Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2008

31200 VI 126 Brief van de minister en staatssecretaris van justitie

Vergaderjaar 2007-2008

Nr. 126

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


Den Haag, 2 april 2008


In vervolg op de brief van de Staatssecretaris van Justitie aan uw Kamer van 14 januari 2008 (TK 31 200 VI, nr. 100) berichten wij u als volgt.


Zoals in genoemde brief staat vermeld, heeft de staatssecretaris op 13 december jl. afwijzend beslist op een verzoek van Lucia de B. (van 29 oktober 2007) om strafonderbreking. Lucia de B. had dit verzoek ingediend op twee gronden: de inhoud van het CEAS-rapport en een mogelijk daaropvolgende vordering tot herziening, alsmede haar gezondheidstoestand.

Aan de afwijzing lag onder meer ten grondslag dat volgens de advocaat-generaal bij de Hoge Raad de bevindingen in het CEAS-rapport op zichzelf onvoldoende grond boden voor het indienen van een vordering tot herziening en nader onderzoek zou worden ingesteld.

Zoals in voornoemde brief werd vermeld, heeft Lucia de B. tegen haar beslissing op 20 december 2007 beroep ingesteld bij de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). De beroepscommissie heeft op 26 februari 2008 het beroep ongegrond verklaard (07/3544/GV).


Lucia de B. is op 13 juli 2006 door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf (LJN AY3864) De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft naar aanleiding van het rapport van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) van 19 oktober 2007 op een specifiek onderdeel van de strafzaak nader onderzoek ingesteld.

Bij brief van 26 maart 2008 heeft het College van procureurs-generaal de Minister van Justitie bericht dat de procureur-generaal bij de Hoge Raad naar aanleiding van dat onderzoek voorlopig concludeert dat dit onderzoek ernstige twijfel oproept over de juistheid van de veroordeling van mevrouw De B. in deze zaak. De procureur-generaal is voornemens om binnen een maand een vordering tot herziening bij de Hoge Raad in te dienen. Daarbij geeft hij tevens het College van procureurs-generaal in overweging te bevorderen dat mevrouw De B. strafonderbreking wordt verleend ex art. 570b Sv. In zijn brief neemt het College van procureurs-generaal, onder verwijzing naar de uitkomsten van het onderzoek, dit advies over.


Gegeven het advies van het College van procureurs-generaal heeft de Staatssecretaris van Justitie besloten om aan Lucia de B. met ingang van 2 april 2008 ambtshalve strafonderbreking te verlenen voor een periode van drie maanden. Na afloop van deze termijn zal worden bezien of aanleiding bestaat voor verlenging.


De minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin

De staatssecretaris van Justitie,
N. Albayrak