Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2006

Vaststelling begroting Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2006

Vergaderjaar 2005-2006

Nr. 84

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


Den Haag, 9 mei 2006

Samenvatting en boodschap

Begin dit jaar bracht ik met een ambtelijke delegatie twee bezoeken aan respectievelijk de Democratische Volksrepubliek Algerije van 14–16 januari en de Groot Libisch-Arabische Socialistische Volksrepubliek van 4–6 april. Ik trof twee nieuwe markten met interessante mogelijkheden als aanbieder van energiebronnen zoals olie, aardgas en LNG, en als handelspartner in zijn algemeenheid door de nabijheid tot de EU, de voortgang in de economische hervormingen en de grootschalige projecten in sectoren als infrastructuur, energie, gezondheidszorg, landbouw, water en financiële dienstverlening. Ik ben ervan overtuigd dat mijn bezoeken aan Algerije en Libië een eerste aanzet vormen voor een toename in de bilaterale economische relaties en een prima start voor een structurele energiedialoog tussen Nederland en deze twee nieuwe markten.

Aanleiding

Beide bezoeken waren het eerste bezoek van een Nederlandse vice-premier en Minister van Economische Zaken – voor Libië zelfs het eerste bezoek van een Nederlandse bewindspersoon sinds 1969 – en droegen een kennismakingskarakter. In Algerije is handel pas weer mogelijk nu recentelijk de veiligheidssituatie is verbeterd. Voor Libië is pas in 2004 het wapenembargo opgeheven waardoor overheidsrelaties weer mogelijk zijn. Ik heb deze timing aangegrepen om persoonlijk deze nieuwe markten te verkennen.


Het doel van deze bezoeken was drieledig: het intensiveren van relaties op overheidsniveau, het verkennen van mogelijkheden voor het Nederlandse bedrijfsleven en het opstarten van een structurele energiedialoog.


Een belangrijk element in beide bezoeken was het intensiveren van de contacten op energieterrein met het oog op diversificatie van energiebronnen voor Nederland en Europa. Dit is een beleidsonderwerp dat, zeker gezien de recente gebeurtenissen in Oekraïne, vraagt om mijn intensieve aandacht en inzet. Naast mijn inzet op multilaterale fora, zoals het International Energy Forum en de EU-OPEC-dialoog, past het daarbij ook op bilateraal niveau een dialoog te voeren. Hierbij ligt het niet in mijn bedoeling om naar olie- en gasproducerende landen te reizen om aardgas in te kopen, maar is mijn beleid gericht op een evenwichtige ondersteuning van de bilaterale economische contacten en transitieprocessen richting de private sector in de betrokken landen. Uiteraard spelen de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven hierbij een grote rol, zoals de positionering van Rotterdam als energiehaven, LNG-aanlanding (Liquified Natural Gas) in Rotterdam en de Eemshaven en de committering van Nederlandse bedrijven aan deze markten. Daarnaast heb ik uitgebreid aandacht besteed aan samenwerking in andere sectoren met het oog op het breed versterken van onze relaties.

Conclusies

Tijdens de bezoeken werd kennis gemaakt met een gemotiveerde groep bewindspersonen, zowel op economisch als op politiek gebied. Zowel Algerije als Libië volgen een beleid dat gericht is op transitie naar een markteconomie, buitenlandse investeringen, belastinghervorming en transparantere regelgeving. Dit beleid en verbeteringen in het functioneren van de private sector en het banksysteem zullen het makkelijker maken voor Nederlandse bedrijven om samen met Algerijnse en Libische een succesvolle samenwerking op te bouwen. Uit de gesprekken werd duidelijk dat het ingezette hervormingsproces onomkeerbaar is en dat de inspanningen in beide landen positief bij zullen dragen aan verdere ontwikkeling van de economie en de private sector. Met name in Algerije heeft dit proces met daadkracht vorm gekregen. Zo heeft het land voor de komende vijf jaar investeringen in grootschalige projecten gepland staan ter waarde van 60 miljard euro. Ook bij de deelname aan internationale markten, zoals toetreding tot de WTO en voortgang in het Barcelonaproces en het Europese Nabuurschapsbeleid, bleek Algerije duidelijk een stap verder dan Libië.


De bilaterale handel tussen Nederland en Algerije en Libië is vooralsnog beperkt, maar biedt goede perspectieven voor toename. De groei van het Bruto Nationaal Product was respectievelijk 5,7% en 8,5% in 2005 in Algerije en Libië, beide landen beschikken over aanzienlijke olie- en gasvoorraden en hebben een aantal grootschalige projecten in ontwikkeling. Ondernemen blijkt lastig te zijn en een zaak van lange adem, maar hier staan meer dan aanzienlijke mogelijkheden tegenover door de solide overheidsinkomsten uit olie en gas. Tijdens mijn bezoeken kwamen een aantal prioriteitssectoren naar voren met aanknopingspunten voor verdere samenwerking. Dit zijn de sectoren infrastructuur en havens, energie, watervoorziening, landbouw, luchtvaart en financiële dienstverlening. Daarnaast bleek in Libië grote behoefte aan assistentie bij medische management. De staat vervult een grote rol in dergelijke markten, waardoor de betrokkenheid en steun van de Nederlandse overheid een belangrijke bijdrage vormt voor de ondernemers die deze markt willen betreden.


De relaties in de energiesector zijn geïntensiveerd met het oog op diversificatie van energiebronnen en de positionering van Nederland als knooppunt van Europese energiemarkten. LNG- en olie-export en de hiertoe benodigde installaties en havenfaciliteiten zijn onderwerpen die tijdens de gesprekken uitgebreid aan bod zijn gekomen. Met de Algerijnse Minister van Energie heb ik een overeenkomst getekend voor aangaan van een structurele energiedialoog.


Tijdens mijn bezoek aan Algerije is verdere voortgang geboekt in verschillende bilaterale dossiers, zoals de Investeringsbeschermingsovereenkomst, welke hopelijk op korte termijn ondertekend zal kunnen worden, en het opstarten van het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingen.


Met de Libische autoriteiten is afgesproken om de eerste onderhandelingsronde te starten voor zowel de Investeringsbeschermingsovereenkomst als het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingen. Daarnaast is het Luchtvaartverdrag met Libië na goedkeuring van de Arabische vertaling klaar zijn voor ondertekening en zal een expertoverleg plaatsvinden voor het verhogen van de vliegfrequenties van KLM naar vijf keer per week. In het kader van stimulering van de bilaterale economische relaties heeft de Libische vice-premier toegezegd om te komen tot een regeling voor de uitstaande Libische schulden bij de Nederlandse exportkredietverzekeraar Atradius; een voorwaarde voor het openen van de herverzekeringsfaciliteit op Libië. Ook heb ik in Libië de ontvoering van het meisje Isra aan de orde gesteld en hebben de Libische autoriteiten toegezegd aandacht aan de kwestie te zullen geven.

Follow-up

Tijdens mijn bezoeken bleek de toegevoegde waarde van betrokkenheid van bewindslieden in dergelijke overheidsgedomineerde markten. Niet alleen was ik in staat om de weg te effenen voor bedrijven, ik kon tevens de benodigde aandacht vragen voor Nederlandse betrokkenheid en follow-up gesprekken voor bedrijven mogelijk maken. Een belangrijk punt voor follow-up is de toezegging van mijn gesprekspartners in beide landen om mij middels een brief te informeren over aanknopingspunten voor verdere samenwerking. De energiedialoog met Algerije heeft inmiddels verder vorm gekregen tijdens mijn bilaterale gesprek met de Algerijnse Minister van Energie eind april in Katar.


Inmiddels heeft mijn bezoek geleid tot een aantal follow-up activiteiten door de overheid en het bedrijfsleven. Verschillende bedrijven en organisaties, zoals het Netherlands Water Partnership, Havenbedrijf Rotterdam en energiebedrijven, hebben gebruik gemaakt van de positieve atmosfeer van mijn aanwezigheid en zelf het land bezocht. Dit jaar zullen twee bedrijvendelegaties deelnemen aan beurzen in Algerije. In Libië zullen expert seminars in de gezondheidssector worden georganiseerd, waarbij mijn bezoek als aanknopingspunt zal dienen voor het uitnodigen van Libische bewindspersonen. Daarnaast zal ik het bedrijfsleven zo compleet mogelijk informeren over de mogelijkheden in de Algerijnse en Libische markt, zowel per internet als tijdens informatiebijeenkomsten. Op 15 juni is hiertoe een groot bedrijvenseminar georganiseerd onder leiding van de voorzitter van VNO-NCW.


De Minister van Economische Zaken,
L. J. Brinkhorst

BIJLAGE

In Algerije zijn in goede sfeer gesprekken gevoerd met de volgende bewindspersonen:

– Chakib Khelil, Minister van Energie, tevens gastheer

– Abdelmalek Sellal, Minister van Water

– Directeur-Generaal, Ministerie van Handel

– Abdelhamid Temmar, Minister van Privatisering en Investeringsbevordering

– Mohammed Meghlaoui, Minister van Transport

– Mourad Medelci, Minister van Financiën

– Saïd Berkat, Minister van Landbouw

Aansluitend aan het gesprek met de Minister van Energie Khelil was een bijeenkomst georganiseerd met relevante spelers uit de Algerijnse energiesector, zoals het staatsoliebedrijf Sonatrach. Hierbij waren eveneens het havenbedrijf Rotterdam, Shell en Gasunie Trade&Supply aanwezig. Daarnaast vond een werklunch plaats voor het Nederlandse bedrijfsleven op de Residentie tijdens welke ervaringen met zakendoen in Algerije werden uitgewisseld. Het bezoek werd afgesloten met de ondertekening van een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van energie, met aanknopingspunten voor verdere samenwerking aangaande LNG, energiehavens en duurzame energie.


In Libië werden in goede sfeer gesprekken gevoerd met de volgende bewindspersonen:

– At-Tayeb As-Safi At-Tayeb, Minister van Economische Zaken, Handel en Investeringen, tevens gastheer

– Mohamed Ali Al-Hweij, vice-premier, tevens formele gastheer

– Abdalla Salim Al-Badri, Voorzitter National Oil Corporation (NOC)

– Mohamed Taher Siala, Ministerie Buitenlandse Zaken, Economische Samenwerking

– Dr. Mohamed Abou-Egeila Rashid, Minister van Gezondheid en Milieu

– Ali Yousef Zekri, Minister van Telecommunicatie en Transport

– Abou-Baker Al-Mabrouk Al-Mansouri, Minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij (tijdens de werklunch).

Daarnaast vond een bezoek plaats aan de Tripoli Trade Fair, waar het Nederlandse paviljoen door Minister Brinkhorst werd geopend. Dit bezoek, en de hierop volgende rondleiding over het beursterrein onder begeleiding van de Libische onderminister van Economische Zaken en de voorzitter van de Tripoli Trade Fair, de heer Zanussi, heeft aan Libische kant veel goodwill gecreëerd. Tijdens het werkdiner met vertegenwoordigers van het Nederlandse bedrijfsleven werd een discussie gevoerd over ervaringen met zaken doen in Libië.