,52 315,22 475,52 218,72 172,52 158,5
Ontvangsten67,1223,5574,3526,6497,4472,4
       
48 Sociale werkvoorziening      
Uitgaven2 435,92 436,72 437,62 437,22 438,52 438,5
Ontvangsten520,6522,7525,7524,5518,2519,1
       
49 Overige inkomensbescherming      
Uitgaven355,1347,5544,5559,3561,8573,4
Ontvangsten2,3     
       
50 Tegemoetkoming specifieke kosten      
Uitgaven141,3143,9147,9141,6142,3144,3
Ontvangsten0,9     
       
51 Rijksbijdragen sociale fondsen      
Uitgaven10 137,913 087,813 512,414 066,514 980,615 702,1
       
97 Aflopende regelingen      
Uitgaven1,10,30,20,1  
Ontvangsten0,6     
       
98 Algemeen      
Uitgaven204,7201,0283,0273,0274,0274,1
Ontvangsten11,05,55,55,55,55,5
       
99 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven63,325,88,50,953,549,9

De begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevat zowel middelen die tot het kader Sociale Zekerheid worden gerekend als middelen die onder het kader Rijksbegroting-eng vallen.


Het artikel Inkomensbescherming met activering is stabiel. Hier liggen echter wel verschillende effecten aan ten grondslag. Enerzijds is er een oploop als gevolg van het feit dat de instroom in de Wajong elk jaar hoger is dan de uitstroom. Daarnaast is de instroom de afgelopen jaren gestegen. Anderzijds is er een daling van het aantal bijstandsgerechtigden. Per saldo resulteert een relatief stabiele reeks.


Het Re-integratie-budget daalt. Dit wordt veroorzaakt door twee afspraken uit het Coalitieakkoord die op dit artikel neerslaan: de korting op het flexibel re-integratiebudget, en de besparing door prestatieafspraken met CWI, UWV en gemeenten. De ontvangsten op dit artikel zijn in 2008 hoger dan in de daaropvolgende jaren. Dit komt omdat in 2007 gemeenten te ruim zijn bevoorschot naar nu blijkt op basis van het huidige gebruik van de regelingen. Dit teveel bevoorschotte bedrag komt in 2008 als ontvangst terug naar de begroting.


Op het artikel Algemeen worden de apparaatuitgaven en subsidie-, voorlichtings-, onderzoeks- en handhavingsbudgetten verantwoord die niet direct kunnen worden toegerekend aan een van de beleidsartikelen. Voor de jaren 2008 en 2009 wijken de bedragen af van de latere jaren. Dit komt doordat voor deze jaren de apparaatskosten zoveel mogelijk zijn toegerekend aan de beleidsartikelen.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven14 116,614 569,515 538,915 946,316 326,016 852,2
totaal niet-belastingontvangsten61,759,166,047,427,427,4
       
41 Volksgezondheid      
Uitgaven606,0603,0634,7622,1620,5617,1
Ontvangsten13,321,220,215,615,615,6
       
42 Gezondheidszorg      
Uitgaven6 794,77 170,27 725,88 138,48 514,78 994,1
Ontvangsten44,132,940,826,96,86,8
       
43 Langdurige Zorg      
Uitgaven5 319,45 408,65 826,05 869,75 863,85 923,2
       
44 Maatschappelijke Ondersteuning      
Uitgaven601,4601,5600,9597,2595,6595,6
       
46 Sport      
Uitgaven108,0136,1134,9127,7128,3128,3
Ontvangsten1,00,90,90,90,90,9
       
47 Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II      
Uitgaven412,7390,0370,3353,5340,1327,5
       
98 Algemeen      
Uitgaven311,9298,2286,4279,3272,6273,7
Ontvangsten3,44,14,14,14,14,1
       
99 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven– 37,5– 38,1– 40,1– 41,6– 9,7– 7,3

De totale uitgaven op de begroting van het ministerie van VWS vertonen een stijgende lijn, voornamelijk veroorzaakt door de stijging op het artikel Gezondheidszorg en het artikel Langdurige Zorg.


De oploop op het artikel Gezondheidszorg wordt grotendeels veroorzaakt door de stijging van de zorgtoeslag en rijksbijdrage 18-Zvw. De hoogte van de zorgtoeslag is gekoppeld aan de hoogte van de zorgpremie. Door de stijgende zorgpremies neemt de zorgtoeslag toe. De stijging van de zorgpremies zorgt er ook voor dat de rijksbijdrage 18-Zvw een stijgende lijn vertoont.


Op het artikel Langdurige Zorg is ook een stijging te zien. Deze stijging is grotendeels toe te schrijven aan de stijging van de rijksbijdrage BIKK (bijdrage in de kosten van kortingen). Deze bijdrage compenseert de premiederving bij onder andere de AWBZ, die ontstaan is door de grondslagverkleining voor de premieheffing. Deze grondslagverkleining trad op na de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001. Daarnaast is er vanaf 2010 sprake van een forfaitaire tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg).


Het artikel Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II vertoont een structurele daling ten gevolge van een afname van de populatie uitkeringsgerechtigden.

Jeugd en Gezin

XVII Jeugd en Gezin bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven6 056,06 212,56 298,76 437,86 425,76 412,7
totaal niet-belastingontvangsten13,613,513,513,513,513,5
       
1 Gezin en inkomen      
Uitgaven4 206,04 267,44 259,84 353,74 323,84 300,9
Ontvangsten0,30,30,30,30,30,3
       
2 Gezond opgroeien      
Uitgaven290,4342,2366,7385,6383,3383,3
Ontvangsten1,51,51,51,51,51,5
       
3 Zorg en bescherming      
Uitgaven1 561,31 601,71 671,01 697,51 717,11 727,7
Ontvangsten11,811,711,711,711,711,7
       
98 Algemeen      
Uitgaven 0,30,30,30,30,3
       
99 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven– 1,60,90,90,71,21,5

De totale uitgaven op de begroting van Jeugd en Gezin vertonen tot 2011 een stijgende lijn. Het grootste deel van deze stijging wordt veroorzaakt door het artikel Gezin en inkomen. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de oploop in het budget dat beschikbaar is voor het Kindgebonden Budget. De uitgaven voor de Kinderbijslag lopen licht af, doordat de raming van het aantal kinderen dat recht heeft op kinderbijslag licht daalt. De beschikbare middelen voor het Kindgebonden Budget stijgen in 2009, doordat in dat jaar bedragen per kind worden uitgekeerd. In 2008 werd nog een bedrag per gezin, de Kindertoeslag, uitgekeerd. In 2010 en 2011 stijgen de uitgaven voor het Kindgebonden Budget verder omdat in de ramingen een verhoging van de bedragen per kind is opgenomen, mede als gevolg van de integratie met de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS).


De uitgaven op het artikel Gezond opgroeien stijgen vooral van 2009 tot 2011. Dit is voornamelijk het gevolg van de stijgende uitgaven voor de Centra voor Jeugd en Gezin. Daarnaast loopt het budget voor het Elektronisch Kinddossier en de Verwijsindex op van 10 mln. in 2009 tot 20 mln. in 2011.


Ook op het artikel Zorg en bescherming nemen de uitgaven toe. Op dit artikel wordt de stijging voornamelijk veroorzaakt doordat de uitgaven op basis van de Wet op de Jeugdzorg in de periode 2008–2013 met ongeveer 125 mln. toenemen. Deze stijging is het gevolg van een toenemende vraag, het streven om de wachtlijsten in de jeugdzorg weg te werken en de kwaliteit van het hulpaanbod te verbeteren. Daarnaast stijgen de uitgaven op dit artikel, doordat de verkorting van de doorlooptijden (van aanmelding tot uitspraak van de rechter) zorgt voor een groei in het aantal kinderbeschermingsmaatregelen.

Gemeentefonds

B Gemeentefonds bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven16 028,817 421,217 342,317 313,217 310,417 310,5
totaal niet-belastingontvangsten      
       
1 Gemeentefonds      
Uitgaven16 028,817 421,217 342,317 313,217 310,417 310,5

Het Gemeentefonds is een belangrijke inkomstenbron voor gemeenten. De beschikbare financiële middelen worden zodanig over de gemeenten verdeeld, dat zij een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lasten kunnen leveren. De ontwikkeling van het Gemeentefonds wordt bepaald door de normeringssystematiek en de toevoegingen en/of onttrekkingen vanwege specifieke taakmutaties.


De omvang van het Gemeentefonds neemt in 2009 toe, mede als gevolg van het accres. In de jaren 2010–2012 neemt de omvang van het Gemeentefonds licht af. Dat hangt samen met het aflopen van de tijdelijk toegevoegde middelen voor armoede en schuldhulpverlening en kinderopvang. Daarnaast daalt het Gemeentefonds nog verder doordat de besparing bij de ketensamenwerking werk en inkomen oploopt tot 63 mln. in 2012.

Provinciefonds

C Provinciefonds bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven1 205,11 298,21 298,21 297,81 297,81 297,8
totaal niet-belastingontvangsten      
       
1 Provinciefonds      
Uitgaven1 205,11 298,21 298,21 297,81 297,81 297,8

Het Provinciefonds is een belangrijke inkomstenbron voor provincies.

De beschikbare financiële middelen worden zodanig over de provincies verdeeld, dat zij een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lasten kunnen leveren. De ontwikkeling van het Provinciefonds wordt bepaald door de normeringssystematiek en de toevoegingen en/of onttrekkingen vanwege specifieke taakmutaties.


De toename van het Provinciefonds vanaf 2009 is te verklaren uit de toevoeging van het accres 2009. Er zijn dit begrotingsjaar geen specifieke mutaties geweest die het verloop van de uitgaven over de jaren wijzigen.

Infrastructuurfonds

A Infrastructuurfonds bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven7 204,27 738,68 280,78 124,77 894,87 620,5
totaal niet-belastingontvangsten6 420,77 738,68 280,78 124,77 894,87 620,5
       
11 Hoofdwatersystemen      
Uitgaven692,7813,6922,5777,1680,1549,6
Ontvangsten10,333,152,333,34,82,5
       
12 Hoofdwegennet      
Uitgaven2 463,12 681,02 955,22 255,52 590,62 942,2
Ontvangsten136,578,2127,975,478,0251,3
       
13 Railwegen      
Uitgaven2 450,52 741,82 771,12 487,82 324,72 223,6
Ontvangsten76,6179,4221,5279,7304,8334,5
       
14 Regionale en lokale infrastructuur      
Uitgaven365,5273,4277,8294,0360,9381,0
Ontvangsten29,0     
       
15 Hoofdvaarwegennet      
Uitgaven590,8747,0765,6763,6773,0685,1
Ontvangsten18,532,440,632,528,45,0
       
16 Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer      
Uitgaven166,9288,1356,7791,0772,5623,1
Ontvangsten7,0  20,020,020,0
       
17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer      
Uitgaven414,8140,0175,7220,0150,0210,0
Ontvangsten22,3     
       
18 Overige uitgaven en ontvangsten      
Uitgaven59,853,856,1535,6242,95,9
Ontvangsten34,835,135,0518,0237,1 
       
19 Bijdrage andere begrotingen Rijk      
Ontvangsten6 085,87 380,37 803,47 165,87 221,77 007,2

De aan de uitvoering gerelateerde beleidsdoelstellingen van Verkeer en Waterstaat zijn in de begroting van het Infrastructuurfonds opgenomen. Het Infrastructuurfonds wordt gevoed vanuit de begroting van Verkeer en Waterstaat en vanuit het Fonds Economische Structuurversterking.


De oploop van 2008 tot 2010 op het artikel Hoofdwatersystemen wordt verklaard door de investeringen in het Hoogwater Beschermingsprogramma (HWB), waaronder zwakke schakels in de kustverdediging.


Het bedrag aan uitgaven voor het Hoofdwegennet neemt toe tussen 2008 en 2010. Dit heeft hangt samen met de programmering van de MIT-projecten. Deze projecten lopen voor een deel af in 2010. Vanaf 2011 is er opnieuw een oploop op dit artikel. Deze oploop is onder andere te verklaren doordat reeds gereserveerde middelen in het Fonds Economische Structuurversterking (FES) worden toegevoegd. Een toevoeging aan de begroting van het Infrastructuurfonds vindt plaats als de onderliggende projecten voldoende zijn uitgewerkt en er besluitvorming over heeft plaatsgevonden.


Op het artikel Railwegen zijn zowel aanleg-, als onderhoud- en vervangingsbudgetten opgenomen. Voor de tweede fase Herstelplan Spoor zijn middelen beschikbaar gesteld tot en met 2012. De hiervoor aan de begroting toegevoegde reeks is sterk oplopend, met een piek in de jaren 2009 en 2010. Ná 2010 (t/m 2012) dalen de beschikbaar gestelde middelen voor het herstelplan sterk, om na 2012 geheel te stoppen.


Het budget voor Regionale en lokale infrastructuur fluctueert, omdat het uitgaven (subsidies) betreft voor grote infrastructuurprojecten die door andere overheden worden aangelegd. Vanaf 2009 lopen de geraamde uitgaven op. Een oorzaak hiervan is het Regio Specifiek Pakket voor het Noorden (RSP). Bij de uitwerking van het RSP wordt onderscheid gemaakt tussen een ruimtelijk-economisch programma (REP), dat uitgevoerd wordt door EZ, en projecten ter verbetering van het regionale bereikbaarheid (RB), uitgevoerd door V&W.


Bij de Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer bepaalt het project Ruimte voor de Rivier voornamelijk het verloop door de jaren heen. De piek in 2011 en 2012 wordt bepaald door de overboeking vanuit het FES van middelen ten behoeve van het Project Mainport Rotterdam. De daling van uitgaven na 2008 van de Megaprojecten Verkeer en Vervoer weerspiegelt het aflopen van de uitgaven voor de Betuweroute en de HSL-Zuid. De fluctuaties in de jaren 2010–2012 worden veroorzaakt door de eerder geraamde uitgaven voor de Zuiderzeelijn die vrijvallen. Dit budget komt deels ten gunste van het spoorprogramma en voor een ander deel ten gunste van het eerder genoemde Regio Specifiek Pakket voor het Noorden.


Bij de Overige uitgaven en ontvangsten zijn de ontvangsten in 2008 het gevolg van de overheveling van het voordelig saldo (niet-gebruikte middelen) uit 2007 naar 2008. De sterke stijging van de uitgaven en ontvangsten in 2011 en 2012 worden veroorzaakt doordat leningen aan ProRail die via het Infrastructuurfonds lopen, in deze jaren aflopen. ProRail betaalt deze terug aan V&W (ontvangst) en V&W betaalt deze op haar beurt weer terug aan Financiën (uitgaven).


Het artikel Ontvangsten andere begrotingen Rijk betreft de voeding van het Infrastructuurfonds vanuit zowel de begroting van Verkeer en Waterstaat, als vanuit het FES. Deze voeding stijgt jaarlijks, onder meer als gevolg van het jaarlijkse groeipercentage van 2,8 procent vanuit begrotingshoofdstuk XII. De lagere voeding tussen 2011 en 2013 is het gevolg van nog niet vrijgegeven FES-middelen voor het artikel Hoofdwegennet.

Fonds Economische Structuurversterking

D Fonds Economische Structuurversterking bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven3 274,22 477,92 511,62 184,62 345,51 990,1
totaal niet-belastingontvangsten3 274,22 477,92 511,62 184,62 345,51 990,1
       
11 Verkeer en Vervoer      
Uitgaven1 371,21 133,91 212,7966,2758,1716,6
       
12 Milieu en Duurzaamheid      
Uitgaven364,7274,8263,0271,6230,4220,9
       
13 Kennis en Innovatie      
Uitgaven704,4526,6394,0203,3120,782,8
       
14 Ruimtelijke Ordening      
Uitgaven430,6121,443,652,819,55,5
       
15 Projecten in Voorbereiding      
Uitgaven403,4421,1598,2690,61 216,9964,2
       
21 Ontvangsten uit Aardgasbaten      
Ontvangsten3 274,22 477,92 511,62 184,62 345,51 990,1

Het Fonds Economische Structuurversterking (FES) is een verdeelfonds en heeft als doel het financieren van investeringsprojecten van nationaal belang waarmee beoogd wordt de economische structuur te versterken. De feitelijke projectuitgaven worden onderbouwd, geraamd en verantwoord op de andere begrotingshoofdstukken. Het kasritme van de FES-uitgaven wordt bepaald door de financieringsbehoefte van de goedgekeurde FES-projecten, passend binnen de budgettaire randvoorwaarden van de FES-wet.


Op de terreinen Verkeer en vervoer, Milieu en duurzaamheid, Kennis en innovatie en Ruimtelijke ordening worden bijdragen geleverd aan verschillende departementale begrotingen vanuit het FES.

Voorbeelden van deze bijdragen zijn projecten in het kader van infrastructuur, luchtkwaliteit, kennis en het Budget Investeringen in Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK). In de FES-begroting van 2008 zijn de investeringsdomeinen uitgebreid met Verduurzaming van de energiehuishouding, Ruimtelijke investeringen en Waterbeheer(sing). De afloop na 2008 van deze begrotingsartikelen wordt veroorzaakt doordat na die tijd in mindere mate concrete invulling aan projecten is gegeven. Nog niet alle reserveringen voor FES-projecten zijn overgeboekt naar de departementale begrotingen. De middelen voor een eventuele doorloop van deze projecten zijn gereserveerd op het artikel Projecten in voorbereiding. Dit is het artikel waarop alle middelen binnen het FES worden gereserveerd, alvorens deze na voldoende uitwerking aan de verschillende departementale begrotingen toegevoegd worden. Ook een deel van de enveloppes uit het Coalitieakkoord is op dit artikel geboekt. Het begrotingsartikel heeft dan ook een oploop in deze kabinetsperiode. Tenslotte neemt, naast de reserveringen voor doorlopende projecten uit eerdere jaren, dit artikel toe door enkele grote reserveringen voor nog in te vullen projecten waaronder enveloppe luchtkwaliteit, Nota Ruimte en reserveringen voor projecten op het gebied van kennis, innovatie en onderwijs.

In het Coalitieakkoord is afgesproken dat het FES een vaste voeding krijgt, die niet meer fluctueert als gevolg van mutaties in de aardgasbaten. Daarom wordt in de FES-begroting vooruit gelopen op een wijziging van de Wet Fonds economische structuurversterking in het jaar 2009.

De gasbatenvoeding van het Fonds wordt gevormd door de niet-belastingontvangsten van de staat uit aardgasbaten. De voeding uit aardgasbaten is gelijk aan de totale uitgaven in de FES-begroting 2009. De voeding uit aardgasbaten wordt derhalve niet meer berekend als een percentage van de gasbaten.

AOW-spaarfonds

E AOW-spaarfonds bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven      
totaal niet-belastingontvangsten4 489,84 805,35 180,75 505,05 854,36 220,0
       
1 Rijksbijdrage AOW-spaarfonds      
Ontvangsten3 085,73 199,23 312,63 426,03 539,53 652,9
       
2 Rentebijdrage over AOW-spaarfonds      
Ontvangsten1 404,11 606,21 868,12 079,02 314,82 567,1

Het AOW-spaarfonds is ingesteld in 1998 om de financierbaarheid van de AOW op langere termijn zeker te stellen. Het fonds wordt gevoed door bijdragen vanuit de begroting van SZW. De Rijksbijdragen dienen conform de Wet Premiemaximering AOW en introductie spaarfonds AOW jaarlijks met minimaal 113,4 mln. te stijgen. Het fonds ontvangt daarnaast Rente over het totaal opgebouwde vermogen. De rente wordt aan het fondsvermogen toegevoegd.

Diergezondheidsfonds

F Diergezondheidsfonds bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven55,211,010,410,411,010,4
totaal niet-belastingontvangsten28,411,010,410,411,010,4
       
1 Bewaking en bestrijding van dierziekten      
Uitgaven55,211,010,410,411,010,4
Ontvangsten28,411,010,410,411,010,4

Op de begroting van het Diergezondheidsfonds (DGF) worden meerjarig de reguliere uitgaven voor Bewaking en bestrijding van dierziekten opgenomen. Dekking vindt plaats door bijdragen van de sector, de EU en het Rijk. De afloop van uitgaven en ontvangsten is een gevolg van het feit dat het convenant DGF tussen Rijk en sector tot 2009 loopt.


De ontvangsten lopen in 2008 eenmalig op als gevolg van de overheveling van het positieve eindsaldo in 2007 en extra toegevoegde middelen voor het aankopen van blauwtongvaccins.

BTW-Compensatiefonds

G BTW-compensatiefonds bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven2 362,52 468,02 536,62 592,82 643,62 659,5
totaal niet-belastingontvangsten      
       
1 BTW-compensatiefonds      
Uitgaven2 362,52 468,02 536,62 592,82 643,62 659,5

Gemeenten, provincies en kaderwetgebieden kunnen de betaalde BTW voor hun niet-ondernemersactiviteiten in beginsel gecompenseerd krijgen uit het BTW-Compensatiefonds.

Waddenfonds

H Waddenfonds bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven40,540,540,540,540,533,9
totaal niet-belastingontvangsten33,933,933,933,933,933,9
       
1 Waddenfonds      
Uitgaven40,540,540,540,540,533,9
Ontvangsten33,933,933,933,933,933,9

Het Waddenfonds is ingesteld per 1 januari 2007 en wordt gevoed vanuit de VROM-begroting. Het Fonds wordt gedurende een investeringsperiode van 20 jaar jaarlijks met 33,9 mln. gevoed. Deze middelen worden ingezet voor de verbetering van de economische structuur en het milieu in het Waddengebied.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
Totaal uitgaven6 228,16 569,96 444,76 683,76 748,36 886,9
Totaal niet-belastingontvangsten178,9155,3133,5132,9132,0121,4
       
2B. Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten      
Uitgaven0,30,30,1   
       
5. Buitenlandse Zaken      
Uitgaven5 425,95 676,05 545,15 780,25 912,66 097,9
Ontvangsten158,8131,0110,2110,8110,4110,4
       
Artikel 21: Versterkte intern rechtsorde en eerbiediging mensenrechten      
Uitgaven107,2110,5109,2111,8104,0104,0
       
Artikel 22: Grotere veiligh en stabil.,effect. hum. hulpv. en goed best.      
Uitgaven1 002,2920,9900,0852,8850,6850,7
Ontvangsten1,61,11,11,11,11,1
       
Artikel 23: Versterkte Europese samenwerking      
Uitgaven190,7209,3214,5237,0214,5214,5
       
Artikel 24: Meer welvaart en minder armoede      
Uitgaven955,41 116,11 028,51 231,61 544,11 696,5
Ontvangsten37,940,820,020,620,220,2
       
Artikel 25: Toegenomen menselijke ontplooiing en sociale ontwikkeling      
Uitgaven1 731,21 802,31 803,11 779,91 778,41 778,4
       
Artikel 26: Beter beschermd en verbeterd milieu      
Uitgaven391,3443,7495,9586,3386,4386,4
       
Artikel 27: Welz en veiligh.van Ned.in het btld en regul. van pers.verk.      
Uitgaven183,8189,5131,4129,7134,4135,0
Ontvangsten36,836,636,636,636,636,6
       
Artikel 28: Versterkt cultur.profiel en pos. beeldvorm.in en buiten Ned      
Uitgaven91,682,683,186,987,086,9
Ontvangsten0,80,80,80,80,80,8
       
Artikel 30: Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven10,656,150,599,4140,6168,0
       
Artikel 31: Algemeen      
Uitgaven761,9744,9728,9664,7672,5677,5
Ontvangsten81,651,651,651,651,651,6
       
6. Justitie      
Uitgaven15,023,527,532,024,022,6
       
7. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties      
Uitgaven0,50,50,30,30,30,3
       
8. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap      
Uitgaven65,065,265,165,165,165,1
       
9B. Financien      
Uitgaven53,2161,3166,0236,3233,1229,0
Ontvangsten16,911,010,18,98,37,8
10. Defensie      
Uitgaven356,1346,8343,2298,7218,7218,7
Ontvangsten1,41,41,41,41,41,4
       
11. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer      
Uitgaven75,754,360,661,484,860,1
       
12. Verkeer en Waterstaat      
Uitgaven17,419,616,014,314,314,3
       
13. Economische Zaken      
Uitgaven173,0179,3180,3157,5160,0143,4
Ontvangsten1,811,811,811,811,81,8
       
14. Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit      
Uitgaven29,728,928,828,727,727,7
       
15. Sociale Zaken en Werkgelegenheid      
Uitgaven0,70,70,70,70,70,7
       
16. Volksgezondheid, Welzijn en Sport      
Uitgaven15,613,610,98,46,96,9

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is een aparte budgettaire constructie, waarin de uitgaven aan Internationale Samenwerking van de verschillende departementen worden gebundeld. Het uitgavenniveau van de HGIS wordt aangepast voor macro-economische ontwikkelingen. Het ODA-deel van het HGIS budget is gekoppeld aan het bruto nationaal product, en bedraagt 0,8 procent BNP. Het non-ODA-deel van de HGIS kent een vaste omvang, dat wordt gecorrigeerd voor prijsveranderingen.


Het merendeel van de HGIS-uitgaven wordt via de begroting van Buitenlandse Zaken verantwoord. Daarom wordt het verloop van de HGIS-uitgaven van die begroting per artikel toegelicht. Voor de overige begrotingen wordt de toelichting per departement gepresenteerd.


Het budget op het artikel Grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur is in 2008 opgehoogd door toekenning van extra middelen voor noodhulp. Verder is sprake van een structurele verhoging van de bijdragen aan de UNHCR (de VN-organisatie High Commissioner for Refugees), UNRWA (Relief and Works Agency for Palestine Refugees) en het Wereldvoedselprogramma. Ook is er meerjarig een verhoging voor programma’s in fragiele landen.


Op het artikel Versterkte Europese samenwerking is het budget in 2008 verlaagd en in 2011 verhoogd. Dit betreft een overheveling van 22,5 mln. van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) van 2008 naar 2011.


De trendmatige stijging op Meer welvaart en minder armoedekomt onder andere doordat op dit artikel de verandering van het ODA-budget als gevolg van wijzigingen in het BNP wordt verwerkt. Vervolgens worden deze middelen uitgedeeld naar de andere artikelen. Bovendien worden deze uitgaven beïnvloed door de fondsen van de regionale ontwikkelingsbanken. Daarnaast zijn er op dit artikel meerjarig extra middelen beschikbaar gesteld voor verbetering van het ondernemingsklimaat.


In het Coalitieakkoord is een intensivering voor duurzame energie in ontwikkelingslanden voorzien. Die intensivering loopt van 2008 t/m 2011 en loopt op in die jaren. Dit is te zien op het artikel Beter beschermd en verbeterd milieu.


De toerekening van de geraamde kosten voor eerstejaarsopvang van asielzoekers uit de zogenoemde DAC-landen (Development Assistance Committee van de OESO) aan ODA is verhoogd voor de jaren 2008 en 2009. Dit wordt veroorzaakt door een verwachte hogere instroom van asielzoekers. Dit is terug te zien op het artikel Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van persoonsverkeer.


De HGIS kent een eigen systematiek voor loon- en prijsbijstellingen, de HGIS-indexering. De post Nominaal en onvoorzien wordt gebruikt als reservering om toekomstige stijgingen van lonen en prijzen op te vangen. Aangezien lonen en prijzen jaar op jaar stijgen, kent de reeks een oploop. In 2008 zijn nagenoeg alle middelen toebedeeld aan HGIS-artikelen op de diverse begrotingen.


Op de Financiën-begroting staan de betalingen aan onder meer het Internationaal Ontwikkelingsfonds (IDA). Deze betalingen zijn niet elk jaar gelijk, maar afhankelijk van jaarlijks te maken afspraken over de hoogte en het kaspatroon van de afdracht. Daardoor laten de HGIS-uitgaven van Financiën een ongelijkmatig beeld zien.


In 2008 t/m 2010 is het budget op de begroting van Defensie opgehoogd voor de inzet in Afghanistan in het kader van de missie ISAF III. Daarnaast zijn over de jaren 2008 t/m 2011 intensiveringsmiddelen uit het Coalitieakkoord toegevoegd aan de voorziening crisisbeheersingsoperaties (cumulatief 250 mln.); deze middelen laten een oploop zien over de jaren.


In de Tweede Kamer is de motie-Samsom (TK 2007–2008, 31 239, nr. 16) aangenomen. In deze motie wordt de regering gevraagd 120 mln. toe te voegen aan de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE). Deze intensivering wordt gedeeltelijk gedekt door lagere uitgaven voor Joint Implementation op de EZ-begroting in 2011 en 2012. Hierdoor vallen de HGIS-uitgaven van Economische Zaken in deze jaren lager uit. Met een nieuwe Faciliteit Transitielanden zal de rol van het bedrijfsleven in China en India moeten worden vergroot. De faciliteit zal worden verzorgd door het ministerie van EZ, waardoor de HGIS-uitgaven en -ontvangsten hier van 2009 t/m 2012 elk jaar 10 mln. hoger uitvallen.

Accressen Gemeentefonds en Provinciefonds

1 Accres Gemeentefonds/Provinciefonds bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven  218,6422,5925,71 314,7
60 Accres Gemeentefonds  202,1390,6855,51 214,9
       
61 Accres Provinciefonds  16,532,070,299,7

Het accres van het Gemeentefonds en het Provinciefonds wordt berekend door de mutatie van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven als groeivoet te nemen over de grondslag, gevormd door het Gemeente- respectievelijk Provinciefonds. De stijging van accressen wordt veroorzaakt door een stijging van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven.

Prijsbijstelling/Indexering WSF

2 Prijsbijstelling/Indexering WSF bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven 1 510,31 695,61 654,32 153,02 652,7
80 Prijsbijstelling 1 419,01 493,81 420,81 885,62 327,7
       
84 Indexering WSF 91,3201,7233,6267,3325,0

Op de aanvullende posten Prijsbijstelling en Indexering studiefinanciering is de meest actuele raming van de prijsstijgingen opgenomen die zich voordoen op de rijksbegroting en bij de normbedragen in de studiefinanciering. Als gevolg van de tranchegewijze opbouw ontstaat in de tijd een oplopend uitgavenniveau.

Arbeidsvoorwaarden

Arbeidsvoorwaarden bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven 2 312,94 188,35 992,37 920,19 914,4
totaal niet-belastingontvangsten      
       
1 Arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn RB-eng      
Uitgaven 2 160,03 865,85 513,97 274,79 096,9
       
2 Arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn SZ      
Uitgaven 127,9267,7391,3525,5667,6
       
3 Arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn Z      
Uitgaven 20,946,370,394,6119,9
       
4 Indexering rijksbijdragen      
Uitgaven 4,08,516,924,330,1

Op de aanvullende post Arbeidsvoorwaarden worden de middelen gereserveerd die nodig zijn om de loongevoelige uitgaven op de Rijksbegroting, Sociale Zekerheid en Zorg op het uitgavenpeil van het desbetreffende jaar te brengen. De oploop in de cijfers ontstaat doordat jaarlijks een structurele reservering wordt opgenomen teneinde de begrotingsuitgaven (zoals deze op de afzonderlijke begrotingen zijn opgenomen) van constante naar lopende prijzen te brengen.

Koppeling Uitkeringen

Koppeling Uitkeringen bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven 284,3500,7738,4994,91 269,2
totaal niet-belastingontvangsten 18,536,554,472,491,6
       
46 Inkomensbescherming met activering      
Uitgaven 268,3456,4669,4699,71 144,5
       
47 Re-integratie      
Uitgaven 2,86,011,217,023,5
       
48 Sociale werkvoorziening      
Ontvangsten 18,536,554,472,491,6
       
49 Overige inkomensbescherming      
Uitgaven 12,236,255,374,996,8
       
50 Tegemoetkoming specifieke kosten      
Uitgaven 0,92,22,63,24,4

Op de aanvullende post Koppeling Uitkeringen worden de uitgaven voor de indexering van de begrotingsgefinancierde sociale-zekerheidsuitgaven geraamd. De mutaties in uitgaven op dit artikel komen tot stand door aanpassingen van de WKA (Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheden)-index en door grondslageffecten bij de uitkeringen. Aanpassing van de WKA-index vindt plaats op basis van CPB-cijfers over respectievelijk contractloon- en prijsontwikkeling.

Nominale bijstelling AKW

Nominale Bijstelling AKW bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven0,064,9148,5184,0225,1285,6
totaal niet-belastingontvangsten      
       
1 Gezin en inkomen      
Uitgaven0,064,9148,5184,0225,1285,6

De nominale ontwikkeling van de kinderbijslag en het kindgebonden budget vertoont een stijgende lijn, gezien de ontwikkelingen van het prijsniveau.

Aanvullende post Algemeen

Algemeen bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven– 274,3972,72 110,91 820,51 776,01 815,8
totaal niet-belastingontvangsten4,04,04,04,0  
       
2 Uitvoeringskosten fiscale wetsvoorstellen      
Uitgaven9,410,36,012,612,612,6
       
4 Eindejaarsmarge      
Uitgaven– 783,2– 84,9– 40,9   
       
11 Overig      
Ontvangsten4,04,04,04,0  
       
17 Behoedzaamheidsreserve GF/PF      
Uitgaven 226,9226,9226,9226,9226,9
       
35 BTW Openbaar Vervoer      
Uitgaven34,1     
       
55 Diversen      
Uitgaven373,8657,01 078,8190,5164,4161,7
       
62 CA 2: Innovatieve, ondernemende economie      
Uitgaven4,69,4111,1227,0248,0304,9
       
63 CA 3: Duurzame leefomgeving      
Uitgaven 2,679,0207,5328,4329,4
       
64 CA 4: Sociale samenhang      
Uitgaven7,442,7416,6619,6604,8594,3
       
65 CA 5: Veiligheid, stabiliteit en respect      
Uitgaven0,91,052,2113,6112,6112,6
       
66 CA 6: Overheid en dienstbare publieke sector      
Uitgaven  19,578,478,473,4
       
67 CA: Diversen      
Uitgaven80,6107,9161,7144,5  

Op de aanvullende post Algemeen staan middelen waarvan op het moment van reservering de definitieve aanwending nog niet expliciet kan worden aangegeven. Daarnaast staan op de aanvullende post taakstellingen geparkeerd die uiteindelijk door de diverse begrotingen ingevuld worden (bijvoorbeeld de ramingstechnische veronderstelling in=uit bij de eindejaarsmarge).


De negatieve omvang van de raming op het artikel Eindejaarsmarge wordt bepaald door de ramingstechnische veronderstelling in=uit. Er wordt verondersteld dat er aan het einde van het jaar voldoende onderuitputting is, om de uitdeling van de eindejaarsmarge in een jaar te compenseren.


Daarnaast zijn middelen gereserveerd voor Uitvoeringskosten fiscale wetsvoorstellen, Behoedzaamheidsreserve Gemeentefonds en Provinciefonds en BTW Openbaar vervoer. De uitgaven op de post Diversen betreffen voor het grootste deel een reservering voor de schuldsanering Antillen. Door het vorige kabinet een start gemaakt met een traject dat moet leiden tot herziening van de staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk, verbetering van het financiële beheer en oplossing van de schuldenproblematiek. Daarbij zal een groot deel van de schulden van de Antillen worden gesaneerd.


Op de artikelen 62 tot en met 67 staan de enveloppemiddelen uit het Coalitieakkoord geparkeerd, die nog niet zijn overgeboekt naar de verschillende begrotingen. De tranches 2008 en 2009 zijn al wel uitgekeerd; over de resterende tranches zal in komende jaren nog besluitvorming plaatsvinden. Op basis van die besluitvorming zullen dan ook de resterende middelen worden overgeheveld naar de verschillende begrotingen.

Consolidatie

Consolidatie bedragen in miljoenen euro’s

 200820092010201120122013
totaal uitgaven– 8 425,2– 9 346,3– 9 346,2– 8 491,0– 8 364,2– 8 066,1
totaal niet-belastingontvangsten– 8 425,2– 9 346,3– 9 346,2– 8 491,0– 8 364,28 066,1

De post Consolidatie wordt gebruikt voor het corrigeren van de Rijksbegroting voor dubbeltellingen die ontstaan door het «bruto-boeken» van bijdragen. Het bruto-boeken houdt in dat zowel het departement dat bijdraagt, als het departement dat ontvangt de uitgaven op zijn begroting opneemt. Het ontvangende departement raamt daarnaast de te ontvangen bijdragen ook aan de ontvangstenkant van de begroting. Hierdoor wordt het rekenkundig niveau van de totale rijksuitgaven en de rijksontvangsten hoger dan het feitelijk niveau. Door de post Consolidatie wordt hiervoor gecorrigeerd. De hoogte van de post wordt in belangrijke mate bepaald door de bijdragen via de begrotingen van Verkeer en Waterstaat en het FES aan het Infrastructuurfonds.