Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 46 Sport

46.1 Algemene beleidsdoelstelling

Een sportieve samenleving waarin zowel veel aan sport wordt gedaan als van sport wordt genoten.

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

Het Kabinet ziet sport als een bindende factor in de samenleving, omdat het bijdraagt aan belangrijke doelen op het terrein van gezondheid, veiligheid, ontwikkeling van wederzijds respect, integratie en maatschappelijke binding. We willen de grote maatschappelijke waarde van de sport nog beter benutten. Sport heeft daar bovenop ook een belangrijke intrinsieke waarde: het is leuk om te doen en om bij betrokken te zijn als vrijwilliger of supporter. Investeren in de sport achten we daarom van essentieel belang. Daarbij bouwen we voort op de beleidsplannen uit de nota Tijd voor sport, Bewegen, Meedoen, Presteren kamerstukken 30 234, nr. 2.


In de brief Samen zorgen voor beter, proloog VWS-beleid 2007–2010 kamerstukken 30 800 XVI, nr. 138 en in het Beleidsprogramma Samen werken samen leven lichten we de belangrijke positie van de sport(verenigingen) verder toe. In deze begroting geven we op hoofdlijnen aan wat we willen bereiken en wat we daarvoor in 2008 gaan doen. In oktober van dit jaar werken we onze beleidsvoornemens en ambities voor de Kabinetsperiode uit in een Beleidsbrief Sport.


De belangrijkste beleidsonderwerpen in 2008 zijn:

• Stimuleren van beweging en tegengaan van inactiviteit, met speciale aandacht voor de jeugd (46.3.1);

• Zorgen dat jongeren dagelijks kunnen sporten en bewegen, binnen en buiten de schooluren (46.3.2);

• Mogelijk maken dat talenten kunnen excelleren op internationaal niveau (46.3.3).


Daarnaast zullen we in de Beleidsbrief Sport nieuw beleid uitwerken voor:

• Het stimuleren dat gehandicapten meer sporten en bewegen (46.3.2).

• Het bevorderen van sportiviteit en respect door middel van sport (46.3.2).

• Het benutten van de sport voor het realiseren van de Millennium Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (VN) (46.3.2). In oktober 2007 doen wij u over dit onderwerp eveneens een gezamenlijke beleidsnotitie van ons en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking toekomen.

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministeriële verantwoordelijkheid

Wij zijn verantwoordelijk voor:

• het bevorderen van een actieve en daarmee gezonde leefstijl van de burger door voorlichting te geven en kennis te verspreiden;

• het aanzetten van partijen in verschillende sectoren van de maatschappij tot het ontwikkelen van activiteiten die ertoe leiden dat mensen (meer) gaan sporten en bewegen en dat minder mensen inactief zijn;

• het ontwikkelen van programma’s en het stimuleren van activiteiten die ertoe leiden dat mensen door middel van sport meedoen aan maatschappelijke activiteiten en zich daarbij sportief gedragen;

• het scheppen van voorwaarden voor topsporters in Nederland waardoor zij op verantwoorde en professionele wijze aan topsport kunnen doen.

Externe factoren

Externe factoren

Voor een succesvolle uitvoering van het beleid is de inzet van veel verschillende partijen essentieel. Met deze partijen werken we dan ook intensief samen op de verschillende beleidsdoelstellingen. De sportsector zelf bestaat uit een wijd vertakt netwerk van zeer diverse organisaties, opgericht en in stand gehouden door burgers zelf. De sportbeoefening, zowel in de top als op recreatief niveau, wordt voor een belangrijk deel mogelijk gemaakt door deze private organisaties. Een belangrijke positie wordt ingenomen door de gemeenten. Zij zijn verantwoordelijk voor het lokale sportbeleid, waaronder het accommodatiebeleid. Een steeds belangrijker rol is weggelegd voor scholen en organisaties in de naschoolse opvang. Ook maken we gebruik van kennisinstituten en onderzoeksinstellingen bij de uitvoering van het beleid. Tot slot werken we bij de uitvoering van het beleid samen met andere departementen, waaronder de ministeries van OCW en BZK.

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren

We meten de voortgang van het beleid met de hieronder opgenomen prestatie-indicator. Daarnaast monitoren we de uitvoering van de nota Tijd voor sport, Bewegen, Meedoen, Presteren ( kamerstukken 30 234, nr. 2).


We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde lange termijn
Percentage van de Nederlandse bevolking dat minimaal twaalf keer per jaar aan sport doet. 60%200365%65% (2010)

Toelichting

Deze indicator geeft aan hoe sportief de Nederlandse samenleving is.

De bron van deze indicator is het Aanvullend Voorzieningengebruik Onderzoek, dat eens in de vier jaar door het Sociaal Cultureel Planbureau wordt uitgevoerd. De resultaten voor 2007 komen in de loop van 2008 beschikbaar.


Overigens hebben alle indicatoren in dit artikel een lange termijn streefwaarde voor 2010. Bij het opstellen van de Beleidsbrief Sport, die in oktober zal verschijnen, wordt bezien of de lange termijn streefwaarde aangepast moet worden en of de termijn met één jaar verlengd moet worden, zodat deze aansluit op de huidige Kabinetsperiode.


Omdat er sprake is van lange termijn doelstellingen, zijn geen tussen streefwaarden voor 2008 opgenomen. De reden hiervoor is dat de effecten van het beleid pas op langere termijn zichtbaar zullen zijn. Tussenwaardes voegen niet veel toe of rechtvaardigen niet de uitgaven voor het jaarlijks verzamelen van deze gegevens.

46.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2006200720082009201020112012
Verplichtingen203 89394 51674 06881 69184 249109 158114 951
        
Uitgaven118 546102 309117 444121 297121 582114 951114 951
Programma-uitgaven116 20799 770114 974119 173119 563113 141113 141
Gezond door sport6 63610 08718 76322 33023 50324 67224 772
Meedoen door sport71 30068 25168 58469 21668 43360 89263 292
Sport aan de top38 27121 43227 62727 62727 62727 57725 077
        
Apparaatsuitgaven2 3392 5392 4702 1242 0191 8101 810
        
Ontvangsten999870870870870870870

Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
   20082009201020112012
1 Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid  18 76322 33023 50324 67224 772
– Juridisch verplicht   17 48019 741 20 250 20 700 1 950
– Bestuurlijk gebonden  0 0 0 0 0
– Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden  1 283 2 5893 253 3 972 22 822
2 Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om  68 58469 21668 43360 89263 292
– Juridisch verplicht   54 583 47 742 45 123 19 164 15 214
– Bestuurlijk gebonden   12 540 14 629 15 834 15 834 20 834
– Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden   1 461 6 845 7 476 25 894 27 244
3 De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland  27 62727 62727 62727 57725 077
– Juridisch verplicht   25 84220 022 18 591 12 988 8 982
– Bestuurlijk gebonden   0 0 0 0 0
– Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden  1 785 7 605 9 036 14 589 16 095

Toelichting

De bedragen opgenomen op de regels «Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden» zijn voor een deel gereserveerd voor het beleid dat uitgewerkt zal worden in de Beleidsbrief Sport die in oktober zal verschijnen.

Voor een deel zijn deze bedragen ook bestemd voor het honoreren van projecten die zich in de loop van het begrotingsjaar aandienen en die passen binnen het beleid.

– Binnen het operationeel doel «Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid» gaat het met name om subsidies voor het Nationaal Actieplan Sport en bewegen, Sportgeneeskunde en Blessurepreventie en kennisverzameling op het terrein van sport en bewegen.

– Binnen het operationeel doel «Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om» gaat het met name om subsidies voor de stimulering van de sportdeelname van mensen met een beperking, Meedoen Allochtone Jongeren, kaderbeleid en Masterplan Arbitrage.

– Binnen het operationeel doel «De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland» gaat het met name om subsidies voor talentontwikkeling en dopingbestrijding.

46.3 Operationele doelstellingen

Er zijn drie operationele doelstellingen voor sport:

1. mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid;

2. via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om;

3. de topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland.

46.3.1 Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid

Motivering

Motivering

In het gewone dagelijkse leven zijn flinke lichamelijke inspanningen vrijwel verdwenen. Bewegingsarmoede en verkeerde voedingspatronen leiden tot gezondheidsproblemen. Sport en beweging dragen bij aan een actieve en gezonde leefstijl van het individu en zijn daardoor in het belang van een gezonde samenleving waaraan mensen zo lang mogelijk actief blijven meedoen.


Om burgers op grote schaal tot een actieve leefstijl te verleiden, is een omslag nodig: dagelijks bewegen wordt de norm. Het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB) geeft daaraan een grote impuls. Partijen in verschillende sectoren van de maatschappij worden ertoe aangezet activiteiten te ontwikkelen waardoor mensen meer gaan sporten en bewegen en minder mensen inactief zijn.


Het NASB past in het kabinetsbeleid op het gebied van preventieve gezondheidszorg: het vormt het onderdeel «bewegen» uit het Convenant Overgewicht, dat in januari 2005 tussen overheid en bedrijfsleven is afgesloten, en van de Preventiebrief, kamerstukken 22 894, nr. 110, die in oktober 2006 aan de Kamer is aangeboden. In aansluiting hierop is vanuit het coalitieakkoord een Visie op Gezondheid en Preventie geformuleerd die rond Prinsjesdag 2007 zal verschijnen.


Het NASB kent vijf aandachtsgebieden (settings): Wijk, School, Werk, Zorg en Sport. Vanaf 2008 wordt, in samenwerking met de minister voor Jeugd en Gezin, extra aandacht geschonken aan de doelgroep Jeugd, omdat de aanzet tot een leven lang sporten en bewegen op jeugdige leeftijd wordt gegeven. Daartoe wordt extra geïnvesteerd in de settings Wijk, School en Zorg. Verder zal bewegen op recept via de zorg gestimuleerd worden.


We willen bereiken dat:

• Mensen meer sporten en bewegen en minder mensen inactief zijn; en

• Mensen op een gezonde en verantwoorde manier aan sport doen.


We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde lange termijn
Percentage van de Nederlandse bevolking (vanaf 18 jaar) dat voldoet aan de beweegnorm of de fitnorm63%200565% (2010)

Toelichting

Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders voldoende bewegen voor hun gezondheid. Dit geeft een indicatie van de behaalde gezondheidswinst door sport. De gegevens maken onderdeel uit van het standaardonderzoek Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN), uitgevoerd door onder meer TNO.

De «beweegnorm» (officieel de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, NNGB) is: op minstens vijf dagen per week minstens dertig minuten matig intensief bewegen. De «fitnorm» is: op minstens drie dagen per week minstens twintig minuten intensief bewegen.

De realisatie van deze indicator wordt jaarlijks gemeten.

Instrumenten ten behoeve van het stimuleren van lichaamsbeweging en het tegengaan van inactiviteit

• Nationaal Actieplan Sport en Bewegen

Deze subsidies en bijdragen zijn onder meer bedoeld om gezonde lichaamsbeweging te stimuleren en inactiviteit tegen te gaan bij verschillende specifieke doelgroepen, waarbij bijzondere aandacht wordt geschonken aan de jeugd. Wij richten ons met deze subsidies en bijdragen op alle relevante aandachtsgebieden van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen: wijk, school, werk, zorg en sport (€ 10,3 miljoen).


Daarnaast zijn deze subsidies en bijdragen bedoeld om de sportmedische begeleiding van topsporters uit te voeren (€ 1 miljoen), projecten uit te voeren die gericht zijn op blessurepreventie (€ 0,8 miljoen), om de kwaliteit van de sportgeneeskunde verder te verbeteren (€ 2,5 miljoen) en om de kennis van en informatie over sport en bewegen te vergroten (€ 1,1 miljoen).


• Bewegen op recept (BOR)

Verder zal bewegen op recept via de zorg gestimuleerd worden. Hiertoe zal in overleg met betrokken partijen (onder andere de LHV, GGD-NL, LVG, KNGF, NISB en CVZ) in de tweede helft van 2007 en in 2008 verdere ervaring op worden gedaan met proefimplementaties van beweeginterventies om zo informatie beschikbaar te krijgen over kosteneffectiviteit en voorwaarden voor succesvolle verspreiding en ondersteuning (€ 3 miljoen).

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies/Structurele subsidies450450450450450
Diverse sportmedische instellingen450450450450450
      
Projectsubsidies18 31321 88023 05324 22224 322
Nationaal Actieplan Sport en Bewegen10 32615 70617 98118 88118 881
Bewegen op recept3 0001 000   
Diverse sportmedische instellingen3 8824 0084 0434 0474 047
Onderzoeksinstituten1 1051 1661 0291 2941 394
      
Totaal18 76322 33023 50324 67224 772

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

46.3.2 Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om

Motivering

Motivering

Sport is van grote maatschappelijke betekenis. Sport is een bindende factor in de samenleving. In het coalitieakkoord onderschrijven we dat in (breedte)sport aspecten als gezondheid, veiligheid, ontwikkelen van wederzijds respect, integratie en maatschappelijke binding bijeen komen. De sport levert dan ook een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen en pijlers van het kabinetsbeleid:


• onderwijs/jeugd: betere schoolprestaties, minder schooluitval, beter school- en leerklimaat, ontwikkeling van wederzijds respect;

• wijkaanpak: positieve bijdrage aan integratie, leefbaarheid, sociale samenhang, waarden en normen;

• gezondheid en preventie: minder overgewicht, versterking actieve en gezonde leefstijl;

• excelleren van talentvolle jeugd: meer kansen voor talenten.


Om dit te kunnen blijven realiseren dient de sport wel in voldoende mate te zijn toegerust om die maatschappelijke taken goed te kunnen vervullen. Investeren in de sport(vereniging) is daartoe van essentieel belang in combinatie met een impuls voor brede scholen. In samenwerking met het ministerie van OCW, de sportsector en gemeenten wordt daarom geïnvesteerd in combinatiefuncties sport, onderwijs en naschoolse opvang. Daardoor worden sportverenigingen versterkt. Tevens wordt gewerkt aan een dekkend aanbod van brede scholen in de krachtwijken en aan extra brede scholen in de rest van Nederland. Uiteindelijk moet daarmee bereikt worden dat 90 procent van de leerlingen op scholen dagelijks kunnen sporten en bewegen binnen en buiten de schooluren in combinatie met sportverenigingen en andere partners. Meer aandacht wordt gericht op het vergroten van de sportdeelname van gehandicapten, op de bijdrage van sport aan de Millennium Ontwikkelingsdoelen en aan de rol van de sportsector op het terrein van sportiviteit en respect.


We willen bereiken dat:


• Mensen meedoen aan sportactiviteiten op lokaal niveau;

• Verenigingen aantrekkelijk zijn voor grote groepen sporters en vrijwilligers en hun maatschappelijke taken kunnen uitoefenen;

• Allochtone jongeren meedoen in de samenleving door middel van sport; en

• Mensen zich sportief gedragen en (spel)regels respecteren.


We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde lange termijn
1. Percentage van de Nederlandse bevolking dat lid is van een sportvereniging36%200338% (2010)
2. Percentage van de Nederlandse bevolking dat als vrijwilliger in de sport actief is11%200313% (2010)

Toelichting

Ad 1. Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders lid zijn van een sportvereniging. Dat is een indicatie van «meedoen in de maatschappij».

Ad 2. Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders als vrijwilliger actief zijn binnen de sport. Dat is een indicatie van «meedoen in de maatschappij».

De bron van deze beide indicatoren is het Aanvullend Voorzieningengebruik Onderzoek, dat eens in de vier jaar door het Sociaal Cultureel Planbureau wordt uitgevoerd. De resultaten voor 2007 komen in de loop van 2008 beschikbaar.

Instrumenten ter bevordering van deelname aan sportactiviteiten op lokaal niveau

• Decentralisatie-uitkeringen

Via convenanten of prestatie-afspraken verstrekken wij decentralisatie-uitkeringen aan gemeenten, in samenwerking met OCW en de sportsector, om 3000 sportverenigingen te versterken en een impuls te geven aan brede scholen door het aanstellen van professionals in combinatiefuncties sport, onderwijs en naschoolse opvang (€ 7,5 miljoen). Hiermee wordt voor een belangrijk deel invulling gegeven aan de Intensivering Sport uit het coalitieakkoord.


• Specifieke uitkeringen verstrekken aan gemeenten en provincies

Deze uitkeringen zijn onder meer bedoeld voor het stimuleren van samenwerking op lokaal niveau tussen buurt, onderwijs en sport (BOS) om door middel van sport achterstanden van jeugdigen op het gebied van gezondheid, sport en participatie tegen te gaan (€ 11,7 miljoen). Deze uitkeringen zijn ook bedoeld om het lokale sportaanbod structureel te verbeteren door middel van de Breedtesportimpuls (€ 4 miljoen).

Deze specifieke uitkeringen worden de komende jaren afgebouwd. De vrijvallende middelen worden ingezet voor de decentralisatie-uitkering sport, onderwijs, naschoolse opvang en het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen.

Instrumenten ten gehoeve van het aantrekkelijk maken van verenigingen voor grote groepen sporters en vrijwilligers

• Subsidies verlenen aan sportorganisaties en instellingen

– Ten eerste zijn er subsidies voor activiteiten om het sportaanbod en de sportverenigingen te vernieuwen. Dat moet gebeuren via een gericht programma met proefprojecten (€ 3,8 miljoen).

– Ten tweede zijn er subsidies om sportdeelname van gehandicapten te bevorderen (€ 2 miljoen).

– Ten derde zijn er subsidies om kennis van, informatie over en samenwerking in de sport te vergroten (€ 4,3 miljoen).


• Compensatie «ecotax»

Bijdragen verstrekken aan sportorganisaties om de kosten van sportverenigingen als gevolg van de regulerende energieheffing, de «ecotax», gedeeltelijk te compenseren (€ 9,3 miljoen).

Instrumenten ter bevordering van deelname van allochtone jongeren in de samenleving door middel van sport

• Subsidies verlenen aan (sport)organisaties (€ 12 miljoen) en bijdragen verstrekken aan andere overheden (€ 5 miljoen)

Deze subsidies en bijdragen zijn bedoeld om de sportdeelname van allochtone jongeren te bevorderen en om met sport extra begeleiding en zorgtrajecten voor allochtone jongeren uit te voeren.

Instrument ten behoeve van het sportieve gedrag van mensen en het respecteren van (spel)regels

• Subsidies aan landelijke (sport)organisaties

– We verlenen subsidies om het bestand aan goed opgeleide trainers en coaches uit te breiden, om opleidingstrajecten te moderniseren en om innovatie en ontwikkeling van opleidingen, bijscholingen en kennisuitwisseling mogelijk te maken (€ 2,6 miljoen).

– We verlenen subsidies om een «masterplan arbitrage» uit te voeren om het tekort aan gekwalificeerde scheidsrechters terug te dringen, en om projecten uit te voeren die verruwing, geweld, discriminatie en onheus gedrag naar scheidsrechters op de velden en langs de lijn aanpakken (€ 1 miljoen).

– We verlenen subsidies om de Koninkrijksband en de internationale samenwerking en kennisuitwisseling te versterken, daarbij zal in samenwerking met het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking ook gewerkt worden om de Millennium Ontwikkelingsdoelen dichterbij te brengen (€ 1,3 miljoen).


• Samenwerking met betrokken partijen

Het doel is om te komen tot een programma «Sportiviteit en respect». Met de sportsector wordt overlegd over enkele specifieke aandachtspunten, zoals gedragscodes, bestrijding van geweld op en rond het veld, bestrijding van discriminatie en racisme en de ontwikkeling van homo-emancipatie in de sport (€ 0,8 miljoen).

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Specifieke uitkeringen14 70614 10712 4432 257257
Breedtesportimpuls3 000750   
BOS-regeling11 70613 35712 4432 257257
      
Decentralisatie uitkeringen7 50012 10915 83415 83420 834
Combinatiefuncties7 50012 10915 83415 83420 834
      
Instellingssubsidies/Structurele subsidies5 5004 5004 5004 5004 500
Onder andere:     
Bijzondere landelijke sportorganisaties4 5004 5004 5004 5004 500
      
Projectsubsidies35 83835 98035 65638 30137 701
Onder andere:     
Compensatie Ecotax9 3579 3579 3579 3579 357
Breedtesportimpuls1 096355   
Meedoen Allochtone Jongeren12 75012 69112 632  
Trainers en coaches1 6072 5492 5872 5872 687
Arbitrage en sportiviteit1 8441 8431 8441 8441 844
Koninkrijksband en Internationale Samenwerking1 3501 3501 3501 3501 350
Sportdeelname gehandicapten9989989989981 098
Nieuwe sportmogelijkheden3 8243 8233 8231 750 
      
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken5 0402 520   
Meedoen Allochtone Jongeren (GSB)5 0402 520   
      
Totaal68 58469 21668 43360 89263 292

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

46.3.3 De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland

Motivering

Motivering

Het kabinet ondersteunt de ambitie van de sport om Nederland een plaats te laten verwerven in de internationale top tien landenklassering. Daarvoor moeten Nederlandse sporters goed presteren op Wereldkampioenschappen, Europese kampioenschappen en op de Olympische en Paralympische Spelen. Om in de top tien te komen, maakt de overheid duidelijke keuzes. De rijksoverheid investeert niet langer in alle topsportprogramma’s, maar concentreert de beschikbare middelen op die topsportonderdelen waarbij Nederlandse sporters nu of in de (nabije) toekomst goed presteren.


Om te kunnen concurreren met en te presteren binnen de internationale top zijn internationaal kwalitatief hoogwaardige sporttechnische programma’s essentieel voor het succes van onze sporters. Sporters moeten in staat gesteld worden om voltijds met hun sport bezig te zijn en moeten hierin goed begeleid worden. De rijksoverheid mag hierbij de maatschappelijke carrière van de sporter niet uit het oog verliezen maar beseft dat de ontwikkelingen in de internationale arena niet stil staan. Uit internationaal vergelijkend onderzoek2 en gesprekken met onderzoekers en NOC*NSF blijkt dat voor Nederland kansen liggen op het terrein van talentontwikkeling. Om te zorgen dat Nederland zich kan meten met de internationale top zetten we middelen in voor de verbetering van de combinatie toptraining en onderwijs, de ontwikkeling van Centra voor Topsport en Onderwijs, een extra impuls aan talentcoaching, en het leveren van een bijdrage aan hoogwaardige internationale trainings- en wedstrijdprogramma’s. De inzet is een toename van 20% van het aantal talenten in 2011. Hiermee wordt voor een deel invulling gegeven aan de Intensivering Sport uit het coalitieakkoord.


Daarnaast wordt het beleid ten aanzien van coaching, stipendia, de organisatie van topsportevenementen, het tegen gaan van dopinggebruik en het ontwikkelen van innovatieve toepassingen voortgezet.


We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde lange termijn
Positie van Nederland in de topsportlandenklasseringn.b.n.b.Positie bij de eerste tien (2010)

Toelichting

Deze prestatie-indicator geeft aan in hoeverre Nederland erin slaagt om zich te scharen bij de top tien van topsportlanden.

Deze indicator is in ontwikkeling door NOC*NSF en het Mulier Instituut en zal in de loop van 2008 gereed zijn.

Instrumenten ter bevordering van de topsport

• Subsidies verlenen aan (sport)organisaties voor talentontwikkeling

Het doel van deze subsidies is om het ontwikkelen van talenten te verbeteren en om talenten ook de laatste stap te laten zetten: het excelleren in internationale wedstrijden en competities. Dat gebeurt door projectplannen door de sportbonden uit te laten voeren, door meer specifieke talentcoaches in te zetten, door facilitaire ondersteuning door Olympische netwerken, door de combinatie van toptraining en onderwijs te verbeteren, door Centra voor Topsport en Onderwijs (CTO’s) en Nationale Trainingscentra (NTC’s) op te zetten en door een bijdrage te leveren aan hoogwaardige internationale trainings- en wedstrijdprogramma’s in voorbereiding op de Olympische Spelen (€ 7,3 miljoen). Hiermee wordt voor een deel invulling gegeven aan de Intensivering Sport uit het coalitieakkoord.


• Coaches aan de top

Bijdrage verstrekken aan het programma Coaches aan de top van de sportsector. Het doel is topcoaches vrij te maken voor hun trainerscarrière en te kunnen behouden voor de Nederlandse topsport (€ 4,5 miljoen).


• Fonds voor de Topsporter

Bijdrage verstrekken aan het Fonds voor de Topsporter. Deze bijdrage is bedoeld voor het uitkeren van een stipendium aan A-topsporters en nationale toptalenten met een inkomen dat lager is dan het minimumloon, zodat zij zich vrij kunnen maken voor hun sportcarrière (€ 5,3 miljoen).


• Subsidies verlenen aan (sport)organisaties voor de organisatie van topsportevenementen in Nederland (€ 4,7 miljoen).


• Subsidies verlenen aan (inter)nationale antidopingorganisaties om het dopinggebruik tegen te gaan(€ 1,6 miljoen).


• Bijdrage verstrekken aan de Stichting InnoSportNL voor de ontwikkeling voor grensverleggende innovatieve toepassingen voor de sport (€ 3 miljoen).

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde uitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies/Structurele subsidies6 4826 4826 4826 4826 482
Fonds voor de topsporter5 2815 2815 2815 2815 281
Nationale anti-dopingorganisatie1 2011 2011 2011 2011 201
      
Projectsubsidies en opdrachten21 14521 14521 14521 09518 595
Onder andere:     
Talentontwikkeling7 2977 2977 2977 2977 297
Coaches4 5844 5844 5844 5844 584
Topsportevenementen4 6954 6954 6954 6954 695
Innosport3 0003 0003 0003 000 
      
Totaal27 62727 62727 62727 57725 077

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

46.4 Overzicht beleidsonderzoeken

Overzicht beleidsonderzoeken
 Onderzoek onderwerpNummer AD of ODA Start B Afgerond
Effectonderzoek ex postUitvoering sportprogramma46.1A 03-2011 B 09-2011
 Evaluatieonderzoek Breedtesportimpuls46.3.2A 01-2009 B 12-2009
Overig evaluatieonderzoekOnderzoek naar de sportparticipatie van mensen met een beperking46.3.2A 06-2007 B 02–2008
 Onderzoek Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN)46.3.1Doorlopend
 Topsportklimaat onderzoek46.3.3Doorlopend

2  2006 SPLISS, An international comparative study (VU Brussel, WHJ Mulier Instituut, UK Sport en Sheffield Hallam University).