Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2008

31200 XIII 3 Brief van de minister van economische zaken

Vergaderjaar 2007-2008

Nr. 3

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


Den Haag, 5 oktober 2007


Zoals toegezegd in mijn antwoord op vragen van leden van uw Kamer1 informeer ik u hierbij over de kabinetsvoornemens voor uitvoering van het Coalitieakkoord met betrekking tot de Winkeltijdenwet. Daarin is de afspraak gemaakt om oneigenlijk gebruik van de toerismebepaling ter verruiming van het aantal koopzondagen tegen te gaan. Ook leden van de Tweede Kamer hebben zich over de uitvoering van de Winkeltijdenwet gebogen. Dat heeft geresulteerd in een initiatiefvoorstel2 dat heeft bijgedragen aan de gedachtevorming van het Kabinet.

De wettelijke regelingen

De huidige Winkeltijdenwet dateert van 1996 en betekende destijds een flinke verruiming van de openingsmogelijkheden voor winkels. Voor winkelopening op zondag is in de wet geregeld dat gemeenten in het algemeen ten hoogste twaalf koopzondagen mogen aanwijzen. Gemeenten die ten behoeve van het toerisme vaker dan twaalf keer per jaar winkelopening op zondag willen toestaan, kunnen gebruik maken van de toerismebepaling (Winkeltijdenwet, artikel 3, derde lid, onder a). De voorwaarde voor toepassing van deze bepaling is dat in de gemeente sprake moet zijn van toeristische aantrekkingskracht die is gelegen buiten de verkoopactiviteiten.

De praktijk

Van de 443 gemeenten, maken er 157 (35%) gebruik van de toerismebepaling. De uitvoering van de toerismebepaling in de groep van 157 gemeenten kan als volgt worden uitgesplitst3:

Tabel Gebruik toerismebepaling door gemeenten

 Aantal%
Aantal gemeenten met toeristisch regime15735
Toeristisch regime niet nader ingevuld102
Toeristisch regime voor specifieke winkels9221
Toeristisch regime voor ruimere openingsmogelijkheden, waarvan5512
Opening toegestaan op minder dan 52 zondagen (in deel van de gemeente)225
Opening toegestaan op alle zondagen in deel van de gemeente184
Opening toegestaan op alle zondagen in hele gemeente153

• Er zijn 10 gemeenten (2%) die de toerismebepaling wel in hun Winkeltijdenverordening hebben opgenomen, maar deze nooit nader hebben ingevuld en er in de praktijk dus geen gebruik van maken.

• 92 gemeenten (21%) passen het toeristisch regime toe om heel specifieke toerisme gerelateerde winkelopening op zondag toe te staan. Bijvoorbeeld om winkels op campings of in bungalowparken of om souvenirwinkels op zondag open te laten zijn. Ook zijn er gemeenten die een toerismebepaling in de winkeltijdenverordening hebben opgenomen als grondslag voor individuele ontheffingen.

• De overige 55 gemeenten (12%) passen het toeristisch regime toe om op grotere schaal winkelopening toe te staan op meer dan twaalf zondagen. Deze groep is weer verder onder te verdelen:

– 22 gemeenten (5%) staan winkelopening toe op meer dan 12 zondagen gedurende een afgebakend toeristisch seizoen en vaak ook een afgebakend toeristisch gebied.

– 18 gemeenten (4%) staan winkelopening toe op elke zondag, maar in een afgebakend toeristisch gebied (zie bijlage)4, en

– 15 gemeenten (3%) staan winkelopening toe op elke zondag in de hele gemeente (zie bijlage)4.


Zoals al opgemerkt wil een toeristisch regime in de Winkeltijdenverordening niet zeggen dat winkels ook daadwerkelijk open zijn. In bijvoorbeeld Leiden, Middelburg en Vlissingen, waar volgens de verordening elke zondag winkelopening is toegestaan, concentreert de winkelopening zich vaak op één zondag in de maand. Het gemiddeld aantal zondagen waarop winkelopening wordt toegestaan in de 157 gemeenten die gebruikmaken van de toerismebepaling, ligt met 20 beneden het maximum van 52.


De groep gemeenten waar winkelopening op elke zondag wordt toegestaan, omvat drie van de vier grote steden en een aantal kleinere gemeenten met specifieke toeristische aantrekkingskracht. Het grote verschil in de invulling van het toeristisch regime door gemeenten weerspiegelt dat de situatie van gemeenten met betrekking tot de toeristische aantrekkingskracht zeer heterogeen is. De toerismebepaling wordt gebruikt voor campingwinkels, extra winkelopening rond een jaarlijks evenement, maar ook voor het zomerseizoen of ten behoeve van een continue toeristenstroom.

Het kabinetsvoorstel

De diversiteit in de uitvoering van de Winkeltijdenwet, zoals hierboven geschetst, duidt op lokaal maatwerk. Iedere gemeente heeft andere kenmerken en behoeften en kiest het daarbij passende winkeltijdenbeleid. Het Kabinet onderkent de behoefte aan lokaal maatwerk, maar er bestaat tegelijkertijd twijfel of belangen als de zondagsrust, leefbaarheid en veiligheid wel voldoende door alle gemeenten zijn meegewogen. Het Kabinet zal daarom een zorgvuldige uitvoering van de Winkeltijdenwet door gemeenten bevorderen door meer houvast te bieden bij de afweging of van de toerismebepaling gebruik kan worden gemaakt.

Om de lokale balans te waarborgen wil het Kabinet de zorgvuldige afweging tussen de economische belangen die aan het toerisme verbonden zijn enerzijds en andere algemene en bijzondere belangen anderzijds in de wet verankeren. Dit betekent dat de Winkeltijdenwet moet worden gewijzigd.


De aanscherping die het Kabinet voorstaat, omvat een meer dwingend kader waarbinnen gemeenten gebruik kunnen maken van de vrijstellingsbevoegdheid en het verzekeren van een zorgvuldige afweging. Het wetwijzigingsvoorstel zal de volgende elementen omvatten:


(1) Een kwalitatieve drempel. In de toerismebepaling wordt toegevoegd dat het toerisme een substantiële omvang moet hebben, dat het duidelijk moet zijn ten behoeve van welke specifieke autonome toeristische aantrekkingskracht de winkelopening wordt toegestaan en welk verband er tussen beide bestaat. De invulling van het begrip substantieel is afhankelijk van de specifieke lokale omstandigheden. Net als in de huidige wet zal recreatief winkelen in dit verband niet tot het toerisme worden gerekend. De drempel omvat ook een verplichte expliciete afweging van economische en omgevingsbelangen die in het wetsvoorstel nader zal worden geconcretiseerd.


(2) Een zorgvuldige afweging. Er worden eisen gesteld aan de belangenafweging. De al genoemde economische belangen als werkgelegenheid en bedrijvigheid in de gemeente en omgevingsbelangen als zondagsrust, leefbaarheid en veiligheid moeten nadrukkelijk worden geduid en in de afweging worden betrokken. Zowel de duiding als de afweging dienen hun weerslag te krijgen in de motivering van het gemeentelijke besluit waarmee het toeristisch regime van toepassing wordt verklaard.


(3) Toetsingsmogelijkheid. Het Kabinet kiest voor voortzetting van de decentrale uitvoering van de Winkeltijdenwet. De behoefte aan een juridische toets hierop wordt echter ook onderkend. Daarom zal het Kabinet buiten twijfel stellen, zo nodig door een wetswijziging, dat gemeentelijke besluiten betreffende de invoering van een toeristisch regime vatbaar zijn voor beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Belanghebbenden (zoals inwoners en winkeliers) die menen dat een gemeente onvoldoende aandacht heeft geschonken aan de in de wet geformuleerde voorschriften voor een zorgvuldige afweging of die vinden dat het besluit anderszins niet rechtmatig is, kunnen het besluit van de gemeente ter toetsing voorleggen aan deze onafhankelijke rechterlijke instantie.


Het Kabinet zal deze beleidswijziging vormgeven in een voorstel tot wijziging van de Winkeltijdenwet. Het Kabinet streeft naar indiening van het voorstel in het eerste kwartaal van 2008, opdat de gewijzigde wet per 1 januari 2009 in werking kan treden.


De minister van Economische Zaken
M. J. A. van der Hoeven

1  Tweede Kamer, Aanhangsel van de Handelingen, Kamervragen met antwoord 2006–2007, nr. 1260.

2  Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 30 914, nr. 2.

3  Gegevens uit april 2007.

4  Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.